Handleiding ‘Party fotografie’ II: de techniek

Door -

In het eerste deel van de handleiding Partyfotografie op FotoVideo.nu ben ik uitvoerig ingegaan op de basis en de praktische zaken van partyfotografie, zoals de basisuitrusting, mensen fotograferen en het fotograferen in een donkere omgeving in clubs. In dit deel ga ik in op de techniek die hierbij hoort. Goed met mensen kunnen omgaan en op de hoogte zijn van de basisregels is één, maar goed fotograferen is iets anders. In dit deel komen de diverse instellingen aan bod die je kunt gebruiken bij partyfotografie.

Een gastbijdrage van Korsjan Punt (de foto’s zijn afkomstig van Korsjan en Dancegids.nl)

In dit tweede deel worden de volgende zaken behandeld:

  • Lichtgevoeligheid (ISO)
  • Sluitertijd
  • Diafragma
  • Lichtmeting
  • Focuspunten
  • Flitsen
  • Nabewerking (via Photoshop)
  • Samenvatting

  • Het eerste deel is hier na te lezen

    Dat brengt me op het laatste technische instelling van dit artikel: het focuspunt. De meeste camera’s hebben een flink aantal focuspunten. Op de Nikon D80 en Nikon D3000 heb je er bijvoorbeeld 11 en de D50 heeft er vijf. Die kun je allemaal individueel selecteren met de multiselector knop rechts op de body. De vraag is vervolgens: waar leg je de focus? Ik focus altijd op het gezicht bij portretten. Dat punt moet natuurlijk scherp zijn. Door daar het focuspunt te leggen, is de belichting (ook bij flitsen) vaak precies goed verzorgd. Er zijn verschillende opties om te fotograferen. Je kunt het focuspunt centraal in het midden leggen. En na focussen hercompositioneren. Met de ontspanknop half ingedrukt om de belichting te vergrendelen.

    Of je laat de camera bij het hercompositioneren zelf opnieuw de belichting bepalen. Dat kan bij Nikon camera’s met de AEL/AF knop ingedrukt. Je kunt dan kiezen of je enkel de belichting en/of de focus wilt vergrendelen. Maar meestal blijft de focus bij niet al te radicale hercomposities goed, dus is het ‘t beste om alleen de belichting te vergrendelen. Of je doet dat niet en laat bij hercompositioneren in matrixmode de belichting opnieuw bepalen door de camera in de nieuw gekozen compositie. Wanneer je spotmeting gebruikt wil je dat opnieuw bepalen van de belichting absoluut niet en kun je het beste de belichting vergrendelen. Tenslotte wil je dat de belichting goed aangepast wordt aan het gekozen onderwerp dat je tegen het zonlicht in fotografeert. En wanneer je de belichting niet vergrendelt zul je zien dat de sluitertijd die de camera opnieuw kiest bij hercompositioneren direct aangepast wordt aan een andere foutieve waarde. Dit alles geldt voor fotograferen in A-modus.

    Een alternatief is om tijdens het maken van een foto het focuspunt zelf te verleggen met de multiselector. Die optie gebruik ik tegenwoordig altijd. Zelf het focuspunt kiezen geeft je meer vrijheid en je voorkomt op die manier dat na hercompositioneren er toch onscherpte optreedt door de gewijzigde afstanden tot het onderwerp. Na wat ervaring opgedaan te hebben vind je het juiste focuspunt razendsnel. Bedenk wel dat in donkere situaties op de Nikon D80 en D3000 zeven AF-punten ondersteund worden door het IR licht van de flitser. Vier focuspunten worden niet ondersteund en dan is het bij weinig licht moeilijk focussen zonder IR ondersteuning. Overdag heb je die beperking van het moeilijk focussen natuurlijk niet. En voor welk focuspunt ik kies is helemaal afhankelijk van de situatie. Soms in het midden, soms meer rechts, links boven of onder.

    Overige aspecten

    Overige aspecten waar je nog eens naar kunt kijken zijn het contrast,de verscherping en de tooncompensatie die je direct in het menu van de camera kunt regelen. Ik heb zelf de instelling gewijzigd naar een eigen voorkeur, met geringe extra verscherping en soms ook een verhoogd contrast en verzadiging. Maar dat laat ik helemaal aan je eigen voorkeur over. Met Photoshop kun je heel veel aan de ruwe foto’s (zowel jpg als raw) aanpassen, Waarbij de belangrijkste en door mij meest gebruikte opties de Levels, het Contrast en de Verzadiging zijn. Dus je kunt ook de instellingen “naturel” houden en thuis op de pc de verscherping en verzadiging in Photoshop verder aanpassen.

    We beginnen met de ISO waarde. Die varieert, afhankelijk van wat je camera aankan. De meeste instap camera’s kennen een ISO van 200, 400, 800, 1600 en 3200. Hoe hoger de ISO hoe meer licht je vangt bij een bepaalde sluitertijd. Een ISO van 800 is een goede eerste start in een donkere omgeving. Blijk je dan toch te weinig achtergrondlicht te vangen, verhoog dan de  ISO-waarde tot maximaal 1600. Je vangt dan twee keer zoveel licht bij een gegeven sluitertijd. Helaas neemt het ruisniveau – zeker op de wat oudere camera’s –  behoorlijk toe. Dat is vooral merkbaar bij een gedeeltelijk zwarte achtergrond of in een lege ruimte en dat kan dan erg storend zijn.

    Probeer bij portretten wanneer die situatie aan de orde is een ISO-waarde van 800 aan te houden, zeker als de ISO-stapjes niet in derden (zoals ISO 1000, 1250, ect.) kunt verhogen en de volgende instelling meteen 1600 is. Een ISO-waarde van 800 levert bij vrijwel alle camera’s strakke plaatjes op, zonder noemenswaardige ruis. Op mijn Nikon D80 heb ik ook nog de tussenwaarden van ISO 1000 en 1250. Die gebruik ik zeker ook. ISO 1250 is nog acceptabel bij portretten. ISO 1600 is eigenlijk al weer iets te hoog op de Nikon D80. Bij overzichten kun je vaak goed naar ISO 1600 toe, wanneer je dit nodig vindt. Natuurlijk hangt het voor een groot deel ook af van de hoeveelheid licht die in de club aanwezig is. Soms is er zoveel licht, dat een ISO-waarde van 1600 veel te hoog is. Dan gewoon 800 of nog lager gebruiken. Op festivals, overdag dus, start je met ISO 100 of 200. Naarmate het later wordt en de schemering invalt, verhoog je de ISO-waarde dan naar 400 of 800. En het is aan te bevelen om overdag alles in te flitsen. Maar toch vooral wanneer je tegen het licht in fotografeert. Zo kun je de geportretteerde ook in een tegenlicht situatie goed op de foto krijgen. Wanneer het licht wel goed is overdag, dus met de zon in de rug, dan is het natuurlijk niet noodzakelijk om in te flitsen.

    Wanneer je camera plus flitser snelle flitssynchronisatie ondersteunt, kun je met hele korte sluitertijden werken (< 1/500). Zo niet… dan is er vaak sprake van een maximale sluitertijd van rond de 1/200s (op de Nikon D3000 en 1/500s op de D50). Dan moet je het diafragma dus gaan knijpen. Oftewel werken met waarden die lopen van f5.6 – 14. Om niet boven de maximale sluitertijd van 1/4000 te komen. Ook bij een f2.8 lens over het hele bereik is het aan te raden om niet op de volle lensopening te werken (dus met een maximale scherptediepte). Want je merkt dan snel dat de luchten overbelicht raken. En dat wil je meestal niet natuurlijk. In de praktijk houd je ook op f 4.0 een voldoende mooie scherptediepte over. Tegenwoordig fotografeer ik ook onder optimale lichtomstandigheden overdag soms op ISO 400 of 640 en knijp ik het diafragma tot ongeveer f 4.0 – 5.6 zo dat ik sluitertijden van rond de 1/2500 kan gebruiken. Dat levert de scherpste en best belichte foto’s op.

    Luminosity Before the Energy_0057Overzichten kunnen prima zonder flits

    Bij overzichten met goed licht binnen in de clubs hoef je niet te flitsen. Dat kan natuurlijk wel, maar probeer dan indirect te flitsen voor overzichten van de dansvloer bijvoorbeeld. Dus draai je flitskop onder een hoek van 45 graden en misschien ook nog verticaal naar de zijkant toe. Direct flitsen levert vaak fletse foto’s op bij overzichten, zeker ook door de rook die er vaak hangt. Wanneer je daar heel direct inflitst, dan merk je dat de foto’s er gewoon niet goed uit zien. 

    Ken en Barbie

    Gelukkig kun je dat in Photoshop voor een belangrijk deel weer weghalen. En is de foto dus toch bruikbaar en die moet je zeker niet direct weggooien. De beste foto’s zijn toch wel de foto’s rechtstreeks uit de camera, zonder noemenswaardige nabewerking. Ik maak overzichten vaak zonder flits, op ISO 1250. En bij overzichten is het voor mij niet echt een probleem om met nog hogere ISO waarden te werken, omdat ik daarna met de plug-in Noise Ninja voor Photoshop de ruis er weer uitfilter op de computer. En bij overzichten blijven de foto’s er dan nog natuurlijk uitzien. Zeker als je de ruis verwijderd uit de originelen, dus op de volle resolutie.

    Bij portretten is dat een stuk lastiger. Wanneer het ruisniveau in de foto dan te hoog wordt en je gebruikt vervolgens Noise Ninja dan merk je dat de foto’s er onnatuurlijk scherp uit gaan zien. Een soort “ken & barbie”-effect” treedt dan snel op in de portretten en dat is jammer. Dus portretten kun je het beste altijd op iets lagere ISO’s tot maximaal 1250 schieten. Overzichten kunnen… maar dat hoeft niet per se op 1600. Zeker wanneer er voldoende licht is dan volstaat ISO 800 of nog lager ook. Bezitters van fullframe camera’s en de nieuwste cropcamera’s (zoals de Nikon D5100/D7000 of Canon 600D) kunnen de ISO waarden nog veel verder omhoog zetten. Daar ligt het ruisniveau een stuk lager op ISO 1600 en 3200. Een bijkomend voordeel is dan ook dat je een snellere sluitertijd kunt kiezen, zeker bij lichtsterke lenzen. Hoe sneller de sluitertijd, hoe scherper de foto.

    Ook voor de sluitertijd die je gebruikt geldt geen algemene waarde die altijd goed is onder bepaalde omstandigheden. De sluitertijd die je gebruikt hangt natuurlijk af van de geselecteerde ISO waarde. Maar wanneer je flitst in TTL mode bepaalt de camera zelf de juiste flitsintensiteit voor een optimale belichting. Hierdoor kun je voor portretten de volgende waarden aanhouden: 1/25 – 1/10 s, afhankelijk van de gekozen ISO waarde, natuurlijk. Hoe hoger je gekozen ISO waarde, hoe korter de sluitertijd kan zijn en hoe minder bewegingsonscherpte je krijgt. De genoemde waarden gebruik ik doorgaans bij een ISO van 1000. Bij overzichten, afhankelijk van je ingestelde ISO 1/20 tot 1/50s. Maar korter kan ook heel goed nog bij voldoende omgevingslicht. Ik maak regelmatig foto’s met een sluitertijd van < 1/100 s op ISO waarden van rond de 1000. Wanneer dat het geval is en je vind het moeilijk om binnen snel een geschikte sluitertijd te bepalen onder die specifieke omstandigheden (veel licht), dan kun je in de A-stand (Aperture priority) even snel checken wat voor een sluitertijd de camera zelf zou kiezen. Daar kun je dan in de Manual mode (M-stand) je sluiter op aanpassen. Bedenk wel dat de grote hoeveelheid licht nooit lang aanhoudt. Je zult dus alles snel moeten kunnen instellen. Bij veel licht, dat een tijdje aanhoudt schakel ik persoonlijk wel eens over naar A-stand. 

    Beattime - Kika Edition 24-05-2010_0002

    Een strakke laserfoto tijdens het evenement Beattime

    Laserstralen

    Bij het nemen van strakke laserfoto’s binnen gebruik ik doorgaans een korte sluitertijd van 1/40s of nog korter. Zie ook mijn set overzichten en laserfoto’s op Flickr. Als ISO heb ik dan 800, 1000 of 1250 ingesteld in het algemeen. Nabewerken in Photoshop, waarbij je ook nog een keer Noise Ninja gebruikt als laatste bewerking, maakt het resultaat allemaal net een tikkeltje strakker en scherper. Bij het maken van DJ-shots moet je er rekening mee houden dat artiesten doorgaans heel veel bewegen. Dus om bewegingsonscherpte te voorkomen, kun je het beste op een sluitertijd van minimaal 1/25 gaan zitten. Dan zit je wel goed in de meeste gevallen. Maar ook staan DJ’s soms momenten stil. Dan kun je langere sluitertijden gebruiken. Meestal is er ook wel voldoende omgevingslicht aanwezig en kun je met ISO 800 al een mooie foto schieten van artiesten. Soms wil je juist bewust wat meer bewegingsonscherpte in de foto’s, voor beweging. Probeer dan een sluitertijd van 1/10e seconde aan te houden.

    Fun fotografie

    Het is ook leuk om speciale effecten te creëren. Door bij lange sluitertijden de camera te draaien of te zoomen met de lens krijgt je dan mooie draai-effecten van het licht in je foto, terwijl je onderwerp door het flitsen scherp blijft. Dit soort “fun fotografie” blijft echter lastig! Op het eerste gordijn flits je wanneer de sluiter zich opent. Op dat moment bevries je het beeld, waarna je de camera vervolgens door draait, tot die zich weer sluit. Op het tweede gordijn flits je wanneer de sluiter dichtgaat. Bij het draaien van de camera beweeg je dus nog op dat moment, bij het sluiten van de sluiter dus. Daarom gaat mijn voorkeur bij het maken van speciale effecten uit naar flitsen op het eerste gordijn. Bij dit soort trucjes moet je je ISO-waarde wel drastisch verlagen trouwens. Door de gebruikte sluitertijden van 1/3 tot één seconde vang je anders zoveel achtergrond licht dat de foto’s zwaar overbelicht raken. Dus probeer dat soort dingetjes uit bij een ISO van 200 tot 400.

    The Biggest Latin Lovers Edition Ever_0044

    Twee voorbeelden van ‘fun fotografie’ (boven en onder)

    The Biggest Latin Lovers Edition Ever_0048

    Voor het schieten van portretten gebruik ik altijd het tweede gordijn als flitsinstelling binnen. Omdat ik op die manier meer achtergrondlicht in mijn foto’s krijg is mijn ervaring. Dus kijk en ondervindt persoonlijk wat voor jou de mooiste resultaten oplevert. En houd daarbij rekening met de lichtomstandigheden en de ISO waarde die je daarbij hebt ingesteld. Op hogere ISO waarden kun je de sluitertijden korter maken, wat in het algemeen weer scherpere foto’s oplevert. Wanneer je een ISO van 1250 hebt ingesteld, kun je portretten prima op 1/20 of 1/25 s maken. Bij ISO 800 1/10 – 1/15 aanhouden. Dat zijn de instellingen waarmee ik over  het algemeen werk. Bij inflitsen buiten bij goed licht gebruik ik doorgaans TTL met een EV van 0,0 – + 0,3. En ik flits op het eerste gordijn. Daarbij kan ik op de Nikon D80 gebruik maken van de aanwezige snelle flitssynchronisatie.

    Over het diafragma kan ik het volgende zeggen. Wanneer je een lens gebruikt waarbij het diafragma varieert, dus loopt van bijvoorbeeld f 3,5 – 5,6, dan is er in de meeste gevallen geen probleem wat betreft scherptediepte. En hoef je het diafragma meestal niet zelf te wijzigen of aan te passen in donkere situaties. Want hoe meer je inzoomt, hoe kleiner je diafragma en hoe groter je f getal wordt. Hoe groter je scherptediepte dus. Wel vang je dan minder licht bij een kleiner diafragma. Wanneer je werkt met een lens met een diafragma van 2.8 over het gehele bereik, dan moet je hier wel rekening mee houden. Vooral bij close-ups van portretten, wanneer je op korte afstand van de geportretteerde werkt, van zeg een halve meter of minder, dan krijg je met een diafragma van f2.8 een scherptediepte van maximaal 20 cm ongeveer (wanneer je de scherptediepte wilt berekenen bij bepaalde instellingen kun je terecht op dofmaster).  Dit betekent dat wanneer de mensen niet netjes op één lijn staan, je sommige mensen onscherp fotografeert. De mensen die meer aan de zijkant staan (in ieder geval naast je focuspunt) zijn dan vaak niet helemaal scherp in beeld. En het is natuurlijk het mooiste om alle geportretteerden scherp in beeld te krijgen. Probeer daar bij het focussen rekening mee te houden door je focuspunt in het midden te leggen bij een groep mensen. Daarom houd ik meestal bij meerdere personen in de foto een minimaal diafragma van f 3.5 aan. Voor overzichten waarbij de afstanden tot het gekozen focuspunt veel groter zijn, kan je ook prima een diafragma van f 2.8 gebruiken. En ook voor close-ups van één persoon kun je natuurlijk ook prima een waarde van f2.8 aanhouden.

    Symphonica Elektronica Festival_0067

    de focuspunten op de apparatuur (boven) en op de DJ (onder)

    Symphonica Elektronica Festival_0068Overdag

    Heel anders wordt het overdag op festivals tijdens het zomerseizoen bijvoorbeeld. Zeker wanneer je tegen het licht in fotografeert. Overdag, totdat de schemering invalt, kun je goed fotograferen in A-priority. (dus diafragma mode) De camera bepaalt dan zelf de beste sluitertijd. Wanneer je tegen het licht in fotografeert moet je je diafragma in de meeste gevallen veel hoger instellen. Om  overbelichte foto’s te vermijden. Of om sluitertijden die bij kleine f getallen (2.8 of 3.2) al heel snel rond 1/4000 s liggen te vermijden. Door het diafragma te knijpen kun je de sluitertijd onder de 1/4000 brengen. Dit is bij (oudere) camera’s de kortste sluitertijd die de camera maximaal aan kan. Soms met een diafragma dat veel hoger ligt dan dat de camera met de lens in maximaal uitgezoomde positie haalt (f = 5.6). Ik heb wel eens situaties meegemaakt waarbij ik het diafragma tot 14 heb geschroefd om de zon mooi rond in beeld te krijgen. Of voor nog specialere foto’s kun je het diafragma soms wel tot boven f 20 knijpen. De voorgrond wordt dan natuurlijk wel donker. Dus je zult onder die omstandigheden zeker moeten inflitsen in TTL-mode. 

    City Moves Den Bosch_0188

    Een portret zonder flits (boven) en met (onder)

    Soenda Festival 2011_0061

    Lichtmeting

    Een ander aspect waarmee je in die situatie rekening moet houden is de lichtmeting die je instelt. In donkere omgevingen en overdag wanneer je met het licht mee fotografeert, is het gebruik van matrixmeting eigenlijk altijd goed. Maar wanneer je tegen het zonlicht in fotografeert kun je ook kiezen voor spotmeting bijvoorbeeld. Dan krijg je een situatie waarbij je niet perse hoeft in te flitsen. Bij spotmeting wordt de sluitertijd van de camera enkel gebaseerd op het onderwerp waar je op focust. En wordt alleen bepaald op basis van het door jou geselecteerde focuspunt. Wanneer je meer ervaren bent met fotografie kun je overdag natuurlijk ook prima helemaal in Manual mode (M-stand) fotograferen. Hierbij dien je je belichtingsmeter in de zoeker continu in de gaten te houden en steeds opnieuw te controleren. Om vervolgens de sluitertijd en/of diafragma daarop aanpassen. Bij de meeste camera’s is er in de zoeker een lichtmetingbalk aanwezig. Door de sluitertijd zo in te stellen dat de belichting net één streepje rechts of links van het midden ligt krijg je respectievelijk een ietwat onderbelichte of overbelichte foto. Gewoon de sluiter en/of diafragma zodanig regelen dat het streepje precies in het midden valt, is vaak de beste optie voor een optimale belichting.


    Ik bewerk foto’s die ik plaats op Dancegids.nl en Dichtbij.nl (en mijn eigen Flickr-site) stuk voor stuk afzonderlijk op de computer, omdat ik daarmee de mooiste resultaten bereik. Maar het is natuurlijk maar net hoeveel tijd en energie je daar in wilt stoppen en hoeveel tijd je daarvoor beschikbaar hebt of wilt maken. Om tijd te besparen kun je met scripts in het Action/Handelingen menu van Photoshop ook zelf een script maken, waarbij je een aantal basisbewerkingen via een batch op een hele set tegelijkertijd kunt uitvoeren. Als je vervolgens niet tevreden bent over het resultaat voor de individuele foto’s, dan bewerk je die zelf nog een keer na. Dat bespaart je zeker een hoop tijd.

    Voor belangrijke shoots voor grote feesten en evenementen schiet ik altijd in jpg en raw tegelijk. Het voordeel van raw is dat je veel meer kunt aanpassen en beter kunt nabewerken in Photoshop, Lightroom of Capture NX2 van Nikon. Capture NX2 is het fotobewerkingsprogramma van Nikon en uitermate geschikt voor het bewerken van raw bestanden. Wanneer je je materiaal in raw schiet, kun je materiaal ter beschikking stellen aan organisaties in raw, wanneer men daar prijs opstelt. Zodat zij achteraf naar eigen inzicht en smaak bepaalde foto’s nog verder kunnen nabewerken.

    Levels, contrast, verzadiging

    De belangrijkste elementen die ik aanpas met Photoshop zijn de volgende: de Levels, het Contrast en de Verzadiging. Het aanpassen van de Levels in Photoshop kan allereerst door het aanpassen van de Autolevels. Hetzelfde geldt voor het Contrast. Bij het aanpassen van de Autolevels wordt de kleur van de foto er soms niet beter op. Je kunt dan proberen om het Autocontrast aan te passen. Dat gaat in 99% van de gevallen namelijk wel goed. Ik kies er dan ook zelf voor om standaard het Autocontrast van de foto in Photoshop aan te passen. Het voordeel van het aanpassen van de Levels en het Contrast is dat vooral de lichte zweem, soms aanwezig in je foto’s grotendeels verdwijnt. Het contrast wordt bovendien verder verhoogd. Die zweem treedt vooral op bij het flitsen met een rokerige achtergrond. Maar ook de tinten van de huidskleur worden vaak net iets natuurlijker en mooier na het aanpassen van de Levels of het Contrast. Wanneer beide Auto-functies niet of onvoldoende werken kun je ook prima zelf handmatig de Levels aanpassen. Door de centrale slider te verplaatsen naar links maak je de foto’s wat lichter. Door de slider naar rechts te verplaatsen verlaag je de belichting juist. Bij iets onderbelichte foto’s pas ik de Levels meestal aan naar + 1,20. Bij onderbelichte foto’s naar maximaal + 0,80. Standaard staat de slider op 1,00.

    In het algemeen is het makkelijker om (iets) onderbelichte foto’s verder te verbeteren dan om overbelichte foto’s aan te passen. Houd hier dus rekening mee bij het flitsen. Mijn standaard instelling voor het flitsen bij portretten is TTL met EV – 0,7 – – 0,3 aangepast op de flitser in donkere omgevingen. Overdag bij het inflitsen gebruik ik een EV waarde van 0,0 – + 0,3. Je kan de EV waarde ook in de camera zelf aanpassen. Wanneer je die in de camera aanpast, kun je het beste de EV waarde op de flitser op 0.0 zetten. En ik zit daarmee met die flitserinstelling aan de veilige kant. En kan de Levels daarna heel goed nog iets optrekken tot + 1,20. Daarna zijn de foto’s naar mijn idee precies goed belicht. Nadeel bij het verhogen van de Levels is dat je gelijktijdig het ruisniveau in de foto verhoogt. En dat wil je natuurlijk voorkomen. Dus kijk welke waarde van het aanpassen van de levels voor jouw materiaal nog acceptabel is

    Plug-ins en filters

    Ook hier nog kort iets over de plug-in Noise Ninja voor Photoshop. Je kunt deze uitstekend gebruiken om ruis in foto’s netjes te verwijderen en mooie ruisvrije foto’s te krijgen. Dit is alleen nodig bij foto’s waarbij je een ISO van 1600 of hoger hebt gebruikt op oudere DSLR camera’s. Tot slot de verzadiging. Die kun je ook zelf verhogen of verlagen, afhankelijk van de resultaten die de foto’s hebben uit de camera. Soms is het artistiek om de verzadiging sterk te verhogen of te verlagen.

    En natuurlijk kun je ook nog 1001 filters voor Photoshop downloaden van het internet voor allerlei creatieve of kleureffecten. Waarbij ik het meest gebruik maak van Bicolor filters: B&W en Sepia. Maar ook andere kleurcombinaties of speciale effecten zijn uiteraard mogelijk. Ook de uitstekende, snelle fotobrowser ACDSee voor Windows biedt ruime mogelijkheden voor het nabewerken van je materiaal wat dat betreft. Jouw creativiteit is wat dat betreft the limit. Maar dat gaat buiten het bestek van waar het in dit artikel om draait. 

    Beattime - Kika Edition 24-05-2010_0016

    Samenvattend nog een keer de belangrijkste instellingen:

    Algemeen:

    • Besteed aandacht aan de compositie. Schiet overzichten in burst mode op een hogere ISO en flits daarbij minmaal, indirect of helemaal niet. Voor portretten is flitsen binnen in meer dan 90% van de gevallen wel noodzakelijk. Probeer een mooi compleet beeld neer te zetten met een interessante, mooie = goed belichte achtergrond. Kijk na afloop kritisch naar je selectie. Kwaliteit gaat voor kwantiteit. Jij bepaalt wat je online wilt zetten.

    Omgeving van de shoot:

    – Club (donker) | Instellingen camera

    • Mode: Manual
    • Belichting: Matrix
    • WB: Auto
    • ISO 800 – 1250 (portretten) Max 1600 voor overzichten
    • S-stand: 1/10 – 1/25 portretten; > 1/25 voor overzichten en DJ’s
    • A-stand: 2.8 – 3.5 portretten
    • Flash: TTL -0,3 – – 0,7 2e gordijn; special effects: 1e gordijn
    • Beeld: Natural tot Vivid afhankelijk van je voorkeur en opties van je cam. Met een kleine verscherping, kleine verhoging van het contrast en verzadiging.

    – Festivals (overdag) | Instellingen camera

    • Mode: Aperture. De camera regelt de sluitertijd automatisch. Bij het fotograferen tegen het directe zonlicht in kun je je diafragma verder verkleinen tot wel f11 om sluitertijden rond de 1/4000 te voorkomen
    • Mode: Manual. Houd je belichtingsmeter steeds in de gaten en verhoog het f-getal op 2.8 lenzen tot een waarde van 7.1 of nog hoger. Gebruik indien de camera dit ondersteunt Snelle Flitssynchronisatie. Anders is het werken op de maximale sluitertijd van 1/200, waarbij je door het diafragma te regelen voor een optimale belichting zorgt.
    • Witbalans: Auto
    • Flitsen: Inflitsen om slagschaduw te vermijden
    • Belichting: Matrix en soms spot (bij fotograferen tegen het directe zonlicht in of naar een onderwerp met veel achtergrondlicht.)

    Succes!


    Korsjan Punt is 44 jaar en enthousiast partyfotograaf. Hij rolde vijf jaar geleden in deze tak van fotografie en heeft sindsdien ruim 350 party’s en festivals bezocht. Hij fotografeert in opdracht van verschillende organisaties en hij publiceert ook zelf onder de naam Dutchpartypics. Zijn foto’s (en video’s) staan onder andere op Flickr en Youtube en hij is ook actief op Twitter en Facebook. De foto’s in dit artikel zijn afkomstig van Korsjan en Dancegids.nl

    Pin It
    FotoVideo.nu
    FotoVideo.nu

    5 reacties naar Handleiding ‘Party fotografie’ II: de techniek

    1. Interessant artikel! Waar ik nog benieuwd naar ben, is met wat voor lens/ je de portretten op Dancegids.nl schiet. Het lijkt een beetje groothoek. Tot hoever kun je gaan met groothoek op party-portretten, is jouw ervaring?

    Geef een reactie

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *