Olympus Pen E-P3 review

Door -

Olympus heeft de Pen E-P3 een flink aantal verbeteringen meegegeven. Allereerst zijn er de zeer snelle autofocus en 35 autofocuspunten, waarop we later in deze review concreet terug zullen komen. De snelheid hiervan is mede te danken aan de Truepic VI engine, wat feitelijk een chip is met twee processors erop. Dankzij deze chip is een foto vrijwel direct na het maken zichtbaar. Ook zou de camera minder ruis en betere kleurweergave bieden dankzij de chip. Volgens Olympus zou de sensor door het bedrijf zelf ontworpen zijn en door ‘een derde partij’ (waarvan het een publiek geheim is dat dit Panasonic is) worden geproduceerd. Om dit te staven is de instelbare lichtgevoeligheid van de camera verhoogd van 6400 naar maar liefst 12.800. Ondanks deze claim, toont de sensor geen groot verschil met de eerdere generatie, zoals die in de in januari aangekondigde E-PL2 (zie de pagina’s over ‘beeldkwaliteit’ in deze review). Een andere verbetering is het ingebouwde autofocushulplicht. Hierdoor is de camera in staat om ook bij weinig licht snel de atstand tot het onderwerp te bepalen en de juist scherpstelling te kiezen. 

Ter vergelijking: de Pen E-P3 boven en de E-P2 onder

Verschil met de Pen E-P2

In vergelijking met zijn voorganger, de E-P2, zijn er een aantal kleine zichtbare verschillen. Zo is de programmaknop verhuisd van de links naar rechts naast de flitsvoet. Ook zit de knop niet meer in de body, maar steekt hij uit – zoals gangbaar is bij de meeste camera’s. De aan-uitknop is naar rechtsbuiten verplaatst. De knop voor belichtingscompensatie zit nu achterop de body. In plaats daarvan is er een (programmeerbare) Fn2-knop bijgekomen. Voor de flitsvoet zitten nu twee inkepingen voor de stereomicrofoon. Ook de flitsvoet met daaronder de accessoirepoort (waarmee allerlei apparaten, zoals een elektronische zoeker, direct met de body kunnen communiceren) is ongewijzigd. Wat wel een opvallende wijziging is, is de toevoeging van een pop-up flitser. De voorgangers, de E-P1 en de E-P2, hadden geen flitser aan boord. Deze moest als accessoire worden aangeschaft. Dit is wat ons betreft een waardevolle toevoeging. Het is des te vreemder dat bij het goedkopere model, de E-PL3 (Pen Lite), de interne flitser verdwenen is en extern exemplaar meegeleverd wordt.

Verder is de 14-42 kitlens iets aangepast, maar dat is met name wat betreft uiterlijk en niet optisch. Een ander unicum is de grip aan de voorzijde. Deze is vervangbaar, waardoor je ook een ander soort grip kunt kopen – of eventueel een ander kleurtje. Eventueel kun je hem zelfs helemaal weglaten. De grip zit vast met een grote schroef, die je met je nagel kunt vastmaken en loshalen. Ook is er een dedicated videoknop aan de achterzijde present.

Megapixels

Olympus heeft de resolutie bewust bij 12 megapixels gehouden om de beeldkwaliteit optimaal te houden. Hoewel de camera daardoor op dit vlak wat achterloopt bij de concurrentie is het verschil in resolutie verwaarloosbaar klein. Bovendien stelde recentelijk ruim 90% van de FotoVideo.nu-bezoekers in een enquete dat men liever betere beeldkwaliteit had, dan een hogere resolutie (lees: meer megapixels). Olympus komt ons op dit vlak dus tegemoet. 

Beeldscherm

Het beeldscherm is wel behoorlijk veranderd. Het betreft een heus OLED-scherm (16:9), dat garant staat voor fraaie kleuren, weinig energieverbruik en een zeer grote kijkhoek. Ook is het scherm aanraakgevoelig, waardoor je bijvoorbeeld kunt scherpstellen door op een bepaalde positie op het scherm te tikken. Daarnaast kun je op die manier bepaalde instellingen wijzigen of door je foto’s bladeren. Het scherm reageert behoorlijk vlot. Het is tevens mogelijk om een foto direct via het beeldscherm te maken, zonder dat je op een fysieke knop drukt.

Specificaties (samengevat)

  • ISO 100-12.800
  • 1080i 60fps AVCHD (of MJEG video)
  • In-body beeldstabilisatie (mechanisch)
  • OLED aanraakgevoelig 16:9 breedbeeld scherm (610k)
  • 35 punts autofocus
  • Ingebouwde pop-up flitser
  • Verwisselbare grip
  • Iets ander knoppenspel
  • Dedicated videoknop
  • 3 foto’s per seconde

Begin juni heeft Olympus drie nieuwe Pen-camera’s aangekondigd, waaronder het topmodel – de Pen E-P3. Naast algemene verbeteringen, zoals de nieuwe ingebouwde flitser en nieuwe creatieve Art-standen, pronkt Olympus met name met de sterk verbeterde autofocussnelheid. De camera zou loeisnel scherpstellen, iets wat bijzonder is voor een systeemcamera als de Pen, omdat deze – in tegenstelling tot een spiegelreflex – niet over een spiegel en autofocussensor beschikt. Olympus gebruikt ‘contrastdetectie’, een techniek die een slechte naam heeft opgebouwd, omdat vrijwel alle compactcamera’s deze gebruiken om scherp te stellen en dat meestal niet zo snel doen. Olympus claimt dat de nieuwe Pen E-P3 zelfs sneller is dan haar E-30 en professionele E-5 spiegelreflex. Zelfs sneller dan iedere spiegelreflex.

Historie

Twee jaar terug kondigde Olympus haar eerste ‘Pen’ camera aan. Deze viel met name op door zijn ‘retro’ uiterlijk van metaal. Hij zag er weliswaar van buiten wat ouderwets uit, maar van binnen was hij hypermodern. Dat maakte hem tot een hippe gadget. De camera was anders dan anders; je wilde er mee gezien worden. Na vier modellen staat inmiddels de derde generatie voor de deur. Aan het uiterlijk is opnieuw weinig veranderd, op wat tweaks hier en daar na. De camera is vooral met z’n tijd meegegaan, technisch flink verbeterd en zeer gericht op gebruiksgemak (met z’n eenvoudige bediening en leuke art-effecten).

Bediening

Dat de camera echt bedoeld is voor iedere consument, met en zonder ervaring, toonde Olympus aan tijdens een persevenement in Wenen. Terwijl gevorderde fotojournalisten al snel de P/A/S/M-standen opzochten en uitvogelden hoe ze de ISO-stand konden wijzigen, ontdekte de zogenaamde lifestyle-pers dat je ook zonder fotografische kennis en ervaring makkelijk mooie foto’s kon maken. Het knoppenspel is overzichtelijk en een beginner hoeft eigenlijk alleen maar op de ontspanknop te drukken. Daarbij is het fijn dat de camera snel reageert. Wat het nog makkelijker maakt is dat de P3 is uitgerust met een aanraakgevoelig scherm, waarbij je op het scherm het focuspunt kunt bepalen door simpelweg op het juiste onderwerp te klikken. Desnoods kun je met datzelfde scherm ook de foto direct maken, zonder dat je de ontspanknop aanraakt. Wat ook erg in de smaak viel was de speciale Art-stand met ingebouwde effecten. Iedere fotoleek kan daarmee een indrukwekkend bewerkte foto maken, waarbij het net lijkt alsof je een Photoshop-expert bent. Gevorderde fotografen zullen waarschijnlijk wat minder happig zijn op deze functie.

Olympus heeft zonder meer gelijk dat de grootste verbetering aan de E-P3 de autofocussnelheid is. De oudere modellen van dit type waren ook al niet traag te noemen en de Samsung NX11 en Panasonic G3 evenmin. In die zin hebben systeemcamera’s (CSC’s) met contrastdetectie een flinke inhaalslag gemaakt op spiegelreflexcamera’s (D-SLR’s) die fasedetectie gebruiken. De troef van een D-SLR was altijd de spiegel en de speciale autofocussensor (die dankzij een subspiegel in direct contact staat met het binnenkomende beeld). Maar dit verschil wordt nu kleiner en kleiner. Olympus stelt dat de autofocus van de Pen de snelste ooit is. Sneller dan de Panasonic GH2, sneller dan de Olympus E-5 en zelfs sneller dan iedere andere camera met verwisselbare lenzen. Dus ook sneller dan een professionele Canon 1D-serie of Nikon D3(X).

Praktijktest

Tijdens de test hebben we de Pen P3 direct vergeleken met een Canon EOS 5D Mark II en een Sony NEX 5. De camera’s stonden op een vaste positie, waarbij we verschillende onderwerpen gebruikt hebben (waarvan er in het filmpje twee te zien zijn) op verschillende afstanden tot de camera. Een samenvatting van deze test kun je zien in de video op de volgende pagina.

Constrast- vs fasedetectie autofocus

Het verschil tussen fasedetectie en contrastdetectie is dan duidelijk zichtbaar. Bij fasedetectie wordt een onderwerp door twee microlensjes vanuit de linker- en rechterpositie van de autofocussensor uitgelezen. Door het beeld te vergelijken wordt gedetecteerd of er sprake is van back- of frontfocus, waarna de positie van het onderwerp ten opzichte van de camera kan worden vastgesteld en daardoor ook de juiste positie om scherp te stellen. Contrastdetectie werkt anders. Dit meet de contrastwaarden van aangrenzende pixels op de beeldsensor net zo lang totdat het grootste contrast, oftewel de juiste scherpstelpositie, is gevonden. Contrastdetectie heeft een onderwerp met een hoog contrast nodig om het scherpstelpunt te kunnen vinden. In weinig licht werkt het beduidend minder goed. 

Toelichting op het filmpje: Het geluid is stereo. Net als in beeld hoor je linkercamera min of meer aan de linkerkant en de rechter aan de rechterkant. Helaas gebruiken Olympus en Canon nagenoeg hetzelfde piepje, zodat ze wat lastig te onderscheiden zijn. Bij Canon zie je het moment van scherpstellen niet, bij Olympus wel (een symbool op het scherm). Bij Sony is het verschil duidelijker, omdat deze een andere pieptoon gebruikt. Er wordt handmatig steeds op hetzelfde moment op de knop van beide camera’s gedrukt (bij Canon door middel van een afstandsbediening). De 5D is steeds een fractie eerder dan de Pen.

Bij contrastdetectie scant de camera als het ware het beeld totdat het juiste contrast is gevonden en dat kost wat tijd. En dat is in het onderstaande filmpje ook te zien. Met een object op een nieuwe positie doen een spiegelreflex en een de Pen P3 er nagenoeg even lang over om het scherpstelpunt te vinden. Daarna is de spiegelreflex steeds een fractie sneller, doordat het juiste scherpstelpunt direct gevonden wordt. Bij de close-up van de Pen is duidelijk te zien wat contrastdetectie doet tijdens het scherpstellen en dat dit tijd kost. Ook is te zien dat de Pen in het donker beduidend langzamer is, ondanks de hulp van het autofocushulplicht.

Onze conclusie

Bij het bovenstaande moet worden opgemerkt dat de drie jaar oude Canon 5D Mark II niet bekend staat om zijn snelle autofocus. De 1D-serie, evenals de professionele Nikon reflexen, zijn nog beduidend sneller. De claim dat de P3 de snelste autofocus heeft van alle camera’s met verwisselbare lenzen kunnen we dus niet bevestigen. Het komt er echter wel erg dicht in de buurt. In de praktijk is het verschil – bij goed licht – verwaarloosbaar klein. En daarmee staat de USP van D-SLR’s – snelheid – onder druk. Echter, zoals gezegd zijn de prestaties onder slechte lichtomstandigheden nog lang niet op een niveau van een D-SLR. Buiten in het donker hebben we regelmatig gehad dat de Pen erg lang deed over het scherpstellen en soms simpelweg met onscherp beeld op de proppen kwam. Met snel bewegend beeld heeft de Pen ook wat moeite. De camera heeft een goede trackingfunctie, maar voor sport is hij niet echt geschikt. Het beeld beweegt dan te snel en de contrastautofocus is dan simpelweg te traag. Fasedetectie blijft op dat vlak superieur… voorlopig.

Zouden we dezelfde test doen op basis van Live View op een D-SLR, dan wint de Pen (en iedere andere systeemcamera) met gemak. Zeker de huidige generatie Canon-camera’s is op dat vlak bijzonder traag.

Systeemcamera’s

In de vergelijking met de Sony NEX 5 kun je zien dat de Pen P3 duidelijk een stuk sneller is. Dat geeft dan ook meteen de knappe prestatie aan van Olympus. Mede op basis van onze recente test van de Panasonic G3, de Samsung NX11 en de Sony NEX 3 en 5, kunnen we zonder twijfel stellen dat Olympus met de derde generatie Pen de snelste systeemcamera van dit moment heeft geproduceerd, die nauwelijks onderdoet voor een spiegelreflexcamera. In de praktijk is de camera zo snel dat je simpelweg richt en klikt en de foto wordt direct gemaakt. 

 

Hoewel Olympus niet de enige fabrikant is met een scale ingebouwde filters (lees: ingebakken bewerkingen) is de ART-modus op het programmawiel erg leuk om mee te spelen. Met de Scene-stand kun je op bepaalde omstandigheden inspelen (zoals kaarslicht, zonsondergang, landschap en dergelijke). De art-stand maakt het mogelijk om zonder ingewikkelde instellingen een fraai effect te behalen dat vrienden en familie de wenkbrauwen doet fronsen.

Eén van die functies is een HDR-achtige stand. Voor de één over-the-top, voor een ander een manier om een foto meer pit te geven waardoor hij anders dan anders wordt. Zie bijvoorbeeld de foto hieronder. Het origineel geeft de werkelijkheid weer. Als je met de muiswijzer over de foto heengaat zie je de art-stand waarbij het contrast enorm is verhoogd en details in schaduwen en hooglichten weergegeven worden.

Beweeg met de muiswijzer op de foto om het verschil te zien

Combinaties

Het interessante is ook dat art-instellingen gecombineerd kunnen worden. Het is dus bijvoorbeeld mogelijk om HDR te combineren met vignetting en een wit randje om een foto. Een simpele foto ziet er daardoor al snel kunstachtig uit. En iedereen kan het – zonder bewerkingen op de computer.

Miniatuur

Het maken van miniatuurfoto’s is momenteel ook een trend. Traditioneel kon dit alleen met gigantische dure tilt-en-shift lenzen, maar tegenwoordig kun je kunstmatig via software ook een heel eind komen. De Pen kan dit ook, al is hij niet de enige.

De foto’s die de P3 produceert zijn erg goed, zowel buiten als binnen. Hieronder zie je een aantal foto’s overdag en in avondlicht. Die in avondlicht zijn gemaakt met een ISO-waarde van 2000. De daglichtfoto’s zijn gemaakt in de Auto-ISO stand. Klik op de foto’s om ze op groot formaat te bekijken.

Olympus Pen E-P3

Olympus Pen E-P3

Olympus Pen E-P3

Olympus Pen E-P3

Hieronder zie je een foto die binnen is gemaakt, bij kunstlicht (witbalans op auto). Daaronder staat een close-up, waarbij de kwaliteit op 100% is te beoordelen. Zoals je kunt zien levert de P3 scherpe en gedetailleerde plaatjes af.

Tijdens het persevenement in Wenen hadden we naast de E-P3 hadden we ook de Canon 5D Mark II in gebruik. Sommige foto’s zijn zowel met de Pen als de 5D gemaakt, respectievelijk met de nieuwe 12mm f2 lens en de 24-105 f4 L IS (op 24mm, dus dezelfde beeldhoek). Het is interessant om te zien hoe beide camera’s omgaan met contrast, detail en vertekening (de 24-105 heeft aan de groothoekzijde last van vertekening). Het is wel duidelijk dat Olympus in de standaardmodus wat bewerkingen loslaat op de foto’s. De kleuren zijn wat warmer en meer verzadigd en details worden verscherpt. Zaken die de gemiddelde consument, die liever niet te veel tijd kwijt is aan fotobewerking, wel kan waarderen, maar de fotopuristen onder ons iets minder.

Olympus PEN P-3 (en als je met de muiswijzer op de foto gaan staan, de 5D Mark II)

Als we een uitsnede van het bovenstaande beeld rechtstreeks vergelijken dan is het overduidelijk dat de 5D meer details biedt, dankzij de 21-megapixel fullframe-sensor. Het beeld van de Pen is echter alles behalve slecht: scherp en gedetailleerd.

Links de 5D Mark II, rechts de Pen P3

Een uitsnede van de foto erboven. Links de 5D Mark II, rechts de Pen P3

Ten opzichte van de E-P2 en de E-PL2 hebben we geen grote verbetering op het gebied van ruis kunnen waarnemen. Deze verbetering is dan weer niet zo groot dat de toevoeging van een ISO 12.800 te verantwoorden is. Tot en met ISO 1600 blijft de ruis redelijk onder controle en is alles behalve storend. Deze stand is prima bruikbaar. Vanaf ISO 3200 wordt het tricky. Deze stand is nog wel bruikbaar, maar ruis is duidelijk zichtbaar en de foto’s beginnen al wat aan kleur te verliezen. Zoals we al stelden in onze preview een maand terug, zijn ISO 6400 en 12.800 wat ons betreft volstrekt onbruikbaar. Niet alleen gaat de ruis dan overheersen, ook verliest de foto enorm aan kleur. Op ISO 12.800 is het haast een monochroombeeld geworden. Je kunt het onderstaande beeld op 100% bekijken door er op te klikken.

Gekleurd grijs

Dat kun je ook goed zijn aan het volgende plaatje, wat een viertal grijsvlakken toont. Een grijsvlak is zoals de naam al aangeeft grijs, dus je zou geen kleur moeten zien. Op ISO 6400 en 12.800 wordt het beeld echter langzaam paars van de ruispixels. 

Sony NEX 5

Als we deze beelden vergelijken met een concurrerende systeemcamera als de Sony NEX 5, dan is het overduidelijk dat Sony de ruis een stuk beter onder controle heeft op de hoge ISO’s. De grotere (APS-C) sensor speelt een rol, maar ook het productieproces en de ruisalgoritmes heeft Sony beduidend beter onder controle. Het verlies van kleur is beduidend kleiner dan bij Olympus.

Los van de studiofoto’s op de vorige pagina hebben we ook een flink aantal praktijkfoto’s gemaakt, die je al eerder in onze preview zag opduiken. Ook hierbij is duidelijk dat de E-P3 prima foto’s maakt op ISO 1600. ISO 3200 is nog net te doen, maar de beeldkwaliteit is zichtbaar achteruit gegaan. Dit is met name te zien aan het ruispatroon dat zichbaar wordt (vooral op donkere en egale achtergronden), maar ook aan het verlies van scherpte en kleur. ISO 6400 en met name 12.800 is een absolute no-go. Op ISO 12.800 sneeuwt het van de kleurruis, terwijl het overduidelijk is dat de softwarematige ruisreductie het niet meer kan bijbenen. Als gevolg hiervan verliest een foto zeer veel kleur en verdwijnen details als sneeuw voor de zon.

De beeldkwaliteit die de sensor aflevert is goed, maar niet beduidend beter dan die van de oudere Pen-modellen

Kleurzweem

ISO 12.800 is een onbruikbare stand die Olympus simpelweg niet had moeten toevoegen. In vergelijking met een foto op een lagere ISO-waarde is het kleurverschil extreem groot. Simpel gezegd blijft er een foto met een rood-bruine zweem in de foto’s over (het paard in de foto hieronder is bijvoorbeeld in het echt groen). Los daarvan zit de foto vol met ruis (willekeurige kleurpatronen) en van details blijft ook niet veel meer over. Alles wordt simpelweg onscherp. Wie de camera per ongeluk op de hoogste ISO-stand laat staan, kan al deze foto’s direct in de digitale prullenbak gooien.

De Pen E-P3 is zonder twijfel een aanzienlijke vooruitgang ten opzichte van de vorige generaties. De verschillen zitten hem niet zozeer in ‘kleine’ verbeteringen als de ingebouwde flitser en de creatieve filters, maar vooral in de sterk verbeterde autofocussnelheid. De claim van snelste autofocus van alle camera’s met verwisselbare lenzen, vinden wij wat overdreven. Maar toegegeven, het verschil is extreem klein en in de praktijk nauwelijks merkbaar. Een uitzondering hierop zijn situaties met slecht licht en snel bewegende objecten, want op dat vlak blijft het verschil met een spiegelreflex aanzienlijk. 

Ondanks deze lovende woorden zijn we ietwat teleurgesteld in de beeldkwaliteit. Op dat vlak is namelijk eigenlijk geen vooruitgang geboekt ten opzichte van de eerdere Pen-modellen – althans, de verschillen zijn nauwelijks zichtbaar. Het moet gezegd worden, tot en met ISO 1600 presteert de Pen P3 uitstekend en ook ISO 3200 kan er nog mee door. Daarna wordt het echter snel minder, waarbij scherpte, kleur en details verdwijnen als sneeuw voor de zon. We vragen ons af wie bij Olympus heeft bedacht om een ISO 12.800-stand toe te voegen, want deze is simpelweg waardeloos – echt compleet onbruikbaar! Datzelfde geldt eigenlijk al voor ISO 6400, waarbij behoorlijk wat kleur en details verloren gaan, zoals te zien in onze testfoto’s. Die laatste twee standen kun je het beste vermijden. Overigens is Olympus niet de enige fabrikant die zich schuldig maakt aan deze marketingtruc.

Voor consumenten die weinig aan beeldbewerking doen, is deze Pen mede aantrekkelijk dankzij de ingebouwde Scene-standen en met name de Art-filters, die met weinig moeite al snel tot fraaie resultaten leiden. Wie lui is kan zelfs bracketing toepassen op de filters en zo bijvoorbeeld vier foto’s met verschillende effecten opslaan (en thuis een selectie maken). 

De E-P3 ligt binnenkort in de winkels met een adviesprijs van € 799 voor de body en € 899 inclusief kitlens. Wat prijs betreft zit hij daardoor in hetzelfde segment als de middenklasse spiegelreflexcamera’s in de consumentenmarkt, zoals de Nikon D5100 en de Canon 600D. Dat betekent pittige concurrentie. Als het op prijs aankomt is de Pen Lite (E-PL3) aanzienlijk voordeliger met een adviesprijs van € 599 inclusief kitlens. 

Als we onze testkaarten, gemaakt in de studio, laten benchmarken door professionele testsoftware (Imatest) dan rollen daar harde getallen uit. Met het blote oog heb je wellicht een indicatie van de kwaliteit, maar het is erg lastig en al snel subjectief om daar een waardeoordeel aan te hangen in de vorm van een cijfer. Onze testsoftware doet dit zonder probleem, onbevoordeeld en op basis van identieke condities.

Als we de waarden van de Olympus Pen E-P3 met die van eerder geteste camera’s dan is de onderstaande grafiek het resultaat. Deze toont het ruispercentage op ISO 3200, waarbij de P3 direct wordt vergeleken met concurrerende systeemcamera’s als de Sony NEX 3, Samsung NX100 en Panasonic G3 (de laatste). Het resultaat – lager is beter – is niet slecht, maar Olympus ligt wel duidelijk op achterstand ten opzichte van de APS-C sensor van de Sony NEX-5 evenals die van de Nikon D5100 en de Canon 600D en 1100D (wel in de vergelijking meegenomen, maar niet in de grafiek te zien).

Maar alleen ISO 3200 is geen interessant eikpunt. Het interessanter om te zien hoe de ruisontwikkeling verloopt, van laag naar hoog. Dat geeft ook een completer beeld in vergelijking met de concurrentie. Zoals bekend presteert de Samsung NX11/NX100 niet echt goed op dit vlak en scoort op alle ISO’s de hoogste ruiswaarden. Het is dan des te interessanter om te zien dat de Olympus Pen P3 tot ISO 1600 verrassend goede ruisprestaties biedt. Het resultaat is redelijk in lijn met dat van de Sony NEX-5 (en op ISO 1600 zelfs marginaal beter). Echter, na ISO 1600 gaat de lijn vrij snel omhoog. Op zowel ISO 3200 als ISO 6400 doet de Sony het duidelijk beter en wordt het verschil steeds groter. Zoals gemeld in de test van de Panasonic G3 maakt deze camera op ISO 6400 een opvallende ‘buiging’ waardoor het ISO 6400 resultaat nauwelijks slechter is dan dat op ISO 3200. Als Olympus dezelfde technologie zou gebruiken als Panasonic op de hoge ISO’s, dan hadden we een absolute winnaar.

Achtergrondinformatie testmethodiek

We berekenen de ruis in de grijswaarden op twee verschillende manieren. Allereerst wordt bepaald wat het verschil in helderheid (in bits) is tussen het donkerste (zwarte) en het lichtste (witte) vlak. Dit is het maximale helderheidsverschil in de foto en stellen we op 100%. Daarna wordt op zes grijsvakken (zwart tot wit) bepaald wat de gemiddelde helderheidsverschillen binnen de vakken oftewel de ruis is. De grootte van dit verschil wordt afgezet tegen het eerder bepaalde maximale helderheidsverschil en op die manier rollen er ruiswaardes in procenten uit de test. 1% ruis betekent dus dat het fluctueren van de helderheid binnen een vlak met egale kleur 100 keer zo klein is als het maximale helderheidsverschil. Idealiter zijn egale kleurvlakken helemaael egaal: 0% ruis dus.

De waarden die getoond worden zijn het gemiddelde van de meting van de vier middelste grijsvlakken, variërend van donkergrijs tot lichtgrijs. Pixels bestaan uit vier elementen: Rood (R), Groen (G), Blauw (B) en de helderheid (Y) en voor elk van de elementen wordt de ruiswaarde afzonderlijk berekend. Wij berekenen uiteindelijk ook een gemiddelde van deze vier waardes, wat uiteindelijk gebruikt kan worden als een goede maat voor de gemiddelde ruis van de sensor. Uiteraard geldt nog steeds: hoe dichter bij 0% hoe beter. De testsoftware maakt hierbij onderscheid tussen middelgrijs (50% grijs) en gemiddeld grijs (20-80%, oftewel alle grijsvlakken behalve wit en zwart). 

Pluspunten:

  • Relatief compact
  • Bijzonder retro uiterlijk
  • Zeer snelle autofocus
  • Ingebouwde flitser
  • Autofocus hulplicht
  • 1080p Full HD video
  • Aanraakgevoelig (OLED) scherm
  • Tot en met ISO 1600 uitstekende beeldkwaliteit
  • Ingebouwde beeldstabilisatie (sensor shift)
  • Autofocus tijdens het filmen
  • SDXC-compatibel

Minpunten:

  • Beeldkwaliteit niet echt verbeterd
  • ISO 6400 en 12.800 onbruikbaar
  • Erg verzadigde kleuren
  • Geen aansluiting voor externe flitser of microfoon
  • Geen dedicated ISO-knop
  • Geen apart SD-slot
  • Relatief prijzig

Eindoordeel

Al met al levert Olympus met de Pen E-P3 een mooi product af. De autofocussnelheid is fenomenaal voor een camera zonder spiegel en dat maakt de Pen ook erg prettig in gebruik, omdat hij razendsnel reageert. De ingebouwde flitser is ook een pluspunt, omdat we dit echt een gemis vonden op de oudere Pen-serie. De beeldkwaliteit is dan wel niet met dezelfde sprongen toegenomen als de autofocus, maar desondanks presteert de P3 tot en met ISO 1600 bijzonder goed (en ook ISO 3200 kan ermee door). De PEN E-P3 krijgt daarom de Silver-award.

FotoVideo.nu gebruikt voor camera- en lenzentests verschillende testkaarten en -opstellingen. De resultaten bekijken we met behulp van verschillende softwarepakketten. Op die manier is het bijvoorbeeld mogelijk om beelden naast elkaar te leggen en eenvoudig het verschil in kwaliteit te zien. Voor complexere zaken, zoals kleurafwijkingen, die nauwelijks objectief met het blote oog zijn waar te nemen, gebruiken we professionele testsoftware die ook in de camera-industrie gangbaar is, namelijk Imatest. De uitkomsten zijn redelijk wetenschappelijk en daardoor niet voor iedereen begrijpelijk en interessant, maar voor de volledigheid publiceren we ze erbij.

De afbeelding hierboven geeft de kleurafwijking aan, gebaseerd op een door de Olympus Pen E-P3 geproduceerde foto (ISO 200) van een professionele testkaart. In het centrum van een kleurenvlak zie je de kleur zoals die officieel zou moeten zijn. Deze kleur is afgestemd op de gebruikte kleurtemperatuur van de camera, die beïnvloed wordt door omgevingslicht. In het kleine vlakje rechts in het centrum zie je de oorspronkelijke kleur zonder correctie. Onderin zie je de witbalansfouten op basis van zes grijsvakken (wit, 20, 40, 60 en 80% grijs en zwart). De kleurverzadiging hiervan is opzettelijk aangedikt zodat je het verschil goed kunt zien. Op basis hiervan kun je zien hoe goed de handmatige witbalans werkt. Aan het deel tussen de rode haakjes is de witbalansafwijking goed af te lezen (0 = perfecte grijstint, 1 = volledige kleur). Uit de test bleek dat de Pen P3 vrij gesatureerde beelden aflevert. Deze waren maar liefst 15,6% meer verzadigd wat betreft kleur dan in de werkelijkheid. Een reden voor gevorderde fotografen om dit in de camera handmatig wat naar beneden bij te stellen, of om vooral het RAW-formaat te gebruiken. 

Kleurruimte

Als je bovenstaande grafiek inclusief de gekleurde vlakken vertaalt naar de afwijking in de (CIELAB) kleurruimte, dan krijg je het onderstaande resultaat. Bij de combinatie van vierkantjes en cirkeltjes staat telkens een getal, dat overeenkomt met de 18 kleurvakken in het testpatroon. Het vierkantje geeft aan wat de kleur moet zijn in het geval van perfectie. Het cirkeltje is de kleur zoals die door de camera is geproduceerd. Oftewel: je ziet een visuele weergave van de kleurafwijking. Wat verder interessant is, is de verzadiging. Zoals gezegd passen fabrikanten vaak kleurverzadiging toe zodat kleuren er meer uitspringen. Tot op zekere hoogte is dat prima, maar op een gegeven moment wordt het onwerkelijk.

 

Hieronder zie je extra foto’s, video’s en resultaten:

Olympus Pen E-P3 test footage 1 (www.fotovideo.nu) from FotoVideo.nu on Vimeo.

Olympus PEN (E-P3) test footage 3 (www.fotovideo.nu) from FotoVideo.nu on Vimeo.

Pin It
Jeroen

is mede-oprichter van FotoVideo.nu, schrijver van diverse (foto)boeken en auteur voor verschillende tijdschriften. Hij fotografeert sinds 1994 met een spiegelreflexcamera en geeft ook af en toe presentaties en workshops over fotografie. Volg Jeroen ook op Twitter.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *