Rondje Las Vegas: vijf wereldlandschappen in vier dagen

Meer...

Door -

Veel toeristen blijven hangen in de pracht en praal van gokstad Las Vegas. Maar in een straal van 600 km rond de stad bevindt zich veel meer schoonheid, zoals Zion, Bryce, Monument Valley, Arches, de Grand Canyon en natuurlijk Death Valley. In een tijdsbestek van slechts vier dagen nemen we je mee langs vijf wereldlandschappen. Zowel in de zomer als in de winter zijn die gebieden een absolute aanrader om te verkennen. Een reisverslag!


Las Vegas (Nevada) is leuk, maar buiten de stads is veel meer moois te zien

______________________________________________________________________________________

Dit reisverhaal is eigenlijk een reisblog dat aansluit aan op de wedstrijd ‘Vakantiefoto’s en reisverhalen‘ die deze zomer speelt op FotoVideo.nu. Tijdens de maand augustus en september zullen we enkele verhalen publiceren. Dit verhaal is slechts bedoeld als voorbeeld en niet als maatstaaf. De wedstrijd draait om een mix van foto’s en een verhaal die samen een eenheid vormen. Het gehele plaatje telt mee in de beoordeling, niet een enkele mooie foto. Hoewel dit reisverhaal over Las Vegas vrij uitgebreid is (hoewel, er valt nog veel meer te vertellen en te tonen), hoeft een bijdrage voor de wedstrijd uiteraard niet van dezelfde lengte te zijn. Een richtlijn is circa vijf foto’s en wat begeleidende tekst met een rode draad. Meer mag, maar hoeft niet. Ook hoeft het onderwerp niet over een tropisch oord te gaan, maar kan het net zo goed dicht bij huis (zoals al enkele inzendingen aantonen). Doe mee mee met de wedstrijd en stuur ook je vakantiefoto’s en reisverhaal in en maak kans op drie mooie prijzen, waaronder een Apple iPod Touch! Klik hier voor meer informatie.

______________________________________________________________________________________

Het beroemde uitzicht van Bryce Canyon (Utah)

Het is half tien ’s ochtends als ik aankom bij Bryce Canyon (Utah). Vlak daarvoor kom je door het Dixie National Forest, waar het kenmerkende rode gesteente en de bijzondere rotsformaties al een beetje zichtbaar worden. Kort daarna sta ik bij het visitor center, waar ik naast een toegangsbewijs ($25) ook een kaart mee krijg. In de zomer rijden bussen naar alle uitzichtpunten, maar in de winter ben je aangewezen op eigen vervoer. Bryce Canyon kent verschillende fraaie uitgangspunten die stuk voor stuk de moeite waard zijn. Sunrise- en Sunset Point zijn een must als je er bent tijdens respectievelijk zonsopkomst en zonsondergang. Helaas heb ik dat vanwege de vertraging niet mee kunnen maken, maar het schijnt een unieke ervaring te zijn. Maar ook overdag zijn de rotsformaties zeer indrukwekkend. Ze worden ook wel hoodoo’s genoemd; reusachtige stalagmieten die met tienduizenden tegelijk de lucht in prijken. De bijzondere formaties zijn in miljoenen jaren gevormd door vorst en erosie. Tijdens de winter sijpelt er water in kleine scheuren in de rotsen, dat vervolgens bevriest. Door het bevriezen wordt de scheur nog groter, waarna er vervolgens meer water in komt. Uiteindelijk breken er daardoor stukken rots af. Regen verplaatst de afgebroken stukjes rots vervolgens. Bovendien is het kalksteen, waar de hoodoo’s uit zijn opgebouwd, gevoelig voor zure regen, wat leidt tot verdere afbraak. Andere fraaie uitkijkpunten zijn Inspiration Point en Bryce Point. In de winter is het uitzicht misschien nog wel mooier dan in de zomer, omdat de witte sneeuw met de blauwe schaduw een mooi contrast vormt met de rood-oranje hoodoo’s. Het gebied bevat ook diverse wandelroutes, waarbij je tussen de rotsformaties door kunt lopen – iets waar ik gezien het strakke schema geen tijd voor heb. Enkele bekende ‘trails’ zijn Mossy Cave, Rim Trail, Queens Garden, Navajo Trail en Swamp Canyon. In de directe omgeving zijn voldoende overnachtingsmogelijkheden, waaronder Ruby’s Inn (mijn oorspronkelijke doel), de Bryce Canyon Lodge en twee campings (waarvan er één het hele jaar open is).

Een deel van Bryce Canyon in de sneeuw

Het is 4 januari 2012 19:00 – aankomst in Las Vegas (Nevada) voor de CES die over vier dagen begint. Helaas had mijn vliegtuig 3,5 uur vertraging en begin ik met een achterstand. Volgens mijn oorspronkelijke plan zou ik direct na aankomst in de auto stappen richting Bryce Canyon. In de zomer is dat ’s avonds nog wel te doen, maar in de winter een slecht plan in combinatie met een jetlag. Het is immers al donker in Las Vegas en volgens de biologische klok is het vier uur ’s nachts (Nederlandse tijd) en de reistijd is vijf uur. Ik accepteer het verlies en rij naar een motel ($49) in Downtown Las vegas – het oude deel van de stad waar de gokstad bekend mee werd. Daar loop ik voor het slapen gaan nog even door Fremont Street; een overdekt winkelcentrum vol met activiteiten, restaurants en casino’s. Het bekendste en meest chique casino is het Golden Nugget. In 1971 werd hier de James Bond-film ‘Diamonds Are Forever’ gedeeltelijk opgenomen. Het hotel-casino kan prima meekomen met de nieuwere casino’s op The Strip. Het goud en de flikkerende lampjes vliegen je om de oren.

Haaien in het zwembad van het hotel. Het kan allemaal in Vegas…

Zwembad

Maar het meest bijzonder is nog wel het zwembad in de binnentuin. Daar zwem je nooit alleen, maar altijd tussen een aantal levensgevaarlijke haaien. Het reusachtige aquarium is verweven met het buitenzwembad. Je zwemt zowat tegen de haaien aan, ware het niet dat deze veilig achter dubbeldik glas zitten. Wie zich aan een duikvlucht op de glijbaan waagt, gaat recht door het haaienbassin heen. Na een korte ronde langs de boulevard koop ik wat proviand en duik het bed in. Ik zet de wekker op 6 uur lokale tijd, om vroeg te kunnen vertrekken. Dankzij de jetlag word ik echter al om 4 uur wakker en stap fris als een hoentje de huurauto in.

Blauw licht

Ik had geen mooier tijdstip kunnen kiezen. Het is nog donker, maar ik weet dat het snel licht wordt. Er gloort al een stukje blauw aan de horizon. En wat is er mooier dan een zonsopkomst in de ruige woestijn? Even later glimt de oranje gloed van de ochtendzon tegen de bergtoppen aan en wordt de lucht langzaam blauw. Met een glimlach rij ik Bryce Canyon tegemoet. Die glimlach verdwijnt snel als ineens een politiewagen achter mij uit de middenberm opduikt. De blauwe zwaailichten gaan aan en ik weet direct dat het voor mij is. Aan de kant van de weg vraagt de dienstdoende Officer van deHighway Patrol mij of ik weet hoe hard ik reed? Ik stamel dat het volgens mij zo rond de tachtig mijl was. Negenentachtig, reageert de agent star. Dat is omgerekend 143 km per uur waar maximaal 120 km (75 mile) is toegestaan. Ik reken op een forse boete en wellicht zelfs nog meer onvoorziene vertraging (soms moet je je zelfs melden bij een rechter). Met de toeristenpet op verklaar ik ongevraagd dat ik op weg ben naar Bryce Canyon en dat de auto de hele tijd op cruise control stond totdat ik een keer kort moest remmen, waarna ik eerlijk gezegd niet echt op de snelheid heb gelet. De agent loopt naar zijn wagen en meldt even later dat ik door kan rijden. “But put it on cruise, okay?”

Halverwege de middag zet ik mijn reis voort richting Page (Arizona), drie uur rijden verderop. Page is een klein plaatsje aan de grens van Utah en Arizona, waar de Colorado rivier, die naar de Grand Canyon leidt, ook stroomt. De weg er naartoe is erg mooi, omdat het landschap steeds verandert. Het gebied rondom Bryce Canyon is erg bosrijk, maar verandert al snel in een kale vlakte met ruige bergen. Page zelf is een klein plaatsje van amper 7000 inwoners, waar niet veel te doen is. Maar het is wel een mooie uitvalsbasis om toeristische hotspots te bekijken, zoals Horse Shoe Bend, Marble Canyon, de Colorado River, Lake Powell en natuurlijk Antelope Canyon.

Horse Shoe Bend (Page, Arizona)

Om 17:30 stap ik het Page Boy motel binnen, waar ik voor $60 een kamer heb gereserveerd. Even snel de spullen dumpen en dan snel door naar de Horse Shoe Bend, een bocht in de rivier die een beetje doet denken aan d’Ardeche in Frankrijk. Zes kilometer onder Page ligt een parkeerplaats richting het uitkijkpunt, langs de US Route 89. Vanaf daar is het nog 0,8 km lopen over gangbaar maar heuvelig terrein. Eenmaal aangekomen is het uitzicht adembenemend. Maar ook schrikwekkend, want je kijkt rechtstreeks in een afgrond van vele tientallen meters hoog. Er zijn geen hekken en je zult zelf op de rotsen moeten klauteren die over de afgrond uitsteken. Daarbij moet je echt tot het puntje gaan om vrij uitzicht te hebben, dus voor mensen met hoogtevrees is dat een flinke uitdaging. Als je dit mooie uitzicht wilt fotograferen heb je een cameralens met een extreme groothoek nodig, anders krijg je het niet allemaal in één foto vastgelegd (een goed alternatief is dan een panoramafoto).

Antelope Canyon (Page, Arizona)

De volgende ochtend sta ik om 9:00 bij Roger en Caroline Ekis van Antelope Canyon Tours. Zij zijn van Indiaanse afkomst, net als de meeste mensen in dit deel van Amerika, dat ook wel Navajo-land genoemd wordt. De Indianen beheren hun landschap en zijn de enigen die toeristen door Antelope Canyon mogen rondleiden. Desondanks vragen ze daarvoor zeer schappelijke tarieven. Antelope Canyon is een soort grot, maar dan bovengronds. Tijdens het regenseizoen werd het zachte zandsteen weggespoeld door heftige water- en modderstromen, waardoor een ondergrondse rivier werd uitgesleten. Door het uitslijten zijn fraaie streeppatronen op de muren binnenin ontstaan, die de lichtval nog mooier maken. In het Indiaans heet Antelope Canyon Tsé bighánílíní, wat ‘de plek waar water door de rotsen stroomt’ betekent. Je kunt zowel op eigen gelegenheid in de Lower Antelope Canyon rondlopen, als onder begeleiding in de Upper Antelope Canyon. Het Upper-deel is het meest toeristisch vanwege de nauwe doorgangen en mooie lichtval. In juli en augustus schijnt de zon hier rond het middaguur door enkele lichtgaten in de ‘grot’ recht naar binnen, waardoor een straal van licht zichtbaar wordt. In de winter is dat niet het geval, maar desondanks is een bezoek zeker de moeite waard. De Indiaanse gids is erg vriendelijk en helpt je tijdens het maken van foto’s. Dat is overigens niet makkelijk vanwege het extreem hoge contrast (zeer donkere en zeer lichte delen). De prijzen beginnen bij $35 voor een normale toer (1,5 uur) tot $60 voor een speciale fototoer (3 uur en kleinere groepen, waardoor je ook een statief kunt meenemen).

Het magische licht van Antelope Canyon

Na een lunchpauze zeg ik Page vaarwel en rij ik door richting Monument Valley. Dit is slechts 2,5 uur verderop, waardoor ik onderweg ook voldoende tijd heb om af en toe te stoppen en te genieten van het uitzicht. Hoewel er overeenkomsten zitten tussen het gesteente in Bryce, Antelope Canyon en Monument Valley, wordt de gelige woestijn langzaam bruinrood van kleur. Na circa twee uur rijden beginnen de eerste kleine bergen, die ook op onze eindbestemming te zien zijn, zich af te tekenen tegen het landschap. Juist omdat het landschap verder redelijk vlak is, vallen deze kleine bergformaties extra op. Monument Valley zelf is een erg afgelegen gebied. Er wonen eigenlijk alleen maar Navajo indianen, in kleine gehuchten met simpele houten huizen en trailers. Op het dorp Kayenta (5000 inwoners) na, is er vrijwel niets in de nabije omgeving te bekennen. Monument Valley ligt vlakbij een kruispunt (‘Four Corners’) van vier Amerikaanse staten: Arizona, Utah, Colorado en New Mexico. De vallei ligt op een hoogte van 1700 meter boven zeeniveau en bestaat voornamelijk uit zand- en siltsteen. De rode kleur heeft het gebied te danken aan ijzeroxide in de bodem. Door erosie hebben zich karakteristieke zandsteenformaties gevormd die ook wel Mittens of Butte’s genoemd worden. De grotere bergen worden Mesa’s genoemd. Het gebied werd halverwege de vorige eeuw bekend omdat er diverse Western-films opgenomen zijn (onder andere met John Wayne en later Clint Eastwood).

Monument Valley (Utah)

Hier kun je ook de Valley Drive beleven, een off-road zandroute van 17 miles (28 km) tussen de Mesa’s en Mittens door. Door het steeds variërende uitzicht is deze tocht echt de moeite waard. We hebben hem tweemaal gereden; eenmaal tijdens de zonsondergang en eenmaal vlak na zonsopkomst. Het is goed te doen met een normale auto, al moet je wel goed sturen om te voorkomen dat je vast komt te zitten in het zand. Tijdens de route rij je dichterbij de drie Butte’s die zo kenmerkend zijn voor Monument Valley. Daarna blijft het uitzicht telkens veranderen met eerst de Three Sisters (drie puntige rotspilaren naast elkaar) en vervolgens John Ford’s Point, vernoemd naar de regisseur van de John Wayne films, die dit uitzicht vaak als decor gebruikte. Vervolgens rij je langs de Rain God Mesa, waar je het zandsteen ziet afbrokkelen, met de bijzondere structuren als gevolg daarvan. Daarna kom je langs de Totem Pole die z’n naam eer aandoet (een zeer hoge pilaar). Bij het Artist Point kun je genieten van het fraaie uitzicht over de vallei. Onderweg kom je trouwens verschillende aftakkingen van de weg tegen, maar je mag niet van de route afwijken. Dat mag wel onder begeleiding met iemand van de Navajo stam, die je op plekken kan brengen waar toeristen normaal niet mogen komen (zoals vlakbij de Totem Pole en Mystery Valley). Je kunt ook paardrijden in het gebied. En in de zomermaanden zijn er ballonvluchten.

Totem Pole, Valley Drive

Er zijn slechts twee overnachtings-mogelijkheden in de buurt; Gouldings Lodge (vanaf $78) een kilometer of zes verderop en The View hotel (vanaf $119). Wij kozen voor de laatste, omdat je daar vanuit je hotelkamer rechtstreeks op de drie beroemde Butte’s uitkijkt. Het is daardoor met recht ‘a room with a view’ te noemen. Het hotel is gesticht door Armanda Ortega, een jonge Indiaanse die ook tot de Navajo stam behoort. Het hotel werd geopend in 2008 en opereert volgens Indiaanse tradities. Je vindt er geen zwembad of andere luxe, want dat vindt men niet in stijl met het landschap. Er is wel een restaurant met goed en betaalbaar eten, maar geheel in Navajo-traditie wordt er geen alcohol geschonken.

De volgende ochtend ben ik na een machtige zonsopkomst en een tweede Valley Drive weer vertrokken richting de Grand Canyon. Vanaf Monument Valley is dit ongeveer 3,5 uur rijden. De eerste anderhalf uur rij je dezelfde route als op de heenweg, maar daarna splitst de weg zich richting het zuiden. Ook op deze route blijft het landschap erg afwisselend en daarom een genot om doorheen te rijden. Kort nadat je op Highway 89 afslaat naar Highway 84, verandert het landschap opnieuw. Op een gegeven moment rij je parallel aan de Colorado River en krijg je een voorproefje van de Grand Canyon. Langs de route zijn er een aantal uitkijkpunten. Tegen het eind buigt de weg weer af naar het noorden en ben je bijna bij het officiële startpunt. De Grand Canyon (entree $25) begint met de Desert View Watchtower. Hier vind je een grote parkeerplaats met een bezoekerscentrum en een paar restaurants en een mooi uitkijkpunt. Hier staat een stenen Indiaanse wachttoren van 21 meter hoog en met vier verdiepingen. De toren is gratis toegankelijk en biedt informatie over de Indiaanse cultuur en prachtig uitzicht. Onderweg richting Grand Canyon Village rij je op de South Rim, de weg ten zuiden van de Colorado River. Er is ook een North Rim, maar deze is alleen in de zomer toegankelijk. Onderweg kom je langs verschillende uitkijkpunten die duidelijk worden aangegeven. Net als bij Bryce Canyon zit er soms overlap in het uitzicht, maar is het de moeite waard om zo veel mogelijk te stoppen. Het andere perspectief en de stand van de zon kunnen tot een heel ander beeld leiden. Hetzelfde geldt voor de oostelijke route ten opzichte van Grand Canyon Village, genaamd Hermits Road. In de zomer is deze gesloten voor het verkeer, maar rijden er bussen (iedere 30 minuten). In de winter is het rustiger en mag je er zelf rijden. Hopi Point, Mohave Point, Pima Point en Hermits Rest zijn aanbevolen. Met name ’s ochtendsvroeg zijn deze uitkijkpunten de moeite waard om de zonsopkomst mee te maken. Blijf vooral nadat de zon opgekomen is even hangen, want juist dan verspreidt het licht zich mooi over de bergen en wordt de rivier langzaam zichtbaar.

Grand Canyon (Arizona)

In Grand Canyon Village zijn voldoende Lodges en enkele hotels te vinden en anders kun je ook nog terecht in Grand Canyon Camper Village, waar een grote camping en diverse hotels gelokaliseerd zijn. Ik verbleef in het El Tovar hotel. Dit is een historisch hotel dat geheel gemaakt is van hout en 108 jaar oud is ($180). Dat ligt aan de rand van de Grand Canyon, maar zijn er maar drie (dure) kamers die hier uitzicht op hebben. Direct naast het hotel is wel een uitkijkpunt. Het hotel is comfortabel, maar de kamers zijn naar moderne maatstaven wel wat klein en gehorig. Met name onder Amerikaanse toeristen is het, mede gezien de historie, zeer populair en een waar familiehotel. Na de overnachting ging de wekker weer vroeg om van de zonsopkomst te kunnen genieten vanaf Hopi Point. Daarna begon de terugreis. Vanaf Grand Canyon Village ben je nog 450 km verwijderd van Las Vegas, wat zonder stops ongeveer vijf uur rijden is. Het landschap onderweg mag er zijn, maar is beduidend minder boeiend dan tijdens het eerste deel van de reis. Vlak voor Las Vegas kom je nog langs de Hoover Dam, wat zeker een bezoek waard is.

Tot slot

Deze route is uitgevoerd in vier dagen. Hoewel dat goed te doen is, is het wel een reis in Japanse stijl. Een beetje vluchtig van het ene naar het andere toeristische punt, daar uitstappen en foto’s maken en dan snel weer verder. Het is aan te bevelen om meer tijd uit te trekken voor het ‘rondje Las Vegas’ als dat mogelijk is. Je hebt dan meer tijd voor wandelingen en musea, waardoor je het gebied nog beter leert kennen. Ook zijn er in de directe omgeving nog meer natuurwonderen te zien, zoals Zion, Arches en Death Valley (zie kader). Wil je er de tijd voor nemen en ook een beetje van je vakantie genieten, dan is een minimum van twee weken aan te raden, zeker als je ook nog tijd wilt overhouden om Las Vegas te bezichtigen.

Ontsnap aan de drukte van Las Vegas en ga op stap buiten de stad

Death Valley

Death Valley ligt in Californië, maar bevindt zich op slechts twee uur rijafstand van Las Vegas. Het is daardoor een ideale bestemming om een dag te bezoeken, al kun je er ook met gemak een week doorbrengen. Death Valley is bekend om wisselende landschappen met diverse zoutvlakten, zandduinen (woestijn) en verlaten spookdorpen. Het nationale park dankt z’n naam aan de hoge temperaturen in de zomer (tussen de 45 en de 55 graden) waardoor aan het begin van de vorige eeuw veel goudzoekers in het gebied om het leven kwamen. Het gebied wordt (al minimaal 1000 jaar) bevolkt door deTimbisha indianen.

Death Valley (Californië)

Zion

Het Zion National Park is een groot natuurreservaat van bijna 600 km2 ten noorden van Las Vegas en ten westen van Bryce Canyon. Het park staat bekend om de enorme diversiteit aan flora en fauna. Er zijn een groot aantal populaire wandelroutes, waaronder Weeping Rock, Angels Landing en Taylor Creek.

Arches

Het Arches National Park ligt ongeveer twee uur ten noorden van Monument Valley, nabij Moab. Het park bestaat uit vergelijkbare rotsen van zandsteen, maar is vooral bekend om de vele boogformaties, waaronder de reusachtige Double O Arch en de Landscape Arch. In het gebied vind je ook rotstekeningen (er wordt aangenomen dat er al 10.000 jaar mensen wonen).

Hoover Dam

De Hoover Dam is een betonnen boogdam 48 km ten zuiden van Las Vegas. Voordat de dam er was werd de regio regelmatig geteisterd door overstromingen door smeltwater vanaf de Rocky Mountains. Tijdens de grote depressie van de jaren dertig werd de dam gebouwd. De dam dankt zijn naam aan Herbert Hoover, toenmalig minister van handel. De generatoren van de dam voorzien Las Vegas en zelfs Los Angeles van stroom.

Meteor Crater

Ten zuiden van onze route is de best zichtbare krater ter wereld van een meteoor te zien. Nabij Winslow in Arizona ligt de Meteor Crater, waar 50.000 jaar geleden een meteoriet met 40.000 km/u de aarde raakte. De krater is ruim 1 kilometer breed en 170 meter diep. De toegangsprijs is $16.

Pin It
Jeroen Horlings

is mede-oprichter van FotoVideo.nu, schrijver van diverse (foto)boeken en auteur voor verschillende tijdschriften. Hij fotografeert sinds 1996 met een spiegelreflexcamera en geeft ook af en toe presentaties en workshops over fotografie. Volg Jeroen ook op Twitter.