Basiskennis: Compositie

Door -

Op de sluiter drukken kan iedereen. Maar een goede compositie vereist creatief vermogen, inzicht en ervaring. Los van de technische aspecten wordt de waarde van een foto grotendeels bepaald door de compositie. Een foto is een registratie van iets, maar een goede foto moet meer zijn dan dat. Die moet zonder woorden een soort verhaal vertellen en het liefst op een zo originele en interessant mogelijke manier. Het is daarom aan te raden om vooraf al over de foto na te denken. Wat wil je laten zien? Wat moet de foto vertellen of uitstralen? Wil je er een bepaald onderwerp uit laten springen of juist niet? Hoe geschikt is de omgeving waar je de foto wilt maken? Wat moet de gezichtsuitdrukking zijn (in het geval van een portret)? Probeer voor je op de knop drukt het eindresultaat visueel voor te stellen en bedenk hoe je dat kunt realiseren. In dit artikel helpen we je op weg met wat tips en algemene richtlijnen voor het maken van interessante composities.

Overzicht

Voordat we de tips op aparte pagina’s bespreken, eerst even een korte samenvatting met alles op een rij:
(onderaan iedere pagina vind je ook een index terug waar je op het onderwerp van je keuze kunt klikken)

  1. Inleiding
    (deze pagina)
  2. Onderwerp niet in het midden
    (dat maakt een foto saai) 
  3. Niet in het midden – deel 2
    (horizon en landschappen) 
  4. De regel van derden
    (verdeel je foto in drie delen) 
  5. Horizontaal of verticaal? 
    (portretten) 
  6. Horizontaal of verticaal? – deel 2
    (landschappen)
  7. Maak gebruik van scherptediepte 
    (een onscherpe achtergrond is mooi) 
  8. Groothoek of tele
    (wat en wanneer?)
  9. Kijkrichting
    (de beweging of de kijkrichting bepaalt de compositie) 
  10. Lijnenspel
    (lijnen versterken het onderwerp en het ‘verhaal’) 
  11. Voorgrond-achtergrond
    (voorkom platte foto’s zonder diepte) 
  12. Een duidelijk onderwerp
    (een leeg landschap is saai)
  13. Perspectief
    (een ongebruikelijk perspectief kan verfrissend zijn) 
  14. Anders dan anders
    (bijna alles is al eens gedaan, zoek de originaliteit) 

De horizon wordt ook vaak bewust of onbewust horizontaal en verticaal in het midden geplaatst. Ook dit is uitermate saai. Voor iemand die een foto bekijkt is het dan niet duidelijk of er naar de onderkant (bijvoorbeeld land of zee) of de bovenkant (de lucht) moet worden gekeken. Bij de foto hieronder staat de zon weliswaar exact in het midden, maar de horizon ligt bewust laag. De nadruk ligt daardoor op de lucht en de zon – niet toevalligerwijs de meest interessante delen van de foto. De voorgrond (onderkant) van de foto is niet interessant genoeg om meer in beeld te nemen, want die is (door het tegenlicht) helemaal zwart. Let er bij het fotograferen van een landschap, de zee, wolken of een zonsondergang dus op dat de horizon niet in de midden staat. Dat is nog storender dan het onderwerp in het midden. En het ergste is allebei (dus zowel de horizon als het onderwerp exact in het midden). Zie ook de ‘regel van derden’ (het onderwerp op de volgende pagina).

Landschappen

Ook voor landschappen gaat de ‘niet in het midden’-regel op. Fotografeer je bijvoorbeeld een boom of gebouw, probeer deze dan aan de linker- or rechterkant in je compositie te plaatsen. Het is altijd goed om een bepaald onderwerp van een foto er uit te laten springen, maar bij voorkeur niet door deze exact in het midden te plaatsen. Door bijvoorbeeld het onderstaande gebouw aan de linkerkant te plaatsen, ontstaat er een verbinding met het landschap op de achtergrond (waar het gebouw op uitkijkt). Zie ook de ‘regel van derde’ (op de volgende pagina), dat een direct verband houdt met de ‘niet-in-het-midden’-richtlijn.


Wanneer je een foto maakt zijn er enkele algemene regels voor de compositie. Eén van de belangrijkste daarvan is dat het onderwerp centraal moet staan. Maar dat moet echter niet zo letterlijk worden opgevat dat het onderwerp altijd precies in het midden moet staan. Liever niet zelfs, want dat is erg saai en ongeïnspireerd. Je krijgt dat erg veel ‘loze ruimte’ rondom het onderwerp, die totaal niet interessant is. De achtergrond rondom het onderwerp telt als het ware niet mee. Een symmetrische foto kan heel mooi zijn, maar je zult zien dat je foto’s er meestal beter van worden als het onderwerp buiten het midden plaatst.

Vergelijk de bovenstaande twee foto’s eens kritisch. Het betreft de lobby van het Hyatt hotel in de 420 meter hoger Jin Mao toren te Shanghai – van bovenaf gefotografeerd. In het eerste geval is de lobby in het midden gecentreerd. Hoewel het onderwerp interessant is, is de compositie wat saai, mede omdat er geen lijn in de foto zit. En dat terwijl er wel verschillende potentiële lijnen aanwezig zijn, zoals de railing dat naar beneden loopt. Bij de bovenste foto gaat je oog direct naar het midden – de omgeving links en rechts lijkt er niet toe te doen. In de tweede foto is de compositie spannender door de lobby aan de rechterkant te positioneren. Doordat de railing van boven naar beneden het oog naar de lobby leidt, ontstaat een speels effect. De uitstekende delen van de railing nemen je als het ware mee naar beneden. En uiteindelijk kom je door dit lijnenspel alsnog bij de lobby uit. De lijnen hebben dus een versterkende werking. Ze versterken de compositie.

Personen

Wanneer je je onderwerp altijd in het midden zet isoleer je deze als het ware van de rest. Zoals eerder gezegd; de rest lijkt er dan niet toe te doen. Stel dat je dit doet met personen, dan geldt daarvoor hetzelfde: alleen de persoon in het midden is belangrijk. Wanneer je het onderwerp juist bewust links of rechts op de voorgrond plaatst, verbind je de voor- en achtergrond met elkaar, wat het verhaal kan versterken. Als je ervoor zorgt dat er op de achtergrond iets staat wat een link heeft met het onderwerp, zoals een kantoorpand, een auto of de straat waar iemand woont of werkt, dan maakt dat de foto een stuk interessanter.

In de bovenstaande foto staat het hoofdonderwerp, het meisje in blauw, aan de rechterkant van het beeld en zijn de verhoudingen tussen voor- en achtergrond in balans. Het meisje staat weliswaar op de voorgrond, maar hoort duidelijk bij de andere twee. Ze trekt niet alle aandacht naar zich toe door in het midden te staan (waarbij de personen op de achtergrond alleen maar storend zouden worden).

De meeste mensen fotograferen ‘horizontaal’. Oftewel, de camera recht in de hand, zoals op de foto hieronder. Dat is oo nog zo gek, want zo zijn camera’s ontworpen. Je houdt ‘m met je linkerhand vast en met de rechterhand druk je op de knop. In de meeste gevallen, zoals landschappen, is dit meestal ook het mooiste. Maar er zijn ook situaties waarbij een compositie meer gebaat is bij een verticale, oftewel staande, foto. Je kantelt je camera dan 90 graden links omhoog en maakt op die manier een foto.

Portretstand

Het fotograferen in de verticale stand wordt ook wel de portretstand genoemd. Dat komt omdat het fotograferen van personen logischer is in de portret stand. Immers, mensen zijn ook verticaal gebouwd niet horizontaal. Een persoon die staat kun je het beste ook ‘staand’ fotograferen, oftewel in de verticale stand. Kijk maar naar de foto hieronder. Wanneer de foto in de normale horizontale stand zou zijn gemaakt, zou je links of rechts een heleboel loze zwarte ruimte hebben. Dat leidt meestal alleen maar af van het onderwerp.

Een verticale, staande foto (boven) en een horizontale, liggende, hieronder. Model (in beide gevallen): Marlies Schuitemaker van de band Aniday

Natuurlijk zijn er ook situaties waarbij je een persoon wel beter horizontaal kunt vastleggen. Bijvoorbeeld door lichaamstaal (zie hierboven) of door de achtergrond die een bepaalde rol speelt, maar dat als de persoon het hoofdonderwerp is, zijn dat meestal uitzonderingen. Oftewel, portretten kun je over het algemeen het beste maken in de verticale stand.

Om je te helpen bij het maken van een goede compositie – waarbij het onderwerp dus niet in het midden wordt geplaatst – bestaat er een algemene richtlijn: de zogenaamde rule of thirds, oftewel ‘regel van derden’. Deze regel komt erop neer dat je je compositie opdeelt in drie delen, met ieder weer drie subdelen. Zo ontstaat er uiteindelijk een vlak met negen blokken. De gedacht hierachter is dat het met deze methode onmogelijk is om nog iets in het midden te plaatsen. Het midden bestaat niet meer. Voortaan moet je kiezen: links of rechts, boven of onder.

Denken in derden

De gedacht is als volgt:denk voortaan in derden. Stel dat je een landschap met land en wolken fotografeert is het de bedoeling dat je éénderde en tweederde deel toewijst aan ofwel het land ofwel de lucht. Je voorkomt dan automatisch dat de horizon exact in het midden zit. Deze richtlijn dwingt je ook tot nadenken over wat interessant is aan je (toekomstige) foto. Afhankelijk daarvan kies je namelijk voor ofwel de lucht, of het landschap. In de praktijk wordt vaak voor het landschap gekozen (de afbeelding hieronder), tenzij de wolken in de lucht (of de zon) erg interessant zijn om naar te kijken. Is dat het geval, dat wordt voor een indeling volgens de foto hierboven gekozen.

En wanneer je een portret maakt, zorgt u ervoor dat de persoon ongeveer een derde van de foto in beslag neemt en dat de rest wordt opgevuld door de omgeving. Op de vorige pagina bespraken we al dat het saai is om een persoon helemaal centraal in beeld te nemen (uitzonderingen daargelaten). Ook wanneer je een groot object als een gebouw of een auto fotografeert kun je deze beter juist tweederde van het beeld in beslag laten nemen (tenzij de achtergrond ook van groot belang is). Een close-up van een portret of ander onderwerp mag natuurlijk veel meer ruimte in beslag nemen. Laat je creativiteit er vooral niet door afremmen, maar hou deze regel in je achterhoofd als houvast voor een goede compositie.

Praktijkvoorbeelden

Hoe ziet de vlakverdeling er uit bij een concrete foto? Zie bijvoorbeeld de foto hieronder van de dom van Keulen. Het hoofdonderwerp, de cathedraal, staat hier bewust links. De brug leidt het oog naar het onderwerp en versterkt daardoor de compositie. De kerk en de brug samen vormen in verticale zin samen tweederde van de compositie. Als je een lijn voor de horizon zou trekken is het duidelijk dat de lucht tweederde in beslag neemt en de voorgrond eenderde (ook al overlapt de voorgrond de achtergrond aan de rechterkant). De foto voldoet volledig aan de regel van derden. Ga maar eens met de muis op de foto staan, dan komt het lijnenspel in beeld. Je ziet dat zowel horizontaal als vertikaal een keuze is gemaakt.

50 mm, f14, 30 sec., ISO 100

Hetzelfde zie je bij de foto hieronder, van een boompje in de Egyptische woestijn. Ook deze foto voldoet aan de regel van derden doordat de grond circa een derde in beslag neemt en de lucht twee derde. Ook is de boom bewust aan de rechterkant geplaatst. Vanwege zijn bijzondere vorm, die naadloos aansluit op de bergen op de achtergrond, trekt hij automatisch de aandacht.

 

Waar de verticale stand redelijk gangbaar is bij portretten, is de horizontale stand dat voor landschappen. Voor een gemiddeld landschap werkt de horizontale stand meest het best. Maar laat je je er vooral niet van weerhouden om af en toe wat anders te proberen. Maak desnoods twee foto’s, een horizontale en een verticale, zodat je ze later thuis nog eens naast elkaar kunt houden. Soms voegt een bepaalde foto wat toe, bijvoorbeeld als er een bijzonder onderwerp is. In ieder biedt een een compleet andere blik, zoals te zien is aan de twee foto’s hieronder:

De foto hieronder geeft ook een goed beeld van een horizontale versus een verticale foto. De horizontale foto van dit monument is oké, maar er is erg veel ruimte aan de linkerkant. Door de foto verticaal te maken komt de nadruk meer te liggen op het monument zelf. Dat is geen kwestie van goed of fout, maar het gaat simpelweg om een andere impressie.

Afhankelijk van de lens, de camera en de telestand, kan een camera een beperkte scherptediepte genereren. Dat is mooi want daardoor ontstaat een vage, onscherpe achtergrond waardoor automatisch meer nadruk op het onderwerp wordt gelegd. Dit effect is bij spiegelreflexcamera’s groter dan bij compacts, vanwege de grotere lens en sensor.

Je kunt dit effect bereiken door bijvoorbeeld door een telelens te gebruiken en het onderwerp van enige afstand vast te leggen. Let er wel op dat er achter het onderwerp voldoende ruimte is tot het volgende object, want de mate van onscherpte is hiervan afhankelijk. Zorg dat het onderwerp helemaal scherp is en gebruik tegelijkertijd een zo groot mogelijke lensopening (zoals f2.8). Hoe groter de opening, des te onscherper de achtergrond wordt (en andersom). Het voordeel van deze opzet is dat de achtergrond niet afleidt en het onderwerp alle aandacht krijgt.

Spelen met scherpte en onscherpte

Je kunt dus met scherptediepte spelen om je onderwerp er beter uit te laten springen. Maar je kunt er ook op andere manieren mee spelen. Bijvoorbeeld door een deel op de voorgrond onscherp en de achtergrond scherp – of andersom. Dat kan soms hele spannende effecten opleveren die je compositie versterken. Zie bijvoorbeeld de onderstaande foto voor het verschil dat scherptediepte en een bepaald focuspunt kan maken. Beweeg met je muis over de foto om de voor- en achtergrond te wisselen.

 

Tijdens het fotograferen moet je veel keuzes maken. Al is het alleen al niet of je een foto maakt waar alles op staat of slechts een deel er uit licht. In het onderste voorbeeld zie een situatie met een waterval en een dorpje met bergen op de achtergrond. De eerste foto is gemaakt met een groothoeklens. Deze biedt een fraaie blik van de totale omgeving met de waterval op de voorgrond en de rest op de achtergrond. In plaats van deze foto zou het vanaf hetzelfde standpunt ook mogelijk zijn om met een telelens een bepaald onderwerp uit te lichten. Bijvoorbeeld alleen de waterval – of het kerkje en de bergen.

Een uitdaging bij een dergelijk landschap zijn de sterk verschillende lichtomstandigheden in de voorgrond en achtergrond. Zo ligt het dorpje in de felle zon en zit de waterval in de schaduw. Voor veel camera’s is dat een vrijwel onmogelijke taak. In dit geval is de foto gemaakt in RAW en later via beeldbewerking gebalanceerd (de schaduwpartijen licht, de achtergrond donkerder).

Inzoomen

In plaats van een totaalshot kun je ook een specifiek onderwerp kiezen, bijvoorbeeld alleen de waterval. Deze trekt daardoor de volle aandacht en doordat er geen afleidende zaken zichtbaar zijn. Ook is de waterval groter in beeld, wat tevens de impact vergroot. De keerzijde is dat een foto als deze weliswaar mooi is, maar ook ietwat saai. Juist een bepaalde achtergrond plaats een onderwerp in een beetje setting en sfeer, wat de compositie kan versterken.

Een belangrijk onderdeel van de compositie is de kijk- of beweegrichting van het onderwerp. De richtlijn is op zich vrij duidelijk: kijkt iemand naar rechts, dan plaats je het onderwerp links. De ruimte van de foto zit dan aan de rechterkant, waar het onderwerpen tevens naartoe kijkt. Dat versterkt het geheel. Anders kijkt het onderwerp de compositie uit en dat ziet er meestal gek uit.

Beweegrichting

Exact dezelfde richtlijn gaat op voor een bewegend onderwerp zoals een voetganger, motor of auto. Rijdt deze naar links, dan plaats je hem rechts. De ruimte aan de linkerzijde ligt dan open – niet geheel toevallig exact de kant waar het onderwerp naartoe beweegt. Stel dat het anderom is, dan rijdt je onderwerp (in dit geval de motor) als het ware de foto uit, terwijl er achter hem heel veel ruimte is. Compositie-technisch klopt dat niet. Over hoeft een onderwerp niet altijd perse in een linker of rechterhoek te staan, maar ‘bewegingsruimte’ tot het einde van de foto is wel een pré.

Deze richtlijn kan je helpen bij het maken van een goede compositie. Mocht het nu ter plaatse niet helemaal uit de verf komen, dan kun je het ook goed in gedachten houden bij het bewerken van je foto (in Photoshop bijvoorbeeld). Je kunt dan achteraf een uitsnede maken op basis van exact dezelfde richtlijn. Natuurlijk mits er voldoende ruimte rondom het onderwerp is.

Let bij het maken van een compositie ook op het lijnenspel. Mogelijk zijn er lijnen (straten, strepen, palen, hekken, draden) waarvan je gebruik kunt maken om je onderwerp te benadrukken. Gebruik bijvoorbeeld de strepen op een weg en plaats je onderwerp aan het einde daarvan. De lijnen trekken het oog dan naar het onderwerp en dat is een pluspunt. Natuurlijk zijn deze ingrediënten niet altijd aanwezig, maar maak er gebruik van als dat mogelijk is.

De Eiffeltoren in de foto hieronder springt zelf al direct in het oog door zijn blauwe kleur en het felle licht op de top, maar de weg ernaar vormt een lijn die het onderwerp nog verder versterkt. Je oog volgt automatisch de lijn en komt op die manier vanzelf bij het onderwerp uit.

De volgende foto ben je ook al tegengekomen op de tweede pagina, maar is ook een klassieker als het om lijnen gaat. De etages van dit hotel lopen als een spiraal naar beneden tot de lobby. Ook hier volgt het oog deze lijnen en komt zo uit bij de beganegrond.

De foto hieronder, van het Guggenheim museum in New York heeft eveneens een spiraalvorm, al die dat niet helemaal zichtbaar. In dit geval staat de bijzondere vorm zelf meer centraal. Kijk dus niet alleen recht vooruit, maar vooral ook omhoog en (indien mogelijk) omlaag.

Er zijn platte foto’s en foto’s met meerdere lagen. Een foto met meerdere lagen bestaat uit een voor- én een achtergrond die iets met elkaar gemeen hebben of elkaar aanvullen. Stel, je wilt een foto nemen van een diep dal. Je kunt dan een foto maken van alleen het dal. Er is dan echter geen referentiepunt, waardoor de diepte in feite minder groot lijkt. Je kunt het gevoel van de diepte versterken door een detail uit de voorgrond in de compositie mee te nemen (zoals een boom), zelfs als deze deels onscherp is. Meerdere lagen in een foto versterken de diepte en maken de compositie interessanter.

Foto’s van het capitool in Washtington zijn er zat. Een goed belichte foto met blauwe lucht en witte wolkjes is dan niet meer genoeg. Wees origineel en zoek naar elementen in de voor- en achtergrond. In dit geval is het stuikgewas als voorgrond gebruikt, waardoor de foto wat frisser oogt en je bovendien een gevoel van diepte (tot het onderwerp) krijgt.

Hierboven je de torenhoge flats van Benidorm (Spanje), Op de voorgrond zie je een golfparcour dat onderdeel is van een luxe resort. Nu had deze foto ook zonder golfbaan gemaakt kunnen worden – met alleen de flats en de bergen. Maar de voorgrond vergroot juist de afstand en het contrast. Het bijna surrealstisch omdat de twee onderwerpen niet direct bij elkaar passen.

De foto hierboven is van de woestijn in Oost-Egypte, net na zonsondergang. De foto is opzich niet heel bijzonder, maar de verschillende lagen maken hem interessant. Nu nog een vliegende vogel op de voorgrond en hij was echt ‘af’.

Soms is een blik op een bepaald landschap erg mooi. Toch komt het er op een foto niet altijd zo mooi uit te zien als we in gedachten hadden. Vaak komt dat doordat er een duidelijk onderwerp ontbreekt of er geen diepte is, wanneer er bijvoorbeeld geen verschil is tussen de voor- en achtergrond. Een lucht kan nog zo mooi zijn, een foto is pas ‘af’ wanneer er meer is dan dat. Al is het maar een vogel, een bootje, of een wandelaar.

In de volgende twee foto’s is dat goed te zien. De bovenste foto is weliswaar interessant vanwege de zonnestrallen die door de wolken prikken, maar doordat er verder niets bijzonders te zien is is hij saai. De foto daaronder, van een totaal andere plek en moment, tonen een vergelijkbaar wolkenspel, maar nu met een onderwerp op de voorgrond. Een kitesurfen die langs de zee loopt. Bovendien ontstaat er hierdoor een soort (kracht)verhouding; de overweldigende natuur en de nietige mens.

Bijna iedere foto is al eens gemaakt en dus is het de kunst om creatief te zijn. Een afwijkend perspectief kan verfrissend zijn. Fotograaf een onderwerp bijvoorbeeld niet recht van voren, maar van boven of beneden – zoals hieronder met een standbeeld van George Washington nabije Wall Street in New York.

Een afwijkend perspectief is een manier om foto’s origineel te houden. In plaats van plat van voren is hier gekozen om het standbeeld van onderen te fotograferen, met de gebouwen daar omheen die de lucht inwijzen. (16mm, f6/3, 1/100esec, ISO 400)

De foto hierboven is bijna vanaf de grond genomen. De jonge snowboarder lijkt zo op de top van een berg te staan. In werkelijkheid was er nog een skipiste met een bos op de achtergrond, maar die is door het lage standpunt niet meer te zien.

Naast algemene composities van een mooi onderwerp kun je ook je ogen open houden voor afwijkende zaken. Zelfs iets lelijks kan mooi zijn. Een afwijkende compositie kan heel verfrissend zijn. Leg verbanden met verschillende onderwerpen, zoek creatieve standpunten op en denk aan de ‘regels’, maar durf deze ook te overtreden. De genoemde ‘regels’ in dit achtergrondartikel over de compositie zijn slechts richtlijnen in de fotografie. En richtlijnen zijn niet heilig. Er van afwijken is soms heel verfrissend en origineel. En originaliteit is heel wat waard,

Eenvoud is soms ook mooi. Een foto van de sierlijke zandduinen in de Sahara woestijn, met ‘oneindige’ voetstappen.

Soms kan een sociaal-maatschappelijk contrast ook een foto interessant maken, zoals dit verloederd familiegraf met vuilnis, verkeerspionnen en een winkelwagen. Het is dan een meer journalistieke foto. 

Pure eenvoud. Een rotswand en een eenzaam doch fraai gevormd wolkje. 
 
Pin It
FotoVideo.nu
FotoVideo.nu

1 reactie naar Basiskennis: Compositie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *