Nikon 1 J3 review: bijna volwassen

Door -

Begin dit jaar, tijdens de CES, werd de Nikon 1 J3 officieel aangekondigd samen met de Nikon 1 S. De J-serie was tot nu toe het instapmodel van de Nikon 1 systeemcamera’s, maar die rol is nu dus overgenomen door de S-serie. De J2 – die in augustus 2012 werd aangekondigd – is na amper een half jaar alweer opgevolgd door de J3. Dat is extreem snel voor een cameramodel, zeker omdat de vernieuwingen van de J3 ten opzichte van zijn voorganger beperkt zijn. Maar dit heeft ongetwijfeld te maken met de komst van de S1, waardoor de J3 qua positionering wat omhoog schuift. Zo heeft de J3 (naast de verbeteringen van de J2 ten opzichte van de J1) ook enkele onderdelen van de Nikon 1 V2 overgenomen – het topmodel uit de reeks. Maar nu de hamvraag… hoe presteert de Nikon 1 J3 in de praktijk?

De belangrijkste specificaties:

  • 14,2 megapixel CMOS-sensor (ontwikkeld door Aptina)
  • CX sensoromvang (1 inch) met 2,7x vergrotingsfactor
  • Ondersteuning voor 12-bits RAW (NEF)
  • SDXC geheugenkaart
  • Elektronische sluiter tot 1/16.000e seconde
  • PASM-standen bereikbaar via het menu
  • 5, 15, 30 en 60 bps (met af t/m 15 bps)
  • Fasedetectie en constrastdetectie autofocus
  • Gezichtsherkenning
  • ISO 100-6400

Verbeteringen

Laten we nog even beginnen met de verbeteringen die Nikon in de J2 doorvoerde die ook in de J3 te vinden zijn, juist omdat de J3 de J2 zo snel heeft opgevolgd. Ten opzichte van Nikon’s eerste J1 systeemcamera is er een nieuwe stand aan het instelwiel toegevoegd: naast de standen Motion Snapshot, Smart Photo Selector, Still Image en Movie hebben de J2 en J3 er een Creative Mode bijgekregen. Achter deze stand zitten acht fotografiestanden met creatieve effecten: Night Landscape, Night Portrait, Backlighting, Easy Panorama, Soft (een soft-focus effect), Miniature Effect en Selective Color. Bij Night Portrait worden er bijvoorbeeld twee opnames gemaakt, één met flitser en één zonder. Die opnames worden vervolgens automatisch gecombineerd, zodat een goed belicht en sfeervol plaatje ontstaat.

Aan- en uitzetten

Een andere belangrijke vernieuwing die sinds de J2 ook in de J3, S1 en V2 is terug te vinden is de manier van aan- en uitzetten. De camera gaat automatisch aan als je het objectief uitschuift, en weer automatisch uit als je het objectief terug in de Lock-stand zet. Dit werkt met alle bestaande zoomlenzen. Deze functie is erg handig, want het scheelt weer een handeling. Er is wel een aan-uitknop aanwezig op de body, maar die heb je dus in veel gevallen niet nodig. Dit is een postief punt waarop de Nikon 1-serie zich onderscheidt van concurrerende systeemcamera’s (zoals die van Olympus, eveneens met ‘retractable’ lenselementen).

Scherm

Sinds de J2 is de resolutie van het scherm verdubbeld ten opzichte van de J1. Er zijn nu 921.000 pixels in gebruik, waardoor het scherm merkbaar scherper is. De diameter van 3 inch is gelijk en ook iets als een aanraakgevoelige laag zien we tot nu toe nog niet terug in de Nikon 1-lijn (in tegenstelling tot vrijwel alle concurrenten).

Nikon 1 J3 body

De J3 neemt enkele sterke punten van het huidige topmodel, de V2, over. Zo is de J3 eveneens uitgerust met de 14 megapixel sensor van de V2. Ook de Expeed 3A-processor – goed voor 15 beelden per seconde met werkende autofocus – en de aansluiting voor de optionele WU-1b WiFi-module zijn nu ook te vinden op de J3. In die zin kunnen we zeggen dat de J3 de V2 dichter heeft genaderd, al is de laatst genoemde wel een veel uitgebreidere camera.De belangrijkste wijziging van de body betreft het instelwiel. Deze zat bij de V1, J1 en J2 nog achterop de body, maar bij de J3 zit hij bovenop, zoals eigenlijk ook veel gebruikelijker is. We zagen dit ook al bij de V2. Maar een groot verschil tussen de V2 en de J3 is dat de laatstgenoemde geen PASM-standen op het programmawieltje heeft. Dat is vreemd, mede omdat er ruimte zat is. Je moet nu alsnog in het menu duiken om een van deze standen te gebruiken. Net zoals in de Nikon 1 V1 review is dit wat ons betreft een opvallend minpunt. De reden dat Nikon dit heeft nagelaten komt waarschijnlijk omdat men denkt dat de doelgroep hier niet op zit te wachten. Die kunnen voor een PASM-knopje terecht bij de Nikon 1 V2.

De achterkant

Doordat het programmawieltje omhoog verplaatst is, is de achterkant een stuk rustiger geworden. Doordat het draaiwieltje weg is, konden de afspeel- en menu-knop naar boven verhuizen. De achterkant doet daardoor wat strakker en eenvoudiger aan. De flitsknop is naar de linker zijkant van de body verhuisd. Deze is nog steeds in staat op indirect (via het plafond) te flitsen als je hem met je vinger tegenhoudt.

De Nikon 1 J3 in vergelijking met de J2 (ga met de muiswijzer op de foto staan)

Autofocus

Het is prettig werken met de Nikon 1 camera’s, zoals de J3, wat vooral komt doordat ze zo razendsnel reageren. Een druk op de ontspanknop leidt vrijwel direct tot een foto. Dit is vooral te danken aan de 73 geïntegreerde autofocusdiodes op de sensor. Deze zitten in rechte lijnen over de 1 inch sensor verspreid, zodat ze een groot deel van het beeld kunnen dekken. Nikon heeft deze methode duidelijk beter onder de knie dan de concurrentie. Ook Canon gebruikt sinds de 650D en EOS M geïntegreerde af-diodes (zij het een lager aantal), maar de autofocussnelheid daarvan is opvallend traag. De Nikon 1 J3 focust vrijwel direct en doet op dat vlak eigenlijk niet onder voor een spiegelreflex. Aangezien ‘sluitervertraging’ één van de meest storende klachten van consumenten is, scoort Nikon punten op dit vlak.

Wie goed kijkt ziet duidelijk lijntjes lopen – dit zijn de rijen met af-diodes

Contrast- en fasedetectie

De autofocus van de 1-serie van Nikon schakelt automatisch tussen contrastdetectie en fasedetectie, afhankelijk van de omstandigheden. Door deze hybride benadering kan de camera in alle situaties snel scherpstellen. Bij goed licht wordt dit afgehandeld door de fasedetectie-diodes en bij weinig licht neemt contrastdetectie het over. In de praktijk is de autofocus is inderdaad vrij rap en hij blijft ook onder lastige omstandigheden, zoals een donkere setting met weinig contrast, nog goed werken. Ook is de camera vrij effectief met het volgen van objecten (focus tracking).

Sensor en scherptediepte

Het feit blijft wel dat de 1 inch-sensor (CX) van de J3 aan de kleine kant is. Om de CX-sensor in het juiste perspectief te plaatsen, zie je hieronder de afmetingen van een compactcamera en die van MFT en APS-C. Je ziet dan dat de CX-sensor bijna vier keer in een APS-C sensor past. De cropfactor van de CX-sensor is 2,7x. Ter vergelijking, die van APS-C is 1,5x en die van MFT is 2x (ten opzichte van fullframe sensoren).

Het nadeel van de kleine sensor is dat de Nikon 1-serie daardoor altijd achterop zal lopen ten opzichte van concurrerende systeemcamera’s met een APS-C of MFT-sensor. Zowel op het gebied van ruis, scherpte, dynamisch bereik en resolutie. Nu is dat niet altijd even duidelijk merkbaar, want de Nikon 1 J3 doet het zeker niet slecht op de hoge lichtgevoeligheden. Zeker ten opzichte van een compactcamera’s doet hij het stukken beter.

Scherptediepte

Maar een belangrijk ander verschil is scherptediepte: door de kleine sensor is het erg moeilijk om een onscherpe achtergrond te creëren. Bijvoorbeeld een portret waarbij het gezicht scherp is en de achtergrond onscherp. Om dat te realiseren moet je al snel kunstgrepen uithalen zoals een zeer lichtsterke lens (zoals de 18mm f1.8 prime) of het gebruik van een telelens.

Maar het afwijkende 1 inch sensorformaat heeft niet alleen nadelen (zoals besproken op de vorige pagina), maar ook voordelen. Dan zien we vooral terug bij de lenzen. Door het kleine sensorformaat kunnen die veel kleiner zijn. En dat is vooral te zien aan de telelenzen, zoals de 30-110mm. Of nog beter: de nieuwe 10-100mm superzoom. Die is voor een superzoom (gelijk aan 27-270mm) echt bijzonder compact, mede omdat hij enorm uitschuift. Dat is het grote voordeel van een camera met een 1 inch-sensor; je kunt op stap met een fatsoenlijke lens die samen met de camera gewoon in je jaszak past.

De nieuwe 10-100mm superzoom naast de 10-30mm kitlens

We hebben de 10-100mm samen met de Nikon 1 J3 in de praktijk kunnen gebruiken en het is een erg plezierige combinatie. De 10-100mm is in vergelijking met de J3 wel relatief groot, wat ietwat vreemd staat op de compacte body. Maar het bereik dat de lens biedt is uitstekend. Net zoals bij andere superzooms is het objectief niet bepaald vertekeningsvrij. Vooral in de groothoekstand is sprake van behoorlijk wat kussenvormige vertekening waarbij lijnen krom staan. Maar dat neem je voor lief als je een superzoom aanschaft.

Uitgezoomd is de nieuwe 10-100mm helemaal indrukwekkend

Snelheid

Verder valt vooral de snelheid op, zoals al eerder genoemd in deze review. De Nikon 1 J3 reageert direct op knoppen en stelt razendsnel scherp. Foto’s worden direct genomen, wat echt heerlijk werkt. Het feit dat de J3 in staat is om 15 foto’s in een seconde te maken (met behoudt van autofocus) bevestigt de snelheid die deze camera in zich heeft. Ook het inschakelen van de videomodus gaat bijna direct, wat we van heel veel concurrenten (zoals ook de illustere Panasonic GH3) niet kunnen zeggen.

Menu en touch

Los van de sensor is het grootste nadeel van de J3 het menu. Niet omdat deze onoverzichtelijk is, want met zes duidelijke symbolen en een vlotte menustructuur zit dat wel snor (hoewel het onderdeel ‘beeldverwerking’ wel wat letterlijk vertaald is, waardoor het lijkt op beeldbewerking – hier vind je o.a. de ISO- en witbalans-instellingen). Het is vooral vervelend voor gevorderde gebruikers dat je voor ieder wissewasje het menu in moet. De P/A/S/M-standen zitten immers niet op het programmawieltje, waardoor je hiervoor het menu moet induiken als je wilt schakelen. Iets simpels als een andere ISO-stand kiezen, leidt tot verschillende handelingen waarvoor in totaal vijf keer op een knop moet worden gedrukt. Dat zou al een stuk makkelijker zijn geweest als het scherm aanraakgevoelig zou zijn (zoals bij de meeste concurrenten).

Beeldkwaliteit

De beeldkwaliteit van de Nikon 1 J3 is prima. De foto’s zijn scherp en goed van kleur. De kleurafwijking is minimaal en de witbalans wordt in de automatische stand ook doorgaans goed ingeschat (al is er wel een kleine afwijking). Wat we wel zien is dat de J3 het op de hoge ISO’s moet afleggen tegen de concurrentie. Dat is niet gek, want die gebruiken allemaal grotere sensoren. Verder is het opvallend dat de nieuwe 14 megapixel-sensor het tot en met ISO 800 wat slechter doet dan de oude 10 megapixel sensor (die nu in de S1 zit), terwijl hij op ISO 1600 gelijk of marginaal beter scoort.

ISO 800, 1600, 3200 en 6400.

Tot en met ISO 1600 is er amper sprake van ruis, wat een goede prestatie is. Op ISO 3200 verandert dat en begint ruis de eerste destructieve vormen aan te nemen. Toch is deze stand nog goed bruikbaar. Dat geldt niet echt voor ISO 6400, want dan lijdt de beeldkwaliteit er behoorlijk onder, zowel in egale gebieden als contrastrijke delen. Kleurruis is duidelijk zichtbaar en laat zich ook niet zo makkelijk wegpoetsen. Ook neemt de kleursaturatie duidelijk af.

chart (17)

chart (14)

chart (15)

chart (16)

Conclusie

De Nikon 1 J3 is een prima camera. De wijzigingen ten opzichte van zijn voorganger, de J2, zijn beperkt, maar als we de J3 vergelijken met de eerste lichting systeemcamera’s van Nikon, dan is er zeker vooruitgang geboekt. De resolutie is iets opgeschroeft, waardoor de camera op dat vlak minder afwijkt van de concurrentie. En er zijn allerlei kleine wijzigingen toegepast, waardoor de camera beter uit de verf komt. In de praktijk is de Nikon 1 J3 bijzonder prettig in gebruik. Hij reageert zeer vlot, gaan aan wanneer je de lens uitschuift en stelt razendsnel scherp. Ook is hij vrij compact en licht, al zijn er meer systeemcamera’s van deze omvang.

Natuurlijk hebben we wel een paar kanttekeningen. De evolutie ten opzichte van zijn voorgangers is beperkt. De J3 heeft weliswaar dezelfde sensor als de V2, maar verder is er weinig verschil ten opzichte van de J2. Dat het programmawieltje is verhuisd naar de bovenzijde is prima, maar het is jammer dat Nikon deze nog steeds niet heeft voorzien van PASM-standen (zoals bij de V2). Daar is ruimte genoeg voor. Daardoor moet je nu veel tijd doorbrengen in het menu, wat vooral gevorderde gebruikers zal tegenstaan. Verder missen we nog wat andere zaken, die we wel bij de concurrentie tegenkomen, zoals een kantelbaar scherm, gps en wifi (voor het laatstgenoemde is wel een adapter beschikbaar). Jammer, want er is behoorlijk wat concurrentie in de markt.

Pluspunten

  • Compact
  • Zeer compacte objectieven
  • Camera gaat snel aan en uit
  • Goede beeldkwaliteit (tot en met ISO 3200)
  • Zeer snelle aufofocus (contrast- èn fasedetectie)
  • Full HD 1080p video (30 bps)
  • Stereo microfoon
  • Autofocus tijdens het filmen

Minpunten

  • Kleine sensor
  • Beperkte mogelijkheden met scherptediepte
  • Geen PASM-standen op het programmawiel
  • Geen aanraakgevoelig scherm
  • Veel handelingen in het menu
  • Beperkte vooruitgang ten opzichte van J2
  • Weinig extra’s (geen kantelbaar scherm, touchscreen, gps, wifi)

 

Hieronder vind je wat extra beeldmateriaal

De J3 in vergelijking met de S1. Zoek de verschillen…

Pin It
SCORE
  • Beeldkwaliteit75%
  • Prestaties80%
  • Specs en mogelijkheden70%
  • Bediening70%
  • Prijs-prestatie80%
EINDCONCLUSIE75%

Description...

Jeroen

is mede-oprichter van FotoVideo.nu, schrijver van diverse (foto)boeken en auteur voor verschillende tijdschriften. Hij fotografeert sinds 1994 met een spiegelreflexcamera en geeft ook af en toe presentaties en workshops over fotografie. Volg Jeroen ook op Twitter.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *