Praktijktest: Foto- of videocamera voor film?

Door -

Het is slechts drie(!) jaar geleden dat de eerste HD-DSLR het licht zag. Het was Nikon dat de primeur had met de D90. Het was een beetje een valse start, zeker gezien de eerstvolgende DSLR met video, de Canon 5d Mark II. Na een aantal firmware updates werd deze echt interessant, vooral sinds de update van nog geen anderhalf jaar geleden, maart 2010. Met de update kreeg de gebruiker 24 en 25 beelden per seconden en controle over de audio. In de loop der tijd zijn er diverse camera’s bijgekomen en werd de HD-DSLR door gebruikers over de hele wereld in de armen gesloten. Wat maakt de HD-DSLR zo aantrekkelijk? Wat gaat er toch schuil achter dat eerste stukje glas?

In dit achtergrondartikel zal, in drie afzonderlijke delen, wordt stil gestaan bij de ontwikkelingen en de hedendaagse mogelijkheden van foto- en videocamera’s.De centrale vraag is of je anno 2012 beter een camcorder of een digitale spiegelreflexcamera (HDSLR) kunt gebruiken als je wilt filmen. Een camcorder is speciaal voor dit doel ontworpen, maar een spiegelreflexcamera biedt betere beeldkwaliteit, scherptediepte en verwisselbare lenzen voor een fractie van de prijs van professionele apparatuur.. In deze artikelreeks zullen de sterke en zwakke punten van de twee typen camera’s aan bod komen, zoals je ze in de praktijk zou kunnen tegenkomen. We gebruiken hiervoor twee referentieproducten: de Canon 60D (middensegment HD-DSLR) met Canon 17-85 F/4-5.6 lens en de Canon HF-G10 (het hogere consumentensegment). Het gaat niet zozeer om deze specifieke modellen, maar vooral om het naast elkaar zetten van de twee typen (video)camera’s.

Canon 60D vs. Canon HF-G10

Omdat het hier om een relatief lange tekst gaat en een deel van de lezers toch wat selectiever zal lezen zijn er wat kleine overlappingen. Op die manier zou de tekst toch te volgen moeten zijn als je een stukje overslaat.

In het eerste deel zal worden stilgestaan bij de techniek in de camera’s, die van de HD-DSLR in het bijzonder. Voor mensen die de ontwikkelingen op de voet volgen of al veel met fotografie bezig zijn zal dit grotendeels gesneden koek zijn. In deel twee zal worden ingegaan op het gebruiksgemak van de camera’s. In deel drie zal worden stilgestaan bij manieren om het gebruiksgemak en de  toepasbaarheid van de camera te verbeteren. Daarnaast is er een afrondende bespreking wat dit betekent voor de bruikbaarheid van de camera’s voor verschillende doelgroepen, nu en in de nabije toekomst.

Er zijn diverse redenen waarom vele cineasten zijn uitgeweken naar HD-DSLRs en fotografen zijn begonnen met het maken van video opnames. Een veel gehoorde reden is dat de sensor zoveel groter is dan in veel videocamera’s, zeker in het prijssegment van onder de 2000 euro. Het voordeel van de sensor is dat er, onder meer, een erg kleine scherptediepte kan worden bereikt, ook in combinatie met groothoek. Dit geeft veel vrijheid om op subtiele wijze de aandacht te (ver)leggen tijdens een opname. De kleine scherptediepte kan ook deels worden bereikt met videocamera’s, maar dan moet er doorgaans met een grotere camera worden gewerkt. Een andere manier om het effect van een kleine scherptediepte te bereiken is door op een grotere afstand te staan en in te zoomen. Maar die methode heeft allerlei nadelen waardoor het effect beperkt haalbaar is, waarover later meer.

Daarnaast valt de sensor in de smaak vanwege het grote dynamische bereik, dat zelfs een heel eind in de buurt komt ten opzichte van de professionele camera’s die tienvoudige kosten. Bij dynamisch bereik draait het om het gebied van onder- en overbelichting waarin nog details te zien zijn.

Latitude test Zacuto 

De bovenstaande illustratie toont hoe de diverse camera’s een verschillend dynamisch bereik hebben en deze op verschillende manieren verdelen over het onder- en onderbelichtingsbereik. De illustratie is afkomstig uit een shootout die is georganiseerd door Zacuto, in samenwerking met Kessler. In de illustratie gaat het over latitude, met het oog op de film camera’s. Voor het verschil is er een interessant artikel geschreven door Juan P. Pertierra. Helaas is het originele artikel offline, maar een kopie kan hier gevonden worden. Het vergelijken van film en video is erg lastig en bereik is ook een persoonlijke aangelegeheid. Zo maakte Gale Tattersall de opmerking dat dynamisch bereik ook een persoonlijke kwestie is en dat de Canon 5D Mark II toch wat erg optimistisch was ingeschat. Er is nog altijd een verschil tussen een detail zien of een werkbaar detail zien. De shootout is dan ook interessant om te bekijken voor de positionering van HD-DSLRs ten opzichte van professionele film- en videocamera’s, maar ook zeker, zoniet vooral, vanwege de vooraanstaande personen die reageren op de beelden. Vooral de reacties betreffende het echt kennen van de camera om beperkingen te kunnen afvangen zijn belangrijke opmerkingen.

Lens

Een ander voordeel van de sensor is de potentiele lichtgevoeligheid van een HD-DSLR, in combinatie met een snelle (lichtsterke) lens. Bij een snelle lens, een f-stop van f/2.8 of groter, is het diafragma relatief groot, waardoor er veel licht op de sensor valt. Dit maakt het mogelijk om bij dezelfde ISO waarden met hogere sluitertijden te werken, waar de lens de aanduiding ‘snel’ aan dankt. Een andere consequentie van een groot diafragma is dat de scherptediepte afneemt, er is dus een kleiner gebied scherp (wat voor film erg mooi is).

Een andere factor waarop je de lens zou kunnen selecteren is de optische kwaliteit in een bepaald opzicht. Denk bijvoorbeeld aan een lens die een mooie ‘Bokeh’ heeft, een term die de onscherpte van de achtergrond beschrijft. Een mooie Bokeh is voor sommigen vooral de reden om voor een HD-DSLR te gaan.  Maar je kunt het ook gooien op een haarscherpte lens die daarmee bijdraagt aan het kenmerkende plaatje dat een HD-DSLR neerzet, dat sommigen aanbidden en anderen verafschuwen. Of je kunt een lens nemen om de kleuren die het brengt met bepaalde onderwerpen. Dit gaat vooral op voor lenzen van een bepaalde fabrikant. Zo is er recent door het team van Shane Hurlbut een test gedaan van verschillende lenzen met generieke statements over de karakteristieken van lenzen. Nu gaat dit voor velen vast te ver, maar voor anderen kan dit toch een motivatie zijn om voor een adapterring te gaan om lenzen met een andere mount in te zetten. Hierbij is het van belang om op te letten hoe het diafragma moet worden ingesteld. Bij diverse lenzen, waaronder van Canon, ontbreekt de handmatige diafragma ring. Een duurdere adapter ring is dan nodig die het elektrische deel kan regelen, zoals de Birger mount.

Daarnaast heb je met verwisselbare lenzen meer controle over het gezichtsveld met behoud van optische kwaliteit en lichtgevoeligheid. Met een voorzetlens, zoals een groothoeklens, voor op een videocamera met vaste lenzen, lever je toch ergens in.

Een andere reden dat de camera zo aanspreekt is dat dit alles mogelijk is met een kleine camera, wat meer en goedkopere creatieve mogelijkheden biedt. Denk hierbij aan het stabiliseren van beelden terwijl je een trap oploopt middels een steadicam, de camera te monteren aan een kabelbaantje of aan een kleine helikopter. Maar ook het plaatsen op een skateboard of sliders voor horizontale bewegingen (in plaats van gedeeltelijke ronddraaiende beweging, panningshots) is opeens met simpelere middelen te bereiken.

Een helicopter met spiegelreflex aan boord (Foto: Eric Austin)

Prijs

Een laatste duidelijke reden waarom een HD-DSLR zo aanspreekt is dat het allemaal zo relatief betaalbaar is, zeker als je aan fotografie doet waarbij een HD-DSLR al in je tas (zou) zit(ten). Voor zeshonderd euro is al een goede body als basis voor video beschikbaar. De rest van het geld kun je steken in spullen die echt passen bij wat jij wilt opnemen. Combineer dit met de relatief lage prijs en de HD-DSLR is ook aantrekkelijk als een camera in meer riskante omstandigheden. Denk hierbij aan de plaatsing van de camera in het oog van de storm, zoals in het verleden bij Storm Chasers gebeurde met kleine tape-gebaseerde camera’s.

Een neveneffect van die generieke basis is dat het interessant is voor producenten van accessoires. Een deel daarvan komt ook duidelijk voort uit een specifieke roep om een HD-DSLR (nog) beter bruikbaar te maken voor video, waar we in het derde deel op terug komen.

Het potentieel van de HD-DSLR heeft ervoor gezorgd dat de camera’s erg in trek zijn geraakt, van beginnelingen tot professionals. Zo worden de camera’s al in diverse TV series ingezet. De afsluitende aflevering van het zesde seizoen van House is een bekend voorbeeld. Ook in het zevende seizoen van House is de 5D Mark II meermaals ingezet. Maar ook andere series hebben de HD-DSLR omarmd, zoals Hawaii 5-0, NCIS LA en vast nog vele meer. Maar ook op het witte doek schitteren HD-DSLRs al meer en meer. Zo komt volgend jaar de film Act of Valor uit die volgens de Director of Photography, Shane Hurlbut, zelfs voor 80% op een HD-DSLR is geschoten. In twee vrij uitgebreide video laat Shane Hurlbut zien waarom een HD-DSLR zo interessant is en zijn er reacties van anderen op de positie van HD-DSLRs. De videos zijn opgenomen op een evenement ter ere van de Letus Master Cinema Series, er zal dan ook veel uitdacht uitgaan naar de spullen van Letus. Als je daar doorheen kunt kijken dan is het een aardige visualisatie van de voorgaande sectie. Tegelijk worden er uitdagingen aangestipt, waarop later in deze praktijktest terug zal worden gekomen.

En ook de aanstaande film Red Tails gebruikt beeldmateriaal, alleen spelen de HD-DSLRs daar nog een iets kleinere rol, ook letterlijk…

Philip Bloom als één van de DoPs voor Red Tails

Philip Bloom, de man linksonder, vertelt op zijn blog meer over de inzet van de HD-DSLR tijdens Red-Tails. Hij is iemand die, net als Tom Guilmette van de tweede video, geregeld wat vertelt over hoe hij HD-DSLRs inzet, maar vooral ook wanneer niet. Allebei werkten ze ook met de Red Epic en bezitten nog diverse andere professionele camera’s.

Aan de andere kant is de consequentie van het HD-DSLR geweld dat, zeker in het segment van de HF-G10 en er wat onder, videocamera’s toch onder druk zijn gekomen. Met de goedkopere camera’s kunnen per slot van rekening al mooie opnames gemaakt worden. Daarnaast is het voor sommigen toch een extra apparaat, dat overbodig kan zijn bij aanwezigheid van een HD-DSLR. En voor de mensen die iets serieuzer met video bezig zijn biedt de fotocamera veel creatieve mogelijkheden. Daarnaast zijn ze doorgaans bereid en in staat om de valkuilen heen te werken, die ook in de praktijktest aan bod zullen komen.

Deze sectie gaat nader in op de sensor en de lens van de camera’s. De aandacht gaat daarbij vooral uit naar de HD-DSLR in videomodus. De techniek achter de HF-G10 komt aardig overeen met de HD-DSLR alleen heeft de HD-DSLR wat extra uitdagingen en eigenaardigheden.

Een grote sensor, in een kleine behuizing, met keuzevrijheid uit een scala aan lenzen is op papier ideaal. Het probleem is alleen dat het hier in de basis wel om een fotocamera gaat, wat zich manifesteert in verschillende opzichten. Nu zijn veel producenten er niet zo happig op om de achterliggende techniek uit te leggen, maar inmiddels is al het nodige ontrafeld. Op zichzelf is begrip van dit proces niet van belang voor het maken van een goede opname, maar het verklaart wel waarom bepaalde problemen zich manifesteren. Daarnaast helpt het je ook inzien of een bepaalde camera, vanuit videoperspectief, een stap vooruit is.

Spiegelloos

In bijna alle DSLRs wordt een ondoorzichtige spiegel ingezet om gebruik te kunnen maken van de optische zoeker (een uitzondering is Sony met onder andere de Alpha 77, waar een elektrische zoeker inzit). Bij dergelijke camera’s klapt de spiegel weg als er video-opnames gemaakt moeten worden. De consequentie is dat je alleen met het lcd-schermpje kunt zien wat je opneemt.

CMOS

In een DSLR zit een CMOS sensor. De grote concurrent is de CCD sensor, dat een andere techniek omvat. Voor de exacte verschillen met voor- en nadelen en de huidige stand van zaken zijn er diverse artikelen op het internet te vinden (een aardig artikel dat ingaat op de verschillen is dit artikel en de update). Een groot verschil tussen CMOS en CCD is de uitlezing. CMOS leest het beeld van boven naar beneden uit (rolling shutter), waar CCD het beeld in één keer uitleest (global shutter). Als er nu een (snelle) beweging in het beeld plaatsvind dat resulteert dit bij CMOS sensors in het ‘rolling shutter effect’. Bij bijvoorbeeld een panning shot zullen verticale lijnen veranderen in diagonale lijnen, zoals bijvoorbeeld de hoek van een muur. Dit is niet een tekortkoming van een HD-DSLR op zich, ook in menig videocamera zit een CMOS sensor, waaronder de HF-G10 uit de test. Gelukkig staat de ontwikkeling niet stil en neemt het rolling shutter effect af door snellere uitlezing. Maar de grote sensor vereist tegelijk ook weer een snellere uitlezing.

Rolling shutter effect

Het opvolgende frame kun je zien door met de muis boven de bovenstaande illustratie te hangen. Het gaat specifiek om de schuine muur en spijlen van het hekwerk. Het veegeffect komt door de beweging in combinatie met de gekozen sluitertijd.

Tot zover het eerste deel, dat vooral fungeert als een introductie tot de ‘HD-DSLR’. De grootte van de sensor en de verwisselbaarheid van lenzen bieden grote artistieke vrijheid in de vorm van kleine scherptediepte en het mogelijk maken van shots die voorheen lastig of onmogelijk waren. Maar omdat de DSLR, vooralsnog, primair een fotocamera is, worden er ook beslissingen genomen die de kwaliteit niet ten goede komen, maar vooralsnog noodzakelijk zijn.

Eén ding is zeker, de HD-DSLR heeft het landschap nu al blijvend veranderd. Er worden afleveringen van series mee geschoten en ze worden zelfs ingezet bij films die binnenkort in de bioscoop te zien zijn. En als ze al niet in één of andere vorm op de markt blijven, dan hebben ze er in ieder geval voor gezorgd dat de fabrikanten van videocamera’s moesten reageren. Voor sommigen betekende dit zelfs reageren op het eigen bedrijf.

In het volgende deel zullen de twee camera’s uit de praktijktest, de Canon 60D en de Canon HF-G10 uitgebreid aan bod komen. Hierbij zal worden gekeken naar hoe ergonomisch ze zijn, voor welk type opname ze praktisch zijn en hoe goed ze helpen om het gewenste beeld op te leveren. In het derde en laatste deel zal er worden stilgestaan bij de manieren om meer uit de camera’s te kunnen halen, onder andere met behulp van accessoires.

Canon 60D vs. Canon HF-G10

Om de beelden op te slaan worden de beelden die op de sensor vallen verwerkt door de processor in de camera. Maar omdat het om een relatief grote sensor gaat die met een relatief hoge frequentie moet worden uitgelezen heeft dit gevolgen voor de processor en de sensor.

Niet alleen heeft een DSLR een relatief grote sensor, de resolutie is ook erg hoog en significant hoger dan de HD resolutie van 1920×1080 (ongeveer 2MP). Nu zou het mooi zijn als het mogelijk is om deze beelden, liefst ongecomprimeerd, te kunnen verwerken. Maar helaas gaat het simpelweg om teveel data voor de hardware in menig HD-DSLR. Om dit voorkomen, zonder de sensor te veranderen kiest Canon ervoor om aan line-skipping te doen. Afhankelijk van de hardware en de fabrikant worden er ook andere methoden toegepast, zoals binning (bij CCD), compressie en digitale interpolatie. Bij line-skipping wordt iedere derde lijn met pixels uitgelezen. Helaas heeft dit nogal wat gevolgen, met als belangrijkste nadeel aliasing, dat zich manifesteert bij fijne details. Een bekend voorbeeld is een streepjesoverhemd waarbij de afstanden tussen de streepjes erg klein zijn. Om dat soort fijne details goed te kunnen weergeven heb je een hoge resolutie nodig, of eigenlijk een kleine pixel pitch (afstand tussen pixels). De resolutie moet zo hoog mogelijk zijn, op een zo klein mogelijke sensor, om details goed te kunnen weergeven. Is de pixel pitch te hoog dan kan een op te nemen lijn tussen de lijnen op de sensor springen. Het gevolg is dat de het ene moment de lijn wel wordt verwerkt en het andere moment niet. Een speciaal geval van aliasing is moiré. Twee opeenvolgende frames

Bij moiré springt de lijn niet alleen tussen de wel en niet verwerkte lijnen van de sensor, maar staat die lijn ook nog onder een hoek. Dit levert rare kleuren en gebogen lijnen op, zoals in de bovenstaande opeenvolgende twee frames. Helaas zijn er legio situaties waarbij aliasing en moiré zich manifesteren, zoals bakstenen muren, daken van huizen, schrootjes, planken van bruggen, textiel en water.

Er is vooralsnog, op papier, één Canon die niet meer aan line skipping zou doen, de 1D X die in maart 2012 op de markt zou moeten komen. Wat Canon precies doet is nog de vraag.

Resolutie vanaf de sensor

Naast de effecten van een lagere gemiddelde pixel pitch is de echte/minimale resolutie (in het proces) door line skipping teruggezakt tot minder dan de HD resolutie. Echter, voordat de beelden worden opgeslagen wordt de resolutie verhoogd op één of andere manier naar HD. Wat de werkelijke resolutie is blijft speculeren. Een deel van de lijnen is namelijk gereserveerd voor speciale verhoudingen van foto’s. Wel is van de 60D bekend dat deze een 17.9MP sensor huisvest. Om, wat resolutie betreft, straffeloos aan line-skipping te kunnen doen zonder ooit onder HD resolutie te zakken, is een 18,66MP sensor vereist, [1920×3] x [1080×3].

Ergens tussen het moment van de sensor en de daadwerkelijke opslag vinden tal van processen plaats om het beeld er zo goed mogelijk uit te laten zien. De verwerkte beelden worden uiteindelijk gecomprimeerd alvorens ze worden weggeschreven naar de flashkaart (60D), het interne geheugen en/of de SD kaarten (HF-G10). De 60D gebruikt hiervoor de H.264 codec en de HF-G10 gebruikt AVCHD. Dit betekent gelijk ook dat er niet direct conclusies moeten worden verbonden aan de bitrate. De efficiënte van de codecs verschilt namelijk en daarnaast gaat het er ook om hoe het comprimeer proces verloopt. Andere fotocamera’s zetten andere codecs in, zo gebruiken Sony en Panasonic AVCHD in. Nikon gebruikt MJPEG.

Grote sensoren krijgen last van ‘oververhitting’ bij lange video-opnamen

Oververhitting camera

Een ander mogelijk probleem is de oververhitting van de camera. Veelal wordt dit aangeduid als oververhitting van de sensor. Echter, het zou in werkelijkheid gaat om een toename van de warmte van de onderdelen die rondom de sensor zitten. Het gevolg van de stijging van de temperatuur in de camera is de toename van ‘dark current’. Die stroomtoename resulteert in een toename van ruis in de beeldsensor en manifesteert zich vooral bij ‘hot pixels’ (voor wat meer informatie is dit Wikipedia artikel een aardige start). Dit effect treedt ook op bij de Canon 5D Mark II. Die camera heeft geen oververhittingsdetectie en de geproduceerde beelden zullen dus na verloop van tijd meer ruis vertonen.

Het probleem treedt ook op bij astrofotografie waarbij gebruik wordt gemaakt van de bulb-stand. Hierbij wordt de sluitertijd extreem lang gelaten waarbij ook dark current kan optreden. Nu is er een methode ‘dark frame subtraction’ waarmee het effect van dark current kan worden gecorrigeerd. Echter, dit werkt niet meer als de belichtingstijd te lang is en de lading te hoog oploopt bij de hot pixels (Forum topics voor iets meer informatie). De sensor kan oververhit raken (en daarbij permanent beschadigd raken), maar dat kan alleen zodra de zon er vrij spel op heeft.

De 60D heeft, net als de 600D, naar het zich laat aanzien, geen last meer van oververhitting. De 7D en de 550D detecteren wel oververhitting en stoppen de opname in dat geval. Andere fabrikanten hebben ook problemen (gehad) met oververhitting. Mocht je dus lange opnames willen maken dan is het verstandig om hier bij de eventuele aanschaf van een HD-DSLR op te letten.

De sensor van de HF-G10

Waar de HD-DSLR een hoge resolutie sensor heeft op een groot oppervlak voor ronduit goede foto’s moet onze Canon HF-G10 referentie-camcorder het doen met een kleine CMOS sensor. De sensor is slechts 1/3 inch groot (minder dan een vierde van de sensor in een 60D) met een lage resolutie van 2,37MP. Effectief zou het gaan om 2.07MP. Dat is, vergeleken met concurrerende en voorgaande videocamera’s, een lagere resolutie sensor. Maar zoals hiervoor aan bod kwam is dat juist ideaal als het doel 1920×1080 pixels is, precies 2.07MP. Het gevolg hiervan is een hogere lichtgevoeligheid.

Door de kleinere sensor met de afgemeten resolutie heeft de HF-G10 véél minder last van aliasing en moiré. Dit neemt niet weg dat dergelijke problemen nog altijd kunnen optreden, afhankelijk van de afstand tot het object.

Enige terughoudendheid bij het trekken van conclusies rondom de sensor is van belang. Ook van de HF-G10 is niet duidelijk hoe efficiënt het interne proces rondom de sensor werkelijk is. Uiteindelijk moet aan het eindresultaat worden geoordeeld hoe het met de resolutie en de lichtgevoeligheid zit, waar ook de lens, interne filters en andere zaken een aandeel in hebben. Het geeft ook gelijk aan waarom een resolutie test, zoals die van Zacuto, wel degelijk interessant kan zijn.

Een DSLR van Canon biedt de mogelijkheid om een schat aan verschillende lenzen in te zetten. Op die manier kun je echt de lens kiezen die het beste past bij wat je wil opnemen. Aangezien er een aantal interacterende variabelen zijn moet je hier echt bij stilstaan, zeker voor video. De belangrijkste elementen waarop je moet letten zijn het diafragma en de brandpuntsafstand.

Een handmatige lens met diafragmaring kan goed van pas komen voor video.
(voorbeeld: de Zeiss CZ Planar 85mm f1.4 ZE op een 5D Mark II) 

Diafragma

Waar een prime (een lens met een vast brandpuntsafstand) een vrij instelbaar diafragma heeft, speelt er bij menig zoomlens nog een factor mee, de brandpuntsafstand. Dit gaat ook op voor de lenzen in deze test, zowel de HD-DSLR als de videocamera.  In uitgezoomde toestand is het diafragma van de lens van de 17-85 van de 60D maximaal f/4 en de videocamera f/1.8 en in maximaal ingezoomde toestand respectievelijk f/5.6 en f/2.8. Dit is belangrijke eigenschap om gedachten te houden als je wil inzoomen tijdens een opname. Afhankelijk van de instellingen van de camera zal de camera namelijk proberen de helderheid gelijk te houden. Dit betekent dat in (semi) automatische instelling de ISO/Gain en/of de sluitertijd door de camera zal worden aangepast. Zeker in donkere omgevingen of met veel beweging in beeld kan dit reden te zijn om dichter bij het onderwerp te willen staan (of dat kan is een belangrijke tweede…). Als alternatief kun je ervoor kiezen om het diafragma in te stellen op het diafragma dat je zou krijgen mij de maximale zoom. Dit voorkomt dat je tijdens de zoomactie veranderingen in lichtintensiteit of ruis krijgt.

Het diafragma heeft een grote impact op het opgeleverde beeld. Als het diafragma groot is, dan zal er een kleiner gebied scherp zijn. Hoe groot dat gebied precies is hangt naast het diafragma ook af van het brandpuntsafstand en de afstand tot het onderwerp. Hierdoor kun je een onderwerp echt aandacht geven, of subtiel de aandacht verleggen. Het onscherpe deel wordt ‘bokeh’ genoemd. Naast het deel van het beeld dat scherp is, heeft het diafragma ook effect op de scherpte van het beeld als geheel.

Dit is duidelijk te zien bij tests van de ‘plastic fantastic’ Canon 50mm f/1.8II (ook wel ‘nifty fifty’ genoemd). Op f/1.8 is de bokeh het beste (het grootste deel is out-of-focus, waardoor je het grootste verloop krijgt), maar de scherpte valt vergeleken met andere lenzen tegen. Voor de bokeh gaat hetzelfde op. Full frame, prijs en de prijs-kwaliteitverhouding zijn redenen van de populariteit van de lens. Op f/2.8 en een kleiner diafragma neemt de scherpte van het beeld toe (alsook het deel van het beeld dat scherp is). De Canon 50mm f/1.8II wordt aangehaald omdat deze ook nog terug zal komen in de test, ter illustratie van de lichtgevoeligheid.

Brandpuntsafstand

De brandpuntsafstand is ook van invloed op de mate waarin je het onderwerp kunt afzetten tegen de omgeving. Strikt genomen verandert de scherptediepte niet, maar je vergroot wel zaken uit, inclusief de onscherpte van de omgeving.

De brandpuntsafstand is een factor die bijdraagt aan het resulterende plaatje, het gezichtspunt. Andere factoren zijn de afstand tot het onderwerp en het sensor formaat.

Voor een aardige uitleg van lenzen kun je de driedelige serie ‘Behind the Glass‘ eens bekijken. Daarin laten de makers ook zien wat het effect van de verschillende brandpuntsafstanden is.

Om bewegingsonscherpte, als gevolg van trillingen, te voorkomen kan er voor korte sluitertijden worden gekozen. Dit heeft wel gevolgen voor de hoeveelheid beweging in een individueel frame, waarvan er bij video dan 25 binnen een seconde vallen. Het resulterende beeld kan totaal niet zijn wat je wil.

Om die reden kan het toch lonen om voor een lens met optische stabilisatie te gaan om de sluitertijd vrij te kunnen kiezen, één die echt past bij het beoogde beeld. Beide camera’s uit de praktijktest hebben optische stabilisatie.

Daarnaast moet erop worden gelet dat de sluitertijd niet problemen oplevert met de lichtnetfrequentie van lampen.

Auto(manuele)focus

Autofocus is vooralsnog een lastig aspect van een HD-DSLR. De autofocus waar de meesten het over hebben is continue autofocus. Deze vorm van autofocus blijft gedurende de opname scherpstellen. Maar, als het al werkt dan valt het resultaat nog te bezien. In het geval van Canon is er vooralsnog geen sprake van continue autofocus. De aanstaande 1Dx zou de eerste Canon zijn met cAF.

De reden dat continue beperkt werkt komt omdat menig DSLR niet op dezelfde manier kan werken als tijdens het maken van foto’s (uitzondering is onder meer de Sony Alpha 77). Bij het maken van een foto maakt een DSLR gebruik van fasedetectie. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de spiegel en een hulpspiegel. Echter, bij  opname van video is de spiegel omhoog geklapt. Hierdoor moet de camera contrast detectie toepassen, een methode die ook wordt toegepast in compact camera’s. Helaas is contrast detectie, ondanks recentelijk ontwikkelingen, een stuk langzamer dan fase detectie. (Er zijn nog een aantal andere manieren om de focus vast te stellen, die in andere typen camera’s worden toegepast.) Daarnaast heeft continue autofocus ook een keerzijde als dit wordt gecombineerd met een kleinere scherptediepte. Zodra er niet echt een duidelijk onderwerp in beeld is dan kan de camera de focus blijven verleggen. Dit zal vooral gebeuren bij panning shots (waarbij ook nog eens het rolling shutter effect optreedt). Langzame panning shots zijn dus extra belangrijk bij een DSLR. Afhankelijk van wat en hoe je wil opnemen is het mogelijk dus verstandig om het diafragma meer te sluiten om de scherptediepte te vergroten. Eventueel zou je de continue autofocus ook kunnen uitschakelen om dit soort effecten te voorkomen.

Nu zijn er nog diverse andere factoren waarom je de ene of de andere lens neemt, maar daar staan we verder niet bij stil in deze review. Factoren waaraan je moet denken zijn afbeeldingsfouten, zoals chromatische aberratie van de lens, lenstype (full frame of alleen voor crop) en natuurlijk het prijskaartje. Hoewel belangrijk gaat dat wel heel specifiek in op de DSLR en is dit ook erg persoonlijk. Dit is helemaal het geval als lenzen geselecteerd worden op basis van de kleur, scherpte en de kwaliteit van de bokeh.

Pin It
FotoVideo.nu
FotoVideo.nu

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *