Praktijktest: Foto- of videocamera voor film? (II)

Door -

Het beeld naar de hand zetten

In plaats van alles op de nabewerking aan te laten komen is het beter om het type ISO waarde en de beeldprofiel vast te stellen. Deze twee zaken hebben betrekking op aspecten in de camera die voor de digitale conversie, respectievelijk compressie plaatsvinden.

ISO

Ruisniveaus bij diverse ISO waarden door Amila C. Kumarasinghe

Native

+1/3 stop

-1/3 stop

100

125

160

200

250

320

400

500

640

800

1000

1250

1600

2000

2500

3200

4000

5000

6400

Op de 60D loopt het ISO bereik van 100 tot 6400 (met een boost naar 12800), maar ruisniveau is niet lineair. Er zijn drie typen ISO waarden die kunnen worden gekozen. De richting die in deze test is genomen is de ‘oude’ aanbevolen richting. Door diverse cineasten zijn testen gedaan waaruit bleek dat de ‘native ISO’ waarden 160, 320, 640, 1250 en 3200 zouden zijn. Met de andere ISO waarden is er meer ruis. De ‘native ISO’ waarden werden en worden dan ook aanbevolen.

Echter, wat er in werkelijkheid gebeurt is een correctie van 1/3e stop ten opzichte van de native ISO waarde 100 van de sensor (bij Canon) met diens versterking 200, 400, enz, een gelijke implementatie als bij fotografie. Omdat de sensor in een digitale camera maar één gevoeligheid heeft, de native ISO, moet het signaal (elektrisch) worden versterkt voor hogere gevoeligheid. De versterkingsfactor waarmee de versterker werkt wordt uitgedrukt in dB aan gain. Omdat de versterking plaatsvindt aan de hand van het analoge signaal, voor de analoog naar digitale verwerking, is de keuze van ISO echt wat anders dan de digitale aanpassing in de nabewerking. De ISO waarden die of native zijn of een versterking daarvan staan in de eerste kolom. In het geval van ISO waarden in de kolom van 125 wordt de belichting met 1/3e stop verhoogt ten opzichte van (de versterkte) ISO 100. De toename van ruis is evident. Met ISO 160 is er juist een verlaging van 1/3e stop ten opzichte van ISO 200. Bij het doorbladeren van de ISO waarden is het ritme dan ook native, +1/3 stop, -1/3 stop. Wat feitelijk dus gebeurt bij de ‘native ISO’ waarden is een verlaging (verplaatsing) van het gebruikte dynamische bereik. Hierbij wordt het onderste deel van het dynamische bereik onder het 0 IRE gebied gedrukt; verlies van details in het donkere gebied. De verplaatsing van het gebruikte dynamische bereik beïnvloedt niet hoeveel details er kunnen worden opgenomen in de lichte gebieden. (Josh Silfen gaat hier in een goed artikel op in en geeft ook aan dat het deels een persoonlijke kwestie is.) De vraag is waar de gebruiker de voorkeur aan geeft. Maximalisatie van het gebruikte dynamisch bereik of beperkte ruis uit de camera.

Beeldprofiel

Deels gerelateerd aan het dynamisch bereik is het beeldprofiel. In de camera kan een keuze worden gemaakt uit diverse profielen, maar ze kunnen ook worden gemaakt in en buiten de camera. In de test is er in de camera een beeldprofiel aangemaakt waarbij de verscherping, contrast en verzadiging waren teruggedraaid. Dit biedt wat meer mogelijkheden bij de correctie, maar is echt maar het begin. Middels de applicatie EOS Utility is het ook mogelijk om een profiel op de camera te zetten (meer informatie over beeldstijlen en een stappenplan). Omdat Canon een tijd dominant was op het gebied van de HD-DSLR was het een aantrekkelijk platform om beeldprofielen voor te ontwikkelen en dat is gebeurt… Er zijn diverse beeldprofielen uitgekomen, waar soms grote bedrijven achter zitten. Het voornaamste doel dat daarbij door menigeen wordt nagestreefd is het maximaliseren van het dynamisch bereik. Daarbij wordt wel het totale plaatje beïnvloed, wat in vele video’s op Vimeo is gedemonstreerd. Preston Kanak hiervan presenteert een mooi overzicht van beeldprofielen inclusief video’s van derden en een korte beschrijving wanneer het beeldprofiel nuttig is. Een advies dat in het artikel van Preston ter tafel komt en door velen is onderstreept is dat er een beeldprofiel moet worden gekozen dat het gewenste eindresultaat zoveel mogelijk benadert.

Per slot van rekening is de opgeslagen kleurinformatie beperkt bij menig camera, zo ook de 60D. Bij de 60D gaat het om 4:2:0 subsampling. Subsampling hangt samen met het filter van een sensor en geeft aan hoeveel beeld informatie er op de Y’, Cb en Cr kanaal wordt verwerkt (maximaal 4:4:4).  In het geval van de 60D is dit beperkt op het blauwe- (Cb) en rode kanaal (Cr). Zou er te fanatieke kleurcorrectie moeten worden toegepast dan gaat het gemis aan kleurinformatie parten spelen. Voor meer informatie zijn dit, aardige, startpunten.

De keuze van het kleurprofiel en de ISO waarde is dus geen exacte wetenschap aangezien het samenhangt met de gewenste (mogelijke) nabewerking en de gewenste uiteindelijke beeldstijl. Hier zit dan ook echt de meerwaarde in ten opzichte van menig videocamera en andere HD-DSLRs. Het is behoorlijk goed om de gewenste kleurgradering te bereiken.

Controle

Een zwak punt van menig HD-DSLR is de afwezigheid van functionaliteiten om te zien hoe het opgenomen beeld er precies uitziet.

Het potentieel lastigste is de afwezigheid van focus assist of peaking tijdens de opname aangezien de camera ook niet automatisch kan scherpstellen. Voorafgaande aan de opname kan er met de 60D, middels twee knoppen, worden in- en uitgezoomd op het resulterende beeld. De zoomfactor is vijf of tien keer waardoor goed te zien is of de focus van de camera goed is. Het probleem is dat deze functionaliteit tijdens de opname ontbreekt, waardoor aan de hand van het (goede) scherm moet worden vastgesteld of de focus goed is. Zonder is het in de praktijk toch een lastige klus, zeker als de camera en het onderwerp bewegen. Op dat moment is een grotere scherptediepte wenselijk of zelfs noodzakelijk.

Een basisfunctie die helaas ontbreekt bij de 60D is de indicatie van overbelichting (en ook onderbelichting). Op steeds meer videocamera’s is deze functionaliteit geïmplementeerd door met diagonale strepen (zebras) overbelichte delen te duiden. Hierbij is vaak dan ook de optie om de gevoeligheid in te stellen, met minimaal 70 IRE en 100 IRE. De instelling van 70 IRE is gevoeliger en wordt gebruikt om overbelichting van gezichten te voorkomen. Een instelling van 100 IRE wordt gebruikt om te kunnen zien wanneer objecten in het algemeen overbelicht zijn. Bij HD video is boven een IRE index van 100 nog wel detail te verkrijgen, maar daar moet niet op worden geschoten. Het gemis aan een dergelijke functie doet zich vooral voelen in een ongecontroleerde omgeving. De viewfinder heeft als voordeel dat het zonlicht meer kan worden geblokkeerd. Echter, deze werkt niet bij de 60D. Hierdoor is het gevecht met het licht, de veranderde helderheid van het scherm en het resulterende plaatje een uitdaging voor kritische belichting.

Een laatste regelrechte handicap is de monitoring van audio, toch al een zwak punt van menig cineast. De volumemeters zijn alleen te zien in hetzelfde menu waar het volume ingesteld kan worden, niet tijdens de opname! Daarnaast ontbreekt de koptelefoonaansluiting waardoor je echt niet kunt zien en horen wat er gaande is.

Zebra of een vingerafdruk?

Hoewel de camera, mede dankzij de ND filters, prima in staat is om in vol zonlicht opnames te maken, is de bediening ervan lastig. In het setup menu kan de helderheid van de backlight worden ingesteld. Helaas valt de helderheid tegen, zeker in vergelijking met de maximale helderheid van de 60D dat superieur is aan dat van de HF-G10. Daarnaast blijft een nadeel van een touchscreen dat er vingerafdrukken op te zien zijn.

Om toch nog goed te kunnen bepalen of de belichting in orde is kan de zoeker (EVF) worden gebruikt. Daarnaast biedt de EVF in potentie een extra contactpunt, ter stabilisatie, met het lichaam. Helaas valt de waarde van de zoeker op de HF-G10 nogal tegen. Allereerst heeft de EVF een nogal kleine diameter. Daarnaast is de EVF alleen uittrekbaar (wat op eerdere modellen nog wel eens wou ontbreken) maar niet kantelbaar. Dit zou prettig zijn voor op een tripod. De uittrekbaarheid lijkt wel voldoende te zijn om nog bruikbaar te zijn met hoge capaciteit accu’s. Helaas heeft Canon op de HF-G10 de rubber flap rondom de EVF van de XA-10 weggelaten. Gecombineerd met kleine diameter van de EVF wordt zodoende het oog weinig afgesloten van invallend zonlicht.

Opnametijd

Erg prettig is het dubbele opslagsysteem van 32GB intern flash geheugen en daarnaast de twee SDHC/SDXC kaartsloten. De twee kaartsloten kunnen zowel aan relay als aan backup opname doen. In het eerste geval zal er automatisch van opslagmedium worden gewisseld, tot in het ultieme geval in de volgorde van intern naar kaart a naar kaart b. Helaas is er volgens Canon wel een korte pauze bij de wisseling. Er is niet getest hoe lang de stop precies is. Bij backup opname wordt het beeld tegelijk naar beide SD kaarten opgeslagen.

Wat meteen al opviel was het kleine formaat van de accu, de capaciteit is slechts 850mAh. Met zo’n anderhalf uur opnemen was het doorgaans wel gedaan met de accu. Omdat het accucompartiment bij de EVF over gedimensioneerd is kan een hoge capaciteitsaccu worden gebruikt zonder de werkbaarheid te beïnvloeden. Dit komt vooral van pas als de camera allerlei controle mechanismen en alle stabilisatiemechanismen moet inzetten.

Controle

Een sterk punt van de HF-G10, zeker in vergelijking met de 60D, is de aanwezigheid van functionaliteiten om de kwaliteit van de opname in te schatten.

Focus

De HF-G10 heeft zowel Focus Assist als Focus Peaking. De eerste mode vergroot tijdelijk het beeld voorafgaande aan de opname. Daarnaast kan Focus Peaking worden ingeschakeld. Peaking kleurt de delen van het beeld die scherp in beeld zijn. Praktische aanvullingen, maar helaas wat weggestopt in het functiemenu, zijn de peaking kleur (rood, blauw of geel) en de mogelijkheid om de rest in zwart-wit weer te geven. Zeker onder lastige omstandigheden was de combinatie erg prettig om wat beter vast te stellen of de juiste delen in focus waren. Denk hierbij aan een opnamen van kleurrijke bloemen in de zon. Toch waren er ook omstandigheden dat de aangegeven indicatie van de focusafstand nuttig waren om sneller op het juiste gebied scherp te stellen. Daarnaast is het ook indicatief voor de scherptediepte.

Focus assist op de HF-G10

Middels blauwe lijnen is aangegeven op welke objecten is scherpgesteld. Bij de HF-G10 gaat het daarbij om een relatief groot gebied.

Belichting

De HF-G10 heeft zebras die ingesteld kunnen worden op 70 of 100 IRE. Een 70 IRE instelling is nuttig om gewaarschuwd te worden voor overbelichting van gezichten. Zodra over gezichten diagonale strepen komen dan moet de belichting worden gecontroleerd. Hetzelfde gaat op voor 100 IRE met andere objecten in het shot die van belang zijn. Aanvullend hierop heeft de HF-G10 een waveform monitor. De monitor is vooral interessant voor mensen die in een gecontroleerde omgeving zitten en zodoende dynamisch bereik willen optimaliseren en tegelijk clipping (overbelichting) willen voorkomen.

Audio

Op zichzelf heeft de HF-G10 geen opmerkelijke controle middelen voor audio. Een volume meter en een koptelefoonaansluiting zijn aanwezig, waar deze op de 60D verstopt respectievelijk afwezig zijn. Helaas is alleen de volumemeter in beeld en kan het ingaande volume niet erg snel worden aangepast.

In het vorige deel stonden we stil bij de stormachtige ontwikkeling van de HD-DSLR, wat hieraan ten grondslag ligt, wat dit mogelijk maakt en wat dit betekent voor de videocamera’s.

Maar in een tijd die gedomineerd lijkt te worden door HD-DSLRs moet niet worden vergeten dat videocamera’s zich ook ontwikkelen. En omdat ze primair gericht zijn op het maken van video’s lopen ze niet tegen bepaalde problemen van HD-DSLRs aan. Het gevolg is dat beide type camera’s eigen toepassingsgebieden hebben. Waar die liggen en makkelijk het is zal in deze test aan bod komen.

De 60D en de HF-G10

De camera’s in de praktijktest, de Canon 60D en de Canon HF-G10

Verantwoording

Om niet de verkeerde verwachtingen te scheppen is het van belang om op de hoogte te zijn van de opzet van de praktijktest. In deze praktijktest gaat het erom waar je bij de inzet van de twee typen camera’s zoal tegen aan loopt (dit deel) en hoe je daar mogelijk om heen kunt (deel III).

Er worden geen conclusies verbonden aan de beelden omdat het aantal variabelen veel te groot is. Het gaat echt om een praktijktest, het maken van opnames in alledaagse situaties. Er zijn geen testkaarten gebruikt en er is geen poging gedaan om de omgeving te beheersen door bepaalde condities constant te houden, behalve voor wie [behoudens diegene die] de test uitvoert en de onderwerpen. Daarnaast zijn de twee camera’s uit de praktijktest totaal verschillend. Wie de camera bedient moet hem echt goed kennen om ze vergelijkbaar te maken. Het gaat dan onder meer om de lastige en arbitraire keuze welke (tweede) lens er voor de 60D nodig is om de ‘bodies’ echt te kunnen vergelijken. Maar ook de beeldstijl zou op dusdanige wijze moeten worden gekozen dat deze voor een breed publiek interessant  is, wat tot meerdere beeldstijlen per camera zou leiden. Hoewel lang de tijd is genomen om de camera’s goed te leren kennen zou het simpelweg te veel tijd en onderzoek kosten om een zorgvuldig, alomvattend, objectief en correct antwoord te kunnen geven. Dit staat dan nog los van de vraag of een dergelijk antwoord, komende van één partij, mogelijk is.

De waarde van de test zit in de bespreking van de zaken die vaak achterwege blijven, die niet in de handleiding staan of direct in de video te zien zijn. De dingen die je moet doen om de opname te maken, in het echt, met de bijbehorende spanning…

Om een gefunceerde tekst te schrijven is veel getest en zodoende veel testmateriaal verzameld. In de volgende twee video’s is een impressie te zien van een bonte verzameling beelden die daaruit kwamen. Het gaat hierbij met nadruk om testmateriaal, waarbij diverse dingen werden uitgetest. Zo zitten er opnames bij waarin maximaal ingezoomd is en bijvoorbeeld de powered image stabilisation op de HF-G10 niet is ingezet. Diverse shots vertonen dan ook een mindere belichting en/of een minder stabiele opname. De volgende beelden zijn dan ook echt enkel geplaatst om een impressie te bieden, de conclusies zijn in de tekst aan bod gekomen.

De twee video’s bevatten niet exact dezelfde beelden omdat in sommige gevallen dit niet mogelijk was, vanwege beperkingen van de camera of omdat de tijd ontbrak om op dat moment de opname te maken. Daarnaast zouden beperkte tot geen conclusies mogen worden aan de beelden omdat de opnamen niet in een gecontroleerde omgeving zijn gemaakt.

Canon 60D met Canon 17-85 f/4-5.6

Muziek: Spinningmerkaba – Theatrical Trailer (annabloom vs. Jeris) en artiesten tijdens Leiden ontzet 2011

Canon HF-G10

Muziek: Spinningmerkaba – Theatrical Trailer (annabloom vs. Jeris) en artiesten tijdens Leiden ontzet 2011

De Canon 60D met Canon 17-85 f/4-5.6 IS USM

De HD-DSLR is een Canon 60D met een Canon 17-85 F/4-5.6 IS USM lens. Dit komt neer op 27.2-136mm bij 35mm. De camera is nu ruim een jaar geleden geïntroduceerd en valt in het (lagere) midden segment van Canon DSLRs. De sensor in de camera is een APS-C formaat sensor, met een cropfactor van 1.62 en een resolutie van 17.9MP. Middels line-skipping wordt één op de drie lijnen uitgelezen en verwerkt tot een Full HD beeld, zoals reeds besproken in het eerste deel. De camera kan opnames maken in 1080p25 (1920×1080 in progressieve mode met 25 beelden per seconde) en 720p50 (1280×720 in progressieve mode met 25 beelden per seconde). De opnames worden opgeslagen op een compact flash kaart die minimaal van een klasse zes moet zijn. De beelden worden opgeslagen met een MPEG-4 codec met een variabele bitrate met een gemiddelde van rond de 45Mbit/sec.

Bovenkant van de 60D - Foto afkomstig van B&H

Progressief betekent dat de sensor een geheel beeld in één keer inleest. Bij veel lagere segment videocamera’s gaat het om interlaced beelden, daarbij wordt in 1/50e van een seconde de helft van de beelden uitgelezen en de andere 1/50e de andere helft. Het voordeel is dan ook dat 25i bij snelle beweging ‘betere’ beelden oplevert, minder schokkerig, maar individuele frames er minder mooi uitzien. Hierbij dient wel te worden opgemerkt dat de sluitertijd ook een belangrijke factor in dit geheel is. En uiteindelijk is de echte kwalificatie of het betere beelden zijn een persoonlijke. Sommigen willen echt de beelden van de bioscoop bereiken, waarbij je (in Europa) vastzit aan 25p en (doorgaans) een sluitertijd van 1/50e. De wat minder vloeiende beelden worden dan als de charme van film gezien.

Positionering van de Canon 60D

De 60D is gepositioneerd tussen de 600D en de 7D, het zijn alle drie crop camera’s. Qua videoresultaten zijn de camera’s vergelijkbaar, de verschillen zitten vooral op het fotogebied en de body. Zo heeft de 7D een dubbele processor. Maar ook het aantal focuspunten is één van de verschillen tussen de camera’s. Voor meer daarover kun je één van de diverse reviews raadplegen.

Achterkant van de 60D - Foto afkomstig van B&H

De voor video interessante verschillen zitten in de body, een enkele feature en de opnametijd. De body van de 60D zit qua degelijkheid echt tussen de 600D en de 7D in. Het echt duidelijke verschil zit in het kantelbare en draaibare scherm op de 60D en de 600D. De 7D mist deze functionaliteit.

Ook de 550D mist het kantelbare en draaibare scherm. De 550D is de voorloper van de 600D en is qua video mogelijkheden zo goed als identiek aan de anderen. De 550D is opgevolgd door de 600D, maar is momenteel nog steeds te koop. In de VS werd de 550D de T2i genoemd (en de 600D de T3i).

Andere interessante verschillen tussen de 60D en de goedkopere 600D zijn het extra draaiwiel en het LCD bovenop de body op de duurdere versie. Daar staat tegenover dat de 600D een digital zoom functionaliteit op de body, die van 3x tot 10x loopt. In tegenstelling tot wat de naam suggereert gaat het niet om alleen digitale zoom. Het eerste deel levert daadwerkelijk weinig kwaliteitsverlies op.

Canon omschreef het zelf als You can also reach distant subjects using the Movie Digital Zoom function, which crops the centre of the sensor from 3x to 10x while still maintaining Full HD quality…” Op het Internet zijn meerdere video’s te vinden waarin te zien is dat de kwaliteit bij de lagere zoomfactoren daadwerkelijk nog goed blijft. Door deze functionaliteit krijg je in essentie hetzelfde effect als je een full frame lens op een crop sensor camera plaatst. Er wordt maar een kleiner deel van de lens benut, waardoor de zoom factor toeneemt. Wat er precies gebeurt is niet geheel duidelijk. Er zullen mogelijk minder lijnen worden overgeslagen, maar het feit dat op 9x de kwaliteit een stuk lager is, geeft aan dat line skipping nog altijd actief is. Op dat moment wordt ruis reductie en verscherping duidelijk toegepast. Daarnaast moet worden bedacht dat dit het bereik van de lens verlegt, waardoor het niet een standaard keuze zou moeten zijn. De lens uit de test zou opeens een 51-255 zijn, het equivalent van een 81.6-408 op 35mm.

Tot slot is op de 60D en de 600D handmatige audio instelling mogelijk.

In tegenstelling tot de 5D Mark II kregen de 550D en de 7D geen firmware update waarmee handmatige audio instellingen mogelijk werkden.

Voor de exacte verschillen is het verstandig om de website en handleidingen te raadplegen omdat bovenstaande passage de positionering in een vogelvlucht bespreekt. Daarnaast moet worden bedacht dat het hier om de droge cijfers gaat. In de praktijk moet blijken hoe goed een lens is, niet alleen wat de lens wel of niet kan.

De Canon Legria HF-G10

De Canon Legria HF-G10 is de camera die het mag opnemen tegen de 60D. Het gaat om een Europese camera, de Amerikaanse tegenhanger is een Vixia. Voor de Legria gaat op dat kan worden gekozen tussen 50i en 25p. De lens is een 4.25-42.5mm, wat neerkomt op 30-305mm als dit zou worden vertaalt naar een 35mm situatie. Het diafragma loopt van f/1.8 tot f/2.8 in volledig ingezoomde toestand.

Het interessante van de camera is de sensor die hetzelfde is als in de XA10, het instapmodel van de professionele lijn. De sensor heeft slechts 2.37MP en volgens Canon komt dit effectief neer op 2.07MP. Deze resolutie is identiek aan FullHD, waardoor de hele sensor voor de video is ingezet. Dit komt de lichtgevoeligheid ten goede en is zonder meer één van de sterke punten van de camera.

De camera heeft een aantal opname formaten, waarvan MXP en FXP aan te bevelen zijn aangezien die direct in 1920×1080 opnemen, dit kan of in 50i of 25p. Bij MXP gaat het om een AVCHD compressie met een bitrate van 24Mbit/sec, bij FXP om 17Mbit/sec. De beelden kunnen worden opgeslagen op het interne geheugen (16GB) of op de SD kaarten. Het is hierbij mogelijk om dezelfde beelden naar beide SD kaarten weg te schrijven, of automatisch te wisselen als de eerste vol is. De opnametijd hangt dan ook af van de gekozen kwaliteit, opslagmethode en opslagruimte van de SD kaart(en).

Positionering van de Canon HF-G10

De Canon HF-G10 is het vlaggenschip van de consumentenlijn, met eronder twee lijnen. De HF-S en de HF-M. De HF-S lijn is in 2011 slechts met één camera uitgebreid, de HF-S30. De HF-S30 heeft 1/2.6 inch sensor met effectief 6MP voor video en 8MP voor foto’s. Daarnaast is er de HF-M lijn, waarin in 2011 drie camera’s zijn uitgekomen. De HF-M41, HF-M40 en de HF-M400. De camera’s vallen in een lagere midden(prijs)klasse dan de HF-S30 en zeker de HF-G10. Toch zijn ze interessant omdat de drie camera’s dezelfde sensor als de HF-G10 hebben. Hiermee zijn de camera’s wel de uitzondering, de andere camera’s uit de HF-M lijn hebben andere sensoren. De onderlinge verschillen zitten in de afwezigheid van de elektronische zoeker (M40 en M400) en de hoeveelheid interne opslagruimte (32GB, 16GB, 0GB) allen met twee SD kaartsloten. Verschillen ten opzichte van de HF-G10 zijn het iets kleinere scherm en met een lagere resolutie, een andere lens met een bereik van 6.1-61mm en een diafragma van f/1.8-3.0 en zijn er minder handmatige instelmogelijkheden. Het meest in het oog springende is de afwezigheid van de focusring van de HF-G10. Tijdens CES2012 heeft Canon een zestal nieuwe camera’s aangekondigd, die een deel van de bestaande camera’s moeten aflossen. Het gaat om drie uit de instapserie (HF-R) en drie uit het middensegment (de reeds genoemde HF-M serie). De HF-G10 blijft dan ook het topmodel. De nieuwe camera’s uit de HF-M serie zouden volgens Canon een verbeterde sensor hebben ten opzichte van de HF-G10. De minimale hoeveelheid licht zou met de nieuwe camera’s 1.2 lux zijn, in plaats van 1.5 lux op de HF-G10. Andere verschillen zitten in het verbeterde touchscreen (zowel in gevoeligheid en het gebruik van iconen voor makkelijker gebruik), de verkleining van de fysieke omvang en het toevoegen van Wi-Fi voor snelle deling van de video’s (alleen van toepassing op camera’s met ingebouwd geheugen. De beperking van de fysieke omvang gaat wel ten koste van een SD kaartslot en de zoeker (EVF).

Boven de HF-G10 zit het instapmodel van de professionele lijn van Canon, de XA-10. De camera deelt veel eigenschappen met de HF-G10. Het voornaamste verschil is en zit in het verwijderbare handvat. Het verwijderbare handvat heeft twee professionele XLR audio-ingangen. De ingangen zijn apart aan te sturen middels fysieke knoppen en draaiknoppen. Daarnaast bezit het handvat een grip voor een microfoon, zoom- en opnameknoppen bovenop en een cold shoe. Deze cold shoe ontbreekt in zijn geheel op de HF-G10, enkel een mini advanced shoe is daarop aanwezig. Tot slot kan de XA10, in tegenstelling tot de HF-G10, ook infrarood opnamen maken en heeft de camera 64GB in plaats van 32GB op de HF-G10.

Voor de exacte verschillen is het verstandig om de website en handleidingen te raadplegen omdat bovenstaande passage de positionering in een vogelvlucht bespreekt. Daarnaast moet worden bedacht dat het hier om de droge cijfers gaat. In de praktijk moet blijken hoe goed een lens is, niet alleen wat de lens wel of niet kan.

Werkbaarheid

In ergonomisch opzicht bieden DSLRs een uitdaging. Voor fotografie is een compacte maar misschien ietwat verkrampte houding goed te doen en kan zelfs helpen. De optische zoeker geeft daarnaast nog een extra contactpunt met het lichaam waardoor de meest uitdagende shots nog mogelijk zijn. En ook op knoppen vlak is degelijkheid en werkbaarheid troef. Voor video is het iets anders…

Een combinatie van video’s waarin uitdagingen te zien zijn waarmee om dient te worden gegaan, te weten achtereenvolgens aliasing, moiré, discrete en luidruichtige diafragma instelling, gebrek aan een bruikbaar autofocus tijdens de opname en de uitdaging op een vloeiende zoom te krijgen. Het laatste deel van de video bevat een worst case ISO testje met een kitlens op f/5.6 tegenover een 50mm op f/1.8. Op de keuze van ISO waarden zal later nader worden ingegaan.

Hanteerbaarheid

Door de ondoorzichtige spiegel is de optische zoeker niet te gebruiken en moet je volledig werken via het LCD scherm. Gelukkig is het scherm bij de 60D, net als de 600D, wel draaibaar waardoor je ook in lastigere posities kunt zien wat je opneemt. De afhankelijkheid van het LCD scherm maakt de kwaliteit ervan wel belangrijk. Gelukkig heeft de 60D een scherm waarvan de helderheid erg hoog kan worden ingesteld. Hierdoor is het scherm opvallend goed te gebruiken in de volle zon.

Met het verlies van het extra contactpunt met het lichaam is de balans van de camera belangrijker om stabiel te kunnen werken, indien je uit de hand opnames maakt. Veel hangt hierbij af van het type lens, waardoor de balans kan verschuiven. Maar ook de eigenschappen van de ringen voor de focus en zoom zijn van belang. Beide zaken moet je handmatig aanpassen. De lengte (het aantal graden dat je de ring moet draaien), de positionering en de weerstand bepalen waar je tweede hand moet zijn. Met de Canon 17-85mm f/4-5.6 IS USM viel de focus erg mee. De focusring had relatief weinig speling, liep soepel en zat dichtbij de body. Hierdoor kan iemand (in ieder geval iemand met grotere handen) met de linkerhand de body ondersteunen en met de middelvinger de ring rustig draaien. Maar nogmaals, dit gaat op voor deze specifieke lens. Zo heeft de Canon 50mm F/1.8 II een kleine focusring die vrij zwaar loopt en vooraan de camera zit. Omdat de lens korter en ronduit licht is valt er nog altijd wel behoorlijk mee te werken. De Canon 18-55mm f/3.5-5.6 IS (maakt geen deel uit van de test) scoort op dit punt laag. De manuele focusring zit helemaal voorop en heeft de naam extreem lastig te zijn (speling), voor fotografie alleen al… De zoom op de 17-85mm is ronduit vervelend. Uit de hand is het gebrek aan consistentie in de weerstand problematisch, waardoor een vloeiende zoom een uitdaging is. Maar ook de dolly (counter) zoom zal nog lastig zijn. Daarnaast, enigszins triviaal, is het bereik te klein om de lens echt als een allrounder in te zetten en in te spelen op onverwachte situaties. De beeldstabilisatie werkt heel behoorlijk, wat met enkel een lens aan de body essentieel is.

Een voorbeeld van een (Hitchcock) dolly (counter) zoom, een manier om de emotie in een shot extra aan te kunnen zetten.

Zoals meermaals aangegeven moet er handmatig worden scherp gesteld tijdens de opname. Weliswaar heeft de camera, ook in de videostand, automatische scherpstelmethoden, maar die blijven niet actief tijdens de opname. Er zijn drie vormen van automatische scherpstelling, AF Live, AF face detection en AFQuick. De eerste twee modi gebruiken de LCD waarbij er middels de draaiknop achterop de camera een rechthoekje op het scherm een object kan worden geselecteerd. Bij de twee modi gaat het enkel om de selectie van gezichten. De derde modus gebruikt de focuspunten uit de fotostand en kan dan ook alleen voorafgaande aan de opname worden ingezet. Omdat negen focuspunten worden ingezet is dit een hele snelle manier om de focus te bepalen. Om daadwerkelijk scherp te stellen kan, voorafgaande aan de opname, zowel de AF-ON als de sluiterknop worden gebruikt. Tijdens de opname is de AF-ON knop nog altijd te gebruiken, alleen is de camera dan beperkt tot contrastdetectie. Het gevolg is dat je de camera echt ziet zoeken welke kant de focus naar verlegt moet worden. Deze methode is nutteloos tijdens de opname, tenzij je het als speciaal effect wil gebruiken.

Nu zijn er wel camera’s op de markt die tijdens de opname kunnen blijven scherpstellen, deze camera’s bezitten ‘continuous autofocus’. Wel hangt het van de implementatie af hoe snel en accuraat de autofocus is. Daarnaast moet de camera een duidelijk onderwerp hebben, om niet halverwege het verkeerde object te volgen. Een dansuitvoering van een zoon of dochter volgen kan dus een uitdaging zijn als er nog meerdere talenten rondgaan.

Handmatige instellingen

De 60D heeft de mogelijkheid om de ISO, sluitertijd en diafragma automatisch te laten regelen. Echter, de camera is dan erg enthousiast met de belichting waardoor hogere ISO waarden gekozen worden. Een compensatie van de belichting is dan ook aanbevolen, zeker omdat uit (iets) onderbelichte opnamen beter beelden te halen zijn dan (iets) overbelichte opnamen. Tijdens een shoot kun je dit ook aanpassen, maar dit beïnvloedt de sluitertijd, niet de ISO.

Maar de 60D biedt ook de mogelijkheid om de drie variabelen handmatig in te stellen. Hiervoor moet de camera in het menu, bij belichting, op handmatig worden gezet. Dit is vooral van belang als je op zoek bent naar een bepaald resultaat. Zoals eerder aangegeven speelt het diafragma en de sluitertijd daar een grote rol in. Daarnaast kan de nabewerking een dagtaak (of erger) worden om de aanhoudende veranderingen bij te houden. Dynamiek wil je in het shot houden, niet beperken door de camera de belichting aan te laten passen.

Voor de manuele aanpassing heeft de 60D, in tegenstelling tot de 600D, twee draaiknoppen. Het is daarbij wel jammer dat de ISO nu net de derde functie is. Om de ISO aan te passen moet de ISO knop worden ingedrukt alvorens de ISO kan worden aangepast, middels de ring bovenop de camera. Doe je dit niet dan pas je met die ring de sluitertijd aan, dat gevolgen heeft voor de hoeveelheid beweging in een frame. (Zoals gedemonstreerd middels twee filmpjes in het vorige deel.) De andere draaiknop past het diafragma aan. Deze draaiknop ontbreekt op de 600D. Een nadeel van de draaiknoppen op de 60D is dat ze stroef zijn en echt klikken. Dit maakt een vloeiende aanpassing van bijvoorbeeld de ISO waarde problematisch. Maar daarnaast maakt de hantering van de knoppen dermate veel geluid dat de microfoon het geluid oppikt.

In deze bespreking wordt er bijna aan voorbij gegaan dat de goedkopere videocamera’s deze mogelijkheden niet eens bezitten. Als er al aanpassingen mogelijk zijn dan gaat het vaak om één van de variabelen. Maar voor de 60D en de HF-G10 gaat op dat de variabelen onafhankelijk in te stellen zijn.

Zijkant 60D - Foto afkomstig van B&H

Naast instellingen voor het beeld kan op de 60D ook de audio worden ingesteld. Standaard probeert de camera de audio in bedwang te houden middels AGC (Automatic Gain Control. Bij AGC wordt het ingaande volume geanalyseerd en aangepast om het juiste volume te krijgen. Het probleem is dat hierdoor ook dynamiek meer uit de audio wordt gehaald. Zou je een muziekstuk opnemen dan zullen middels AGC de harde en zachte passages (qua volume) meer naar elkaar toe worden gebracht. Om dit te voorkomen kun je het opgenomen volume ook handmatig instellen. Daarnaast kan er een windfilter worden ingesteld.

Het probleem blijft wel dat de microfooninstellingen erg beperkt blijven. Er zijn geen additionele instellingen om het opgenomen volume te limiteren. Daarnaast ontbreken mogelijkheden om de richtingskarakteristiek aan te passen (eventueel automatisch aan de hand van de zoom factor). Daarbij dient dan wel opgemerkt te worden dat met de microfoon van de 60D en de plaatsing daarvan de waarde sowieso al discutabel is. De microfoon zit achter vier kleine gaatjes linksvoor op de body (op de foto linksboven de badge). Dit maakt dat de beeldstabilisatie, zoals die van de 17-85 uit de test, in de opname te horen is. Om dit probleem (en mogelijk het klikgeluid van de knoppen) op te lossen is er op de 60D een (3.5”) microfoonaansluiting aanwezig. Een populaire keuze is de RØDE Videomic, een shotgun microfoon die meer directioneel geluid opvangt. Op de audio zal in het derde deel nog worden teruggekomen.

Opnametijd

Fotocamera’s zijn qua mogelijke opnametijd vooralsnog gelimiteerd door het opslagsysteem, hitte problemen of financiële overwegingen. Alle Canon camera’s hebben te maken met de Fat32 limiet van 4GB, die in de praktijk, bij maximale kwaliteit neerkomt op zo’n 12 minuten. De opname stopt dan automatisch en kan meteen weer worden hervat. In tegenstelling tot de voorgaande Canon HD-DSLRs en fotocamera’s van concurrenten treedt bij de 60D (en de 600D) geen oververhitting op in het sensorgebied. De derde mogelijke opnamelimiet is kunstmatig ingevoerd en wel met het oog op de regels van de belastingdienst. In Europa valt een videocamera onder een hoger belastingtarief. Door onder de 30 minuten aan onafgebroken opnametijd te blijven vallen fotocamera’s in het gunstigere belastingtarief.

Naast de hiervoor genoemde limieten zijn de accu en kaartopslag een beperkende factor. De accuduur is beter dan verwacht. Omdat live view de hele tijd actief is trekt de 60D de batterij relatief snel leeg, maar anderhalf uur zit er wel in. Het is wel jammer dat de Canon 60D geen twee kaartsloten heeft voor backup of relay recording zoals op de HF-G10. Zeker relay recording, automatische kaartwisseling, zou prettig zijn om de SD kaarten zorgeloos optimaal te kunnen benutten. Een aspect waar weer even duidelijk is dat het om een fotocamera gaat is de manier van weergeven van de resterende opslagcapaciteit. De opslagcapaciteit wordt namelijk in foto’s gemeten, met een maximum van 999 foto’s.

Slow motion

Naast 1080p25 kan er met de 60D worden opgenomen in 720p50. Dit is voor velen vooral interessant voor diegenen die beeld vertraagd willen afspelen. De eerste snelheidshalverweging levert daarbij dan geen kwaliteitsverlies af. Helaas heeft 720p50 wel het nadeel dat de kans op aliasing toeneemt, vanwege de lagere resolutie. Opnieuw, wat er intern precies gaande is kan alleen aan de hand van de testkaarten naar worden terug geredeneerd. Maar met de beperkte informatie en tests is dit lastig en aan het einde van de rit telt de kwaliteit. Deze valt in de praktijk erg tegen als je in een stad rondloopt. Er zijn simpelweg, in potentie, teveel objecten die op 1080p25 al problemen veroorzaken. Om deze reden en de toch iets lagere resolutie moet 50p dan ook als een bonus worden gezien die beperkt inzetbaar is. (In het eerste deel werd al vastgesteld dat de ware resolutie van de 60D geen 1080p is. Een effect dat sowieso opgaat voor een zeer groot deel van de camera’s en een motivatie is dat resolutietesten toch zinnig zijn.)

De Canon 60D met Canon 17-85mm f/4-5.6 IS USM

Voor een run-and-gun manier van schieten viel de Canon 17-85mm f/4-5.6 IS USM erg tegen, wetende dat er ook nog een HF-G10 in de tas zit. Het bereik is beperkt en de kit legt het bij weinig licht af tegen de HF-G10, zeker als ongeveer dezelfde ruisniveau’s  worden nagestreefd.

60D ISO 6400 kit 4.0 LINKS en G10 23 dB 2.8 RECHTS

De 60D ISO 6400 kit f/4.0 (links) (fullsize) en de HF-G10 23dB f/2.8 (rechts) (fullsize)

Om die reden is het echt aan te raden om, ook voor mensen die rondlopen, een snelle prime mee te hebben. In de praktijktest is een Canon 50mm f/1.8II meegenomen. Een dergelijke lens heeft een nog kleinere scherptediepte en laat veel meer licht door. Hierdoor pakt de 60D wel ‘gewoon’ de kroon als het om opnames met weinig licht gaat.

60D ISO 6400 50mm f/1.8 (links) en G10 23dB f/2.8 (rechts)

60D ISO 6400 50mm f/1.8 (links) (fullsize) en G10 23dB f/2.8 (rechts) (fullsize)

Om die reden kan een combinatie van een trage zoom met bereik en een snelle prime, zoals een 35mm of 50mm met een f/1.8 of groter een mooie combinatie zijn. Op het vlak van bereik zou misschien de 18-135mm toch een wat betere keuze zijn. De lengte is niet zo extreem dat aanpassing van de sluitertijd noodzakelijk is, maar biedt net dat beetje meer voor tijdens het rondlopen. De 17-85 is dan ook niet echt een allround lens, maar wel geschikt voor iemand die een (eerste) ‘film’ wil maken. Het bereik dekt de gebruikelijke brandpuntsafstanden, zeker voor dialogen. De enige uitdaging is zoals gezegd de inconsistente weerstand van de zoom. Het prijsverschil met snellere lenzen of een set van primes zou dan in lampen, tripods en recorders kunnen worden gestoken. Per slot van rekening komt de gewenste ‘film-look’ niet van het gebruik van 25p. Uitlichting, camera beweging en standpunten zijn andere belangrijke(re) elementen.

Werkbaarheid

De HF-G10 is een camera met een lage instapdrempel, maar die vooral sterk is op het handmatige vlak. Tal van instelmogelijkheden en toch nog een aantal handige knoppen maken het mogelijk om de situatie naar de hand te zetten. Maar na langere tijd met de camera opnames te hebben genomen kan de HF-G10 op ergonomisch vlak niet helemaal overtuigen. Dit schuilt vooral in de positionering van knoppen en het half opleggen van een bepaalde manier van schieten die soms niet gewenst is. Daarnaast is de camera zelf heel allround, maar helaas minder goed allround werkbaar.

Instellingen

Bij het opnemen in de automatische stand moet het touchscreen worden gebruikt om aan te geven waarop de camera moet scherpstellen. Door het onderwerp op het scherm aan te tikken verschijnt er een klein vierkantje om het gevolgde onderwerp. Ook in complexe situaties, bijvoorbeeld met veel personen in beeld, blijft de camera toch behoorlijk lang de juiste persoon volgen. Daarnaast is de camera heel behoorlijk in staat om in te schatten welke instellingen noodzakelijk gegeven de omstandigheden waarin het onderwerp zicht bevindt.

Om vanuit de automatische stand naar de handmatige stand te gaan is er een schuif aan de zijkant van de camera. Die schuif bevat nog een derde instelling, cinema voor de ‘filmlook’. Na instelling op de manuele of cinema instelling zijn zowel het functie paneel als het setup menu beschikbaar. In het setup menu is het mogelijk om de limiet van de camera in te stellen ten aanzien van onder meer zoom factoren, inzet van ND filters, opname kwaliteit en gevoeligheid ten aanzien van de focus (snelheid in de wisseling) en (versnelling, vertraging en snelheid van de) zoom functionaliteit. Een simpele maar handige functionaliteit is het kunnen instellen van de focus richting. Op deze manier kunnen focusfouten worden voorkomen omdat Nikon lenzen een omgekeerde draairichting voor de focusring hanteren. Het functie menu bevat de opties om de opname (deels of gedeeltelijk) naar de hand te zetten, door bijna alle instellingen handmatig in te voeren. Bijna. Net als de 60D kan op de HF-G10 de sluitertijd, gain (middels ISO op de fotocamera) en het diafragma worden ingesteld. Daarnaast bezit de HF-G10 ook drie ND filters (fysiek of in variabele stappen, vermoedelijk het laatste). Het gaat hierbij om ND1/2, ND1/4 of ND1/8. Met de ND filters kan de hoeveelheid licht dat op de sensor valt worden beperkt. Helaas is het niet mogelijk om de ND filters apart aan te sturen. Bij het verkleinen van het diafragma wordt na een aantal stappen het ND filter geactiveerd. Maar om de scherptediepte te minimaliseren zou het prettig zijn als het ND filter eerder, of los, in te stellen zou zijn. Dit zou de HF-G10 helpen om, vergeleken met de 60D, aan de broodnodige kleinere scherptediepte te komen.

Depth of Field met links de HF-G10 en rechts de 60D

Twee frames uit twee opnames, waar bij de HF-G10 (links) de scherptediepte nog relatief groot blijft. Bij de opname is, tenopzichte van de opname van de 60D, meer afstand genomen en ingezoomd om het effect van een kleine scherptediepte te versterken en toch nog enigszins hetzelfde beeld te krijgen De 60D met kit (rechts) produceerde desondanks, zoals te verwachten, een kleinere scherptediepte op veel eenvoudigere wijze.

Op de HF-G10 kan de beeldstijl worden aangepast. In de eerste plaats is er de reeds benoemde optie, cinema, specifiek gericht op het imiteren van de beeldstijl van film. Hiermee verschijnen allerlei filters betreffende verzadiging, helderheid en contrast. In de handmatige instelling zijn dit soort instellingen ook terug te vinden in het menu.

De HF-G10 heeft opmerkelijk veel instelmogelijkheden voor een ingebouwde stereo microfoon. Zo is het mogelijk om de richtingskarakteristiek (polar pattern) aan te passen in vier instellingen waarmee het gebied waarbinnen geluid kan worden aangepast. Daarnaast zijn er equalizer opties om de type inkomende frequenties beperkt vast te leggen of juist aan te zetten. Hoewel de microfoons van behoorlijke kwaliteit zijn blijft voor hoge kwaliteitsaudio opname een externe microfoon aanbevolen, voor bijvoorbeeld filtering van de wind.

Hantering camera

Bij instelling van (semi-)handmatige opname komen de twee draairingen, de grote focusring voorop en de kleine achterop, van pas. De focus ring voorop de camera heeft behoorlijk wat weerstand en is extreem gedempt. In combinatie met de menu instellingen (gevoeligheid en snelheid) is een nauwkeurige of een snelle focus mogelijk. Maar hoewel de focusring prettig aanvoelt heeft de weerstand een impact op de stabiliteit. Om deze te behouden is een omgekeerde grip van de rechterkant met de duim naar boven soms praktischer. Het is erg prettig dat naast het LCD scherm optioneel een AF/MF knop zit. Op die manier kan er snel worden gewisseld tussen automatische en handmatige focus. De knop kan ook toegewezen worden aan een aantal andere functies. Eronder zit nog een instelbare knop voor één van de overige opties (exclusief AF/MF). Één van die opties, die alleen beschikbaar is voor de tweede knop, is Powered IS. De functie is een additionele manier van stabiliseren, naast de optische stabilisatie in het setup menu. De optische stabilisatie (Dynamic SuperRange Optical Image Stabilization) is een combinatie van een gyroscoop en bewegingen in het beeld. Wat Powered IS precies doet is vooralsnog een vraag, het lijkt niet om digitale stabilisatie te gaan. In ieder geval is de functie erg effectief in de stabilisatie. Powered IS kan permanent worden ingeschakeld middels- of alleen bij het ingedrukt houden van- de tweede instelbare knop.

Zijkant van de Canon HF-G10

Problematisch is de plaatsing van de tweede draairing en bijbehorende knop achter op de camera (op de foto rechtsonder). Deze twee worden gebruikt om de sluitertijd, diafragma en gain snel aan te kunnen passen. Zelfs met relatief grote handen is het noodzakelijk om de handgrip strakker te zetten zodat de camera meer op de vingers van de rechterhand hangt. Zonder deze grip aanpassing zijn de knop en draairing niet goed bereikbaar met de rechterduim. Wel is het de moeite waard omdat het veruit de snelste en soepelste manier is om de belichting aan te passen. Het zou prettig zijn als het wiel ook ingezet zou kunnen worden voor audiolevels. Nu moet daarvoor, middels het touchscreen, het functiemenu worden opgeroepen.

Demonstratie van het gebruik de onderscheidende functionaliteiten op de HF-G10, waaronder gain controle, focus peaking en de powered image stabilisatie.

Touchscreens op videocamera’s vallen niet bij iedereen in goede aarde. De gevoeligheid, afhankelijkheid en het niet blind en snel kunnen aanpassen staat sommigen tegen. Met dank aan de knop en draaiwiel achterop is de afhankelijk enigszins beperkt. Toch moet het touchscreen regeregeld worden gebruikt voor het instellen van controlefuncties. Hierbij valt de gevoeligheid toch tegen. Daarnaast is het onhandig dat de selectie van een optie aan de rechterkant van het scherm plaatsvindt. Voor stabiele hantering en rechtshandigen zou de linkerkant prettiger zijn.

Na de camera’s lange tijd naast elkaar te hebben kan worden onderschreven dat de Canon 60D met 17-85 f/4-5.6 een camera met potentie is, maar de Canon HF-G10 daadwerkelijk allround is.

Beide camera’s zijn sterk op het vlak van handmatige instellingen, met onafhankelijke instelmogelijkheden voor sluitertijd, diafragma en ISO/gain. Alleen mensen die in een gecontroleerde omgeving zitten zullen zonder meer met de 60D kit uit de praktijktest een behoorlijke start kunnen maken. Bij gebruik van vaste opstellingen en voorspelbare bewegingen is een goede focus mogelijk, zeker met de digitale zoom optie ter controle. Mensen die met een 60D rondlopen zullen toch moeten overwegen om de scherptediepte wat groter te houden. Hoewel het scherm van goede kwaliteit is, blijft het namelijk een uitdaging om echt de gewenste focus te krijgen. Daarnaast is het lastig dat de LCD de enige monitoring tool is, waar veranderende lichtcondities opvallen. Zeker als ook de backlight geregeld hierop aangepast zal worden is een goede belichting een uitdaging. Op ergonomisch vlak viel de lens erg mee, zeker ook door de weerstand en positionering van de focusring. Hierbij dient wel te worden bedacht dat dit kan veranderen bij een andere lens. Voor wat betreft kwaliteitsaudio zal er echt naar een andere oplossing moeten worden gekeken. Zeker met de geactiveerde beeldstabilisatie van de 17-85 f/4-5.6 is de audiokwaliteit te laag. Tot slot moet de 720p50 echt als een bonus worden gezien omdat moiré en aliasing eerder optreden. Met 1080p25 is moiré en aliasing binnen perken te houden en lang niet altijd een probleem. Zeker na een tijd opnamen maken wordt wel een gevoel ontwikkelt hoe met overige problematische objecten kan worden omgegaan. Echter, in een aantal situaties is de opname simpelweg niet te maken, zonder het gezichtsveld teveel aan te passen. De Canon HF-G10 is een complete camera. De camera is voorbereid om in veel en weinig licht opnamen. Daarnaast heeft de camera diverse handige instellingen om soepele opnamen te kunnen nemen. Voor de zoom en focus acties zijn er zowel acceleratie en snelheidsinstellingen. Helaas is de waarde van de goede focusring soms erg beperkt door de toch relatief grote scherptediepte bij daglicht. De dubbele beeldstabilisatie heel behoorlijk tot goed, afhankelijk van de omstandigheden. En tot slot heeft de camera handige opties om goed te kunnen controleren dat de belichting en focus goed liggen. De aanwezigheid van de waveform monitor was een prettige verrassing die voor documentaires nuttig kan zijn.

De 60D en de HF-G10

In het volgende en laatste deel zal worden besproken hoe met name de 60D beter inzetbaar gemaakt kan worden en volgen algemene aanbevelingen ten aanzien van het werken met de typen camera’s.

Pin It
FotoVideo.nu
FotoVideo.nu

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *