Interview: fotograaf Robin Utrecht

Door -

Robin Utrecht is misschien wel de beroemdste fotograaf van Nederland. Hij werd bekend bij het grote publiek doordat hij de Zilveren Camera won met zijn foto van een dode Pim Fortuyn die in bijna alle kranten heeft gestaan. Daarnaast was hij ook (fotografisch) getuige van de aanslag tijdens Koninginnedag in Apeldoorn, de tsunami in Thailand en de aardbeving in Haïti. Daarnaast volgt hij de Koninklijke familie het hele jaar in binnen- en buitenland, fotografeert hij tijdens grote sportevenementen zoals de Olympische Spelen en volgt hij politieke kopstukken. FotoVideo.nu had een uitgebreid interview met hem, waarbij we vooral benieuwd waren naar het geheim van zijn succes als fotograaf, hoe hij omgaat met heftige situaties en welke apparatuur hij zoal gebruikt. 

Om met de actualiteit te beginnen: je bent net terug van een intensieve reis met de Koningin – naar Brunei en Singapore – en afgelopen maandag werd duidelijk dat dit waarschijnlijk haar laatste staatsbezoeken waren. Hoe voelt het om daar bij te zijn geweest?

“Heel bijzonder, het was voor mij ook een grote verrassing. Ik volg de Koninklijke familie voor het ANP al meer dan tien jaar in binnen- en buitenland en ik realiseerde me toen ook dat ik dus in 2012 ook de laatste Koninginnedag in oude stijl heb meegemaakt. Dat voelt best een beetje nostalgisch. Aan de andere kant wordt de komende tijd juist weer heel spannend.”

Even helemaal naar hoe het allemaal begon. Oorspronkelijk wilde je geen fotograaf worden, maar naar de filmacademie. Hoe kwam van het een het ander?

“Ik zat in de laatste ronde van de filmacademie in Amsterdam. Daar vonden ze me wel geschikt voor de afdeling productie, maar niet als cameraman. Toen ik liet weten niet die richting op te willen zeiden ze dat ze mijn beelden wel heel fotografisch vonden. Was fotografie niets voor mij? Toen heb ik me aangemeld voor de Kunstacademie in Den Haag, waar ik door de loting kwam. Bij de tweede toelatingsronde werd ik aangenomen. Dat was in 1994. Ik wist toen ook al snel dat ik vooral journalistieke kant op wilde en niet de meer commerciële reclamekant.”

Wat was je eerste camera?

“Een Nikon F3. Die heb ik gekocht toen ik aan mijn opleiding begon.”

En waar fotografeer je nu mee? En waarom?


“Ik gebruik twee Nikon D4’s en ook een D3X. Ik fotografeer met Nikon sinds half 2010 en de aanleiding was dat het ANP, waar ik toen in dienst was, over wilde van Canon naar Nikon. De problemen met de 1D Mark III waren daarvoor de aanleiding, maar daar kwam ook bij dat Nikon op dat moment qua techniek iets verder was. De D3s kon veel ruisarmere plaatjes schieten als de Canon camera’s van dat moment. Tijdens de afgelopen Olympische Spelen in Londen kon ik van Nikon een D4 lenen om uit te proberen. Aanvankelijk voelde de camera erg vergelijkbaar met de D3s, maar toen ik thuis kwam en de resultaten goed bekeek, zag ik de verschillen. Eigenlijk is alles beter; de kleurweergave, meer scherpte en detail en een hogere resolutie, dus meer ruimte om te croppen. Daarnaast gebruik ik trouwens ook af en toe een Phase One middenformaatcamera. Bijvoorbeeld voor portretten.”

De aardbeving in Haïti (foto: ANP/ Robin Utrecht)

Koningin Beatrix in Oman (foto: ANP/ Robin Utrecht)

Welke lenzen gebruik je het meest?

“Op mijn twee Nikon D4’s zitten bijna altijd de Nikkor 24-70 f/2.8 en 70-200 f/2.8 VR. Die zijn optisch uitstekend en met beide heb je voldoende flexibiliteit voor de meeste praktijksituaties. Ik heb ook nog een 17-35mm f/2.8 aan m’n riem hangen voor als ik wat meer groothoek nodig heb. Voor sportevenementen heb ik ook nog een 400mm f/2.8 VR en 600mm f/4 VR.”

Wat voor wensen heb je voor je toekomstige camera?

“De snelheid van de huidige camera’s is prima, maar ik zou eigenlijk wel wat meer resolutie willen. Er zijn situaties waarbij 16 megapixels wat te krap is om een goede uitsnede te maken. Nikon heeft natuurlijk wel de D800, maar die is niet echt gebouwd voor ruw professioneel gebruik en bovendien wat minder snel dan de D4. Ik zou wel wat zien in een D4X, net zoals Nikon vroeger een D3 en een D3X had.”

Naast foto’s maken kunnen camera’s tegenwoordig ook zeer goede video’s maken. Gebruik jij die functionaliteit ook? Ook met je oorspronkelijk ambities voor de filmacademie in het achterhoofd. 

“Nee, eigenlijk niet. Ik heb wel een keer gefilmd met de D4, maar het is gewoon onmogelijk om op een actiemoment te filmen en fotograferen tegelijk. Je moet kiezen. Zeker als je het goed wil doen, omdat je voor het filmen dan allerlei accessoires nodig hebt. Ik gebruik overigens sinds kort wel een GoPro Hero 3 Black Edition ernaast. Die heb ik tijdens de nieuwsjaarsduik bijvoorbeeld op de camera gemonteerd en tijdens een volleybalwedstrijd eens onder het net geplaatst. Dat levert best goede resultaten op – ook wat betreft foto’s.”

Volg je de trends in cameraland een beetje? Wist je bijvoorbeeld dat systeemcamera’s (camera’s met een grote sensor, verwisselbare lenzen en uitgebreide instellingsmogelijkheden, maar een stuk compacter) aan een grote opmars bezig zijn?

“Eerlijk gezegd volg ik niet echt wat er in de consumentenmarkt speelt. Ik krijg wel regelmatig vragen wat mensen wat ze moeten kopen, maar dan kan ik niet echt overtuigend antwoord op geven. Ik zou zelf consumentencamera’s niet snel voor professioneel gebruik overwegen. Als fulltime fotograaf zijn camera’s echt puur gereedschap en wordt er best ruig mee omgegaan. Ik denk dat mijn spullen weinig meer waard zijn als ik ze in de verkoop doe.”

Overstroming (foto: ANP/ Robin Utrecht)

Na de tsunami in Thailand, 2005 (foto: ANP/ Robin Utrecht)

We leven in een snelle wereld, waarbij kranten het liefst zo snel mogelijk actuele foto’s willen hebben. Hoe ga je te werk?

“Ik heb de WT-5a wifi-module voor de D4, maar in de praktijk gebruik ik die niet erg veel. Het liefst pas ik toch een klein beetje bewerking toe op mijn foto’s. Ik heb dan ook altijd een laptop bij me waarop ik dan kleine correcties uitvoer, zoals het maken van een uitsnede, een kleine belichtingscorrectie en wat meer contrast. Ook voeg ik tekst toe, waardoor het voor de redacties duidelijk is wat er te zien is en op welk moment. Het onbewerkt doorsturen van foto’s doe ik wel eens als het echt niet anders kan. Zo was ik tijdens de verkiezingsuitslag bij de PvdA aanwezig tijdens de speech van Diederik Samson. Het was kwart voor twaalf ’s avonds en de kranten zaten te smachten om foto’s, maar ik wist dat Wim Kok, Job Cohen en Wouter Bos ook nog op het podium zouden komen en kon daardoor niet stoppen met fotograferen. Meestal ben ik mét bewerking overigens nog steeds zeer snel. Vaak is er wifi aanwezig en indien niet dan heb ik een KPN Dongle waarmee ik overal het internet op kan.”

Je bent één van de bekendste fotografen van Nederland. Je hebt vele prijzen gewonnen en je hebt wereldberoemde foto’s gemaakt die op alle voorpagina’s hebben gestaan. Moet je je vandaag de dag nog steeds bewijzen?

“Jazeker. Elk onderwerp is een nieuw onderwerp. Als je geen goede foto’s aanlevert, dan worden ze ook niet afgenomen omdat ze dan kiezen voor iemand anders. Je bent zo goed als je laatste foto. Juist daarom vind ik het nog steeds motiveren om steeds weer op zoek te gaan naar originele standpunten. Het is nog steeds een kick om je eigen foto op de voorpagina van een krant te zien staan.”

Je hebt tien jaar voor het ANP gewerkt, tot 2012. Nu ben je freelance. Wat zijn de voor- en nadelen van het freelancen? 

“ANP besloot begin 2012 al haar fotografen in vaste dienst te ontslaan. Dat begreep ik ook wel, zeker in dit economische klimaat. Het is goedkoper een fotograaf per foto te betalen. Ik werk nog steeds freelance voor het ANP en via hen kan ik ook nog steeds veel mooie nieuwsmomenten volgen, zoals die van het Koninklijk Huis en het fotograferen tijdens grote tv debatten. Maar het freelancen geeft me tegelijkertijd de vrijheid om rechtstreeks voor andere media, zoals kranten en buitenlandse persbureau’s te werken. Dat kon vroeger niet. Maar freelancen is uiteraard wel een meer onzeker bestaan. In loondienst kreeg je een vast salaris en zorgde het ANP voor camera-apparatuur, leaseauto en natuurlijk pensioen en vakantiedagen. Aan de andere kant, heb je als freelancer meer keuzevrijheid.”

Afrika (foto: ANP/ Robin Utrecht)

Het is momenteel een erg lastige tijd voor fotografen, zowel omdat er meer aanbod is van amateurs en omdat het economisch niet echt goed gaat. Wat merk jij daar van?

“Er is meer aanbod van amateurfotografen, maar ik denk niet dat dit van grote invloed is op de tarieven van fotografen. Ik denk dat een professioneel fotograaf nog steeds voldoende onderscheidend is. Een amateur kan natuurlijk op het juiste moment op de juiste plaats zijn, maar hij of zij mist vaak de ervaring, het inzicht en de technische knowhow om continu te presteren. Een veel groter probleem is dat de tarieven van foto’s sterk onder druk staan doordat de oplagen van kranten en bladen dalen. De prijs per gepubliceerde foto is soms zo laag – grofweg € 65 tot € 110 per geplaatste foto, ongeacht of dat de voorpagina is – dat het niet opweegt tegen parkeer- en benzinekosten, laat staan de enorme hoeveelheid tijd die je investeert. Dat laatste hoort erbij, want voor actuele fotojournalistiek moet je vaak lang wachten. Bijvoorbeeld tot het moment dat politici naar buiten komen.”

Zou je jonge potentiële fotografen door de verslechterende omstandigheden nog wel aanraden het vak in te gaan?

“Tuurlijk als nieuwsfotografie je passie is, moet je het zeker doen. Maar als je voor geld gaat, moet je het niet doen!”

Je hebt vele disciplines, van journalistieke reportages tot sportfoto’s, maar ook landschappen, wilde dieren en geënsceneerde portretten. Wat vind je het leukst om te doen?

“Eigenlijk vind ik alles leuk om te doen, juist de afwisseling maakt het zo leuk. Vandaag fotografeer ik Maxima, overmorgen het Nederlands elftal en volgende week Artsen zonder grenzen in Afrika. Het is lastig om een favoriet onderdeel te kiezen. Ik kan wel zeggen dat ik het beste ben in situaties waar dingen snel gebeuren en waarop je dus razendsnel moet anticiperen. Bijvoorbeeld nieuwsfotografie en sport. Maar ook portretten, waar meer tijd voor uitgetrokken word, vind ik leuk om te doen. Het maakt mij overigens niet uit wie ik fotografeer, als het maar een mooie foto oplevert.”

Hoe kun je je onderscheiden van de vele andere fotografen die bij evenementen aanwezig zijn?

“Je moet altijd op zoek gaan naar kansen en heel snel kunnen reageren op situaties. Maar ook goed van te voren nadenken, wat er zou kunnen gaan gebeuren en waar. Tijdens het bezoek aan Brunei vorige week zou Koningin Beatrix samen met een aantal stamhoofden een rondje over een markt met lokale producten lopen. Ik ben van te voren gaan scouten om te kijken op die locatie er uitzag en gaan bedenken wat een goed standpunt was, waar je ook nog ‘weg’ zou kunnen komen. Je moet altijd proberen te voorkomen om achterop te raken en alleen nog maar achterhoofden te kunnen fotograferen. Soms moet je ook een beetje mazzel hebben. Tijdens de beruchte Koninginnedag in Apeldoorn in 2009 zat ik in een bus met journalisten. We reden achter de bus van de Koninklijke familie aan. Ik ben toen op een stoel gaan staan en door een dakraam de parade gaan fotograferen. Ik werd nog uitgelachen door journalisten. Toen hoorde ik een knal en zag ik mensen in de lucht vliegen. Ik had m’n camera al in m’n handen en hoefde alleen nog maar af te drukken. Ik had gelukt dat m’n camera redelijk goed stond ingesteld, op 1/400e f/5.6, want met een kortere sluitertijd waren de foto’s zeker mislukt. Pas na de foto’s zag ik de auto en drong tot me door wat er gebeurd was.”

De dramatische Koninginnedag in Apeldoorn, 2009 (foto: ANP/ Robin Utrecht)

Is dat soms niet lastig, dat je als fotograaf soms zeer heftige momenten meemaakt en dan moet fotograferen?

“Je krijgt zeker te maken met nare dingen. Na de aanslag op Koninginnedag loop je dan tussen de doden en gewonden, maar hert moet wel vastgelegd worden. Pas ’s avonds besefte ik wat er nu eigenlijk gebeurd was en ik heb er een tijd slecht van geslapen. Eveneens heftig was de tsunami in 2005. Ik kwam op tweede kerstdag aan in Thailand samen met een journalist en we stonden bij een tempel waar honderden lichamen naartoe gebracht waren. De eerste 15 minuten waren we in shock door wat we zagen. Daarna ben ik wel gaan fotograferen, want ik was er juist om het leed vast te leggen en aan de rest van de wereld te tonen. Dan is het vervolgens de uitdaging om de lichamen op een respectvolle wijze te fotograferen. En ook op zo’n manier dat het nog wel plaatsbaar is. Een platte foto werkt dan niet. Juist door details weg te laten, moet de foto een verhaal vertellen.”

Voor de beroemde foto van de overleden Pim Fortuyn betrad je het Mediapark, dat afgezet was door de politie. Hoe brutaal moet je zijn als fotograaf?

“Je hoeft niet hondsbrutaal te zijn, maar je moet niet schuw of bang zijn. Soms moet je fotograferen in een omgeving waar je je niet prettig zijn. En je moet ook niet bang zijn om mensen aan te spreken. Met Fortuyn wist ik wat er gebeurd was, maar het was onduidelijk hoe hij er aan toe was. Ik ben toen op het onbewaakt ogenblik het Mediapark opgelopen en zag hem daar op de grond liggen. Ik schrok toen ik hem zag, want het was meteen duidelijk dat hij niet meer leefde. Ik maakte snel 30 foto’s tot het moment dat agenten mij in de gaten kregen. Al mijn apparatuur is toen in beslag genomen, inclusief vier geheugenkaartjes. Maar gelukkig had ik het geheugenkaartje met de bewuste foto’s er op in mijn onderbroek kunnen verstoppen.”

Pim Fortuyn, 2002 (foto: ANP/ Robin Utrecht)

Wat voor tips heb je voor nieuw fototalent die in jouw voetsporen willen treden?

“Als je met meerdere fotografen ergens staat is het de kunst om toch een net iets andere foto te maken dan anderen. Probeer altijd of je een ander standpunt in kunt nemen. Dat is niet altijd even makkelijk, want soms is er maar één plek. Dan ga ik op het laatste moment nog even naar twee meter naar links of rechts om toch net een ander perspectief te krijgen. Je moet goed kijken naar het onderwerp en razendsnel inspelen op situaties die veranderen. Verder moet je proberen om een zo clean mogelijke foto te maken, zonder afleidende zaken er op.”

Als je op vakantie gaat, neem je dan je camera de hele tijd mee? Of laat je die ook wel eens thuis?

“Dat scheelt per vakantie. Vaak neem ik wel een camera mee, zeker als we een auto tot onze beschikking hebben. Als dat niet het geval is, laat ik hem vaak thuis want ik heb geen zin om continu te moeten sjouwen. Overigens zeurt mijn vrouw en mijn dochter nog steeds over de vakantiefoto’s van de afgelopen jaren, want ik heb nog steeds geen tijd gehad om die te bewerken.”

Wat zijn jouw persoonlijk favoriete foto’s? En kun je daar kort iets over vertellen?

“Dan denk ik in eerste instantie wel aan indrukwekkende momenten, zoals Koninginnedag 2009, de tsunami of 11 september 2002, toen ik toevallig in de buurt van New York was, waar de eerste grote herdenking werd gehouden. Maar ook aan meer luchtige foto’s, zoals Beatrix met een hoofddoek of Roemer en Rutte met het beruchte rietje.”

Meer foto’s kun je bekijken op www.robinutrecht.com

Pin It
FotoVideo.nu
FotoVideo.nu

1 reactie naar Interview: fotograaf Robin Utrecht

  1. fotoholland

    Vraag me af of je de camera’s zelf heb gekocht of via niekon gekregen want de service van niekon laat te wensen over ik moest toen een camera van mij eens kapot was er maar tien op voorraad kopen en heb ander vreemde dingen mee gemaakt vandaar ik er juist vanaf wil;

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *