Basiskennis: Sluitertijd

Door -

Als er iets is dat je moet weten over de werking van je camera, dan is het wel het begrip ‘sluitertijd’. Hiermee maak je het verschil tussen een scherpe en onscherpe foto, door bijvoorbeeld actiemomenten te ‘bevriezen’ of juist beweging te forceren met lange sluitertijden. Sinds camera’s standaard beschikken over een ingebouwde lichtmeter, al sinds eind jaren tachtig, ontstond de zogenaamde automatische stand. In deze stand zorgt de camera voor een optimale belichting door zelf de sluitertijd en het diagrafma te bepalen. Later werd daar nog autofocus aantoegevoegd, waardoor ook de afstand tot het onderwerp kon worden gemeten. Handig, maar ook dodelijk voor de creativiteit van amateurfotografen. Want de mooiste resultaten bereikt je door de sluitertijd handmatig te beïnvloeden. Sommige situaties vereisen dit zelfs.

Sluitertijd…Wat is dat?

Sluitertijden variëren in de fotografie doorgaans van enkele minuten tot éénachtduizendste seconde. Veel camera’s hebben de mogelijkheid om zelf een sluitertijd (en diafragma) in te stellen. Bijvoorbeeld via de M-, S- of A-stand. In de P- en A-standen kunt je de sluitertijd beïnvloeden door een kleinere of grotere diafragmawaarde te bepalen. Beschikt je camera niet over deze standen, dan kan invloed op de sluitertijd worden uitgeoefend door de ISO te verlagen of verhogen, eventueel in combinatie met belichtingscompensatie (de knop met het plusje en minnetje). Simpel gezegd bevriest een snelle sluitertijd alle actie, waardoor het onderwerp in de foto scherp wordt vastgelegd. Dit is essentieel wanneer je te maken hebt met een snel bewegend onderwerp, zoals bijvoorbeeld een rijdende auto, spelende kinderen of dansende mensen.

Onscherpe foto’s voorkomen

Een te lange (oftewel te langzame) sluitertijd zorgt voor een onscherpte foto. Dat komt door bewegingsonscherpte; de beweging van het onderwerp is in de foto terug te zien. Dit ligt dus niet aan de fotograaf en ook niet aan de camera. Een camera weet immers niet dat er snel bewegend onderwerp wordt gefotografeerd waarvoor een snelle sluitertijd nodig is. Je moet dit dus zelf instellen, hetzij via een handmatige stand of via de zogenaamde sportstand (waardoor de camera zelf een snelle sluitertijd kiest). In situaties met weinig licht moet je sowieso erg oppassen met te lange sluitertijden. Wanneer je geen flitser gebruikt, zal de camera het weinige licht willen compenseren met een lange sluitertijd. Zowel beweging van het onderwerp als minimale bewegingen van uw hand zullen tot een bewogen – dus onscherpe – foto leiden.

Een handige richtlijn is dat de sluitertijd nooit lager mag zijn dan de brandpuntsafstand van de lens. Fotografeer je met 100 mm, dan moet de sluitertijd dus minimaal 1/100e seconde bedragen om een scherpe foto te produceren. Is de sluitertijd lager, dan neemt de kans op onscherpte razendsnel toe. Deze richtlijn is het minimum. Fotografeer je een bewegend onderwerp, zoals een artiest tijdens een concert, dan moet de sluitertijd nog een stuk hoger liggen. Afhankelijk van de mate van beweging kan dit op lopen van een minimum van 1/120e tot 1/200e seconde. Denk er om dat beeldstabilisatie in de camera of de lens, wat tegenwoordig standaard is, niet betekent dat je de sluitertijd ongestraft kunt verlagen. Beeldcompensatie compenseert alleen de lichte trillingen van de hand en niet de beweging van het onderwerp. Het is dus nuttig voor statische onderwerpen, maar niet voor actie.


Fotograferen tijdens een concert vereist snelle sluitertijden om bewegingsonscherpte te voorkomen (op de foto: Marlies Schuitemaker van de band Aniday)

Snelle sluitertijden zijn dus noodzakelijk wanneer je een bepaalde actie wilt bevriezen. Los van de sluitertijdrichtlijn die aan de brandpuntsafstand van de lens gekoppeld is, speelt ook de mate van actie een grote rol. Zoals eerder gezegd, bij een concert zijn sluitertijd van 1/160e tot 1/200e seconde zeer gangbaar. Op het voetbalveld is er nog veel meer actie. Een sluitertijd van 1/500e seconde is daar het absolute minium. Nog liever wordt er gewerkt met sluitertijden van 1/640e tot 1/1000e seconde, om er zeker van te zijn dat alle actie bevroren wordt. Bewegingsonscherpte is in zo’n geval zeer onwenselijk. Bij extreme sporten, zoals een motorrace, zijn nog hogere sluitertijden aan te raden. Omdat dit sterk afhangt van de lens, de brandpuntsafstand, de lichtomstandigheden, de afstand en de snelheid van het onderwerp is het aan te raden om voordat je serieus gaat fotograferen eerst een aantal testfoto’s te maken. Deze bekijk je vervolgens (ingezoomd) op het lcd-scherm op zoek naar bewegingsonderscherpte. Overigens zijn er ook uitgangspunten waarbij bewegingsonscherpte èn actiefotografie wel samengaat. Bij het ‘pannen’, waarbij je de camera meebeweegt met het onderwerp, wordt expres een lagere sluitertijd gekozen om bewegingsonscherpte op de achtergrond te forceren terwijl het onderwerp zelf scherp is. Bijvoorbeeld een raceauto in een bocht. Het gevolg: de auto is scherp, de (bewegende) achtergrond onscherp.

 Bij auto- of motorsport is een snelle sluitertijd vereist om de actie te bevriezen. Zoals in dit geval 1/1000e seconde.

 

Voor ‘pannen’, het meebewegen met een bewegend onderwerp, is een lange sluitertijd juist weer het devies.
Zoals in dit geval slechts 1/30e seconde in combinatie met een 400mm lens.

Iedereen kent wel de fraaie foto’s van steden bij nacht. New York, Londen, Parijs – noem ze maar op. Bij nacht voegen alle lampjes een sprookjesachtig effect toe aan foto’s. Het contrast wordt groot omdat een deel van de foto donker (de lucht) en een ander deel licht is (het onderwerp). Voor een goede belichting wordt in de stad eigenlijk al automatisch gezorgd omdat bijvoorbeeld gebouwen van alle kanten belicht worden. Het enige dat je dan nog hoeft te doen is deze avondtaferelen vastleggen met je camera. Zoals gezegd is een statief daarvoor een pré. Weliswaar zijn camera’s tegenwoordig in staat om ook zonder statief (èn natuurlijk zonder flits) nachtopnamen te maken, maar dan wel met een zeer hoge lichtgevoeligheid. Daardoor ontstaat ruis.

Bovendien is een opname met een lange sluitertijd in het donker vaak mooier dan een korte. Niet alleen omdat er gewenste bewegingsonscherpte ontstaat (zoals stromend water), maar ook omdat felle lichten een stervorm krijgen dankzij een kleine lensopening (oftewel grote diafragmawaarde). Een sluitertijd van enkele seconden is minimaal. Mooier wordt het wanneer je 30 seconden of langer belicht. De meeste camera’s kunnen dat.

Lange sluitertijd

Met zo’n lange sluitertijd is een stabiele ondergrond dus echt noodzakelijk. Bijvoorbeeld een stevig statief (dat ook bestand is tegen wind), maar een andere ondergrond, zoals een plat hek, is ook mogelijk. Maak bij lange sluitertijden altijd gebruik van de zelfontspanner (op 2 of 10 seconden). Dat voorkomt namelijk dat het indrukken van de knop per ongeluk beweging veroorzaakt (je zou de eerste niet zijn die dat overkomt). Wanneer je een stevige ondergrond hebt, kunt je lange sluitertijden maken met een lage lichtgevoeligheid (ISO). Dat voorkomt ruis. Kies dan de laagst mogelijke ISO-stand (ISO 50, 100 of 200) en selecteer vervolgens de hoogste diafragmawaarde (bijvoorbeeld F22). In de P- of A-stand zie je dan automatisch de langst mogelijke sluitertijd. In de S- of Tv-stand kunt je ook zelf de sluitertijd kiezen, maar 30 seconden of meer is niet altijd mogelijk omdat dit afhankelijk is van de lichtomstandigheden en de instellingsruimte op de camera (soms is er een afstandsbediening nodig voor langere sluitertijden). Heb je geen statief of andere stabiele ondergrond bij de hand, dan zit er maar één ding op: een hoge ISO-waarde kiezen en uit de hand fotograferen. Dit levert een minder fraai resultaat (met ruis) op, maar is natuurlijk beter dan niets…

 Zonder statief, met een hoge ISO-waarde (1600) en daardoor relatief snelle sluitertijd (1/60e seconde).

Vrijwel dezelfde foto, maar nu met statief, een lage ISO-waarde (50) en een lange sluitertijd van 20 seconden.

Terwijl bij actiefotografie het doel is om de actie te bevriezen, zijn er in veel andere gevallen juist redenen om bewust beweging in een foto te tonen. Het mooiste effect is wanneer een deel van de foto scherp is en een deel onscherp. Een typisch voorbeeld is stromend water. Denk bijvoorbeeld aan een waterval, waarbij het stromende water vanwege onscherpte een mooi spoor achterlaat terwijl de rest van de omgeving wel scherp is. Of een winkelstraat met lopende mensen: de omgeving is scherp, maar alles wat beweegt niet. Om deze effecten te bereiken is een statief wel noodzakelijk. De camera mag namelijk niet bewegen tijdens de opname – ook niet minimaal. Dan wordt namelijk alles onscherp en de truc is juist om een deel scherp en een deel onscherp (bewogen) te hebben. Ook deze methode vereist wel wat instellingen. Het effect is nauwelijks haalbaar in de automatische stand. Om de langst mogelijke sluitertijd te halen moet je uw camera op de laagste ISO-stand zetten. Kies vervolgens de hoogst mogelijke diafragmawaarde (bijvoorbeeld f8 voor compactcamera’s en f22 voor spiegelreflexen). Zelfs dan kan het nog zijn dat er te veel licht is, waardoor je een te snelle sluitertijd haalt en er amper beweging te zien is. In dat geval zijn donkere filters een uitkomst, zoals neutral density- of polarisatie-filters.

Twee foto’s van een waterval. De linker met een normale (automatische) sluitertijd en de rechter met een lange sluitertijd (0,6 seconde)


Bewegingsonderscherpte kan ook mooi zijn, zoals in dit geval een terras gefotografeerd met een lange sluitertijd.

Conclusie

Spelen met sluitertijden is het geheim van een succesvolle foto. Snelle actie bevriezen vereist een snelle sluitertijd, een omgeving met weinig licht kan fraai worden vastgelegd met een langzame sluitertijd en bewuste bewegingsonscherpte overdag of ’s nachts maakt een foto dynamisch. Als je je fotografie naar een hoger niveau wilt tillen is het tijd om eens flink te experimenteren met sluitertijden.

Pin It
FotoVideo.nu
FotoVideo.nu

1 reactie naar Basiskennis: Sluitertijd

  1. Francisca de Keizer

    Dankjewel voor deze duidelijke uitleg. Hier heb ik veel aan omdat ik een beginnend fotografe ben. De handleiding legt veel uit maar biedt niet genoeg om inzicht te krijgen.

    Mijn dank hiervoor.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *