Hoe werkt de belichtingsdriehoek?

Door -

De belichtingsdriehoek is in fotografie een algemene term voor drie factoren die de belichting van je foto beïnvloeden: ISO-lichtgevoeligheid, sluitertijd en diafragma. Voor een goed belichte foto moet je een balans zien te vinden tussen deze drie factoren. De belichtingsdriehoek illustreert deze balans en kan je helpen in de zoektocht naar de juiste belichting.

  • Het diafragma bepaalt de hoeveelheid licht dat op de sensor van je camera valt. Hoe groter het getal (bijvoorbeeld f/4), hoe kleiner je diafragmaopening is en hoe minder licht de sensor bereikt;
  • De sluitertijd bepaalt hoe lang dat licht op de sensor valt. Hoe langer de sluitertijd, hoe groter de kans is dat je bewegingsonscherpte in je foto krijgt;
  • De ISO-lichtgevoeligheid bepaalt hoeveel invloed het licht heeft op de uiteindelijke foto. Hoe groter de ISO-waarde, hoe groter de kans op ruis in je foto.

Belichtingsdriehoek

Elke hoek in de belichtingsdriehoek staat voor één van de factoren. Voor een correcte belichting is een balans tussen de drie factoren essentieel en alleen in die situatie is de driehoek perfect. Verander je één van deze instellingen, dan verander je in principe één van de hoeken van de driehoek. De driehoek heeft dan geen gelijke zijden meer en je zult dus een andere instelling óók moeten aanpassen, wil je weer een perfecte driehoek (en dus een correcte belichting) krijgen.

Aanpassingen: 1 stop per keer

Pas je één van de drie variabelen aan, dan doe je dit in stapjes. De ISO-waarde verhogen van 100 naar 200 is een verhoging van 1 stapje en dit wordt 1 stop genoemd. De sluitertijd verlengen van 1/125s naar 1/60s is ook weer 1 stop verschil. In onderstaand schema zie je hoe de stops in elkaar zitten (dit kan op jouw camera afwijken, dit is enkel als voorbeeld bedoeld).

Belichtingsdriehoek2

Maak je een foto op ISO 200, diafragma f/8 en sluitertijd 1/125s, maar wil je graag een onscherpe achtergrond in je foto en krijg je dat nu niet voor elkaar? Een onscherpe achtergrond krijg je door een zo groot mogelijk diafragma te gebruiken. Je kunt het diafragma in dit geval dus terugschroeven naar f/2.8 – dit zijn 3 stops.

Kijk naar de belichtingsdriehoek en je ziet dat je nu ook een andere variabele aan moet passen om dezelfde, correcte belichting te krijgen. Je kunt je ISO-waarde 3 stops opschroeven, maar dat zorgt voor ruis in je foto en wellicht wil je dat niet. Dan kies je dus voor de sluitertijd. Deze beweeg je 3 stops de andere kant op voor dezelfde belichting – je gaat dus van 1/125s naar 1/800s.

Een foto met de instellingen ISO 200, f/8 en 1/125s ziet er qua belichting dus hetzelfde uit als een foto met de instellingen ISO 200, f/2.8 en 1/800s, je hebt alleen een onscherpte in de achtergrond weten te creëren.

Heb je de belichtingsdriehoek eenmaal onder de knie, dan kun je creatief met je foto’s aan de slag gaan. Moeilijk is het niet, dus zeker de moeite waard om je eens in te verdiepen!

Pin It

Madelon is afgestudeerd fotograaf en journaliste. Ze danst, gaat er graag op uit om de wereld te verkennen, is een foodie in hart en nieren, loopt over van nieuwsgierigheid en kan niet zonder haar iPhone.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *