Preview: Nikon 1 CX-camera’s V1 en J1 (hands-on)

Door -

Nikon kondigde recentelijk officieel aan dat ze in de nieuwe markt van systeemcamera’s gingen stappen. FotoVideo.nu was bij de officiële presentatie en kon vervolgens uitgebreid met pre-productiemodellen van beide camera’s spelen, evenals een viertal lenzen. Volgens Nikon waren ze nog niet representatief om foto’s goed mee te beoordelen, dus bleef het bij een oppervlakkige kennismaking. In deze preview zetten we uiteen wat de gedachte van Nikon is bij dit concept, hoe het werkt en hoe de camera’s zich verhouden ten opzichte van andere systeemcamera’s.

Nu Nikon ook aan boord is van het systeemcamera-kamp, is Canon nog de enige cameraleverancier die nog niet actief is in dit segment. Het begon met Panasonics G1 in 2008, kort daarna gevolgd door Olympus met de Pen. Daarna volgde Samsung (met de NX10), snel gevolgd door Sony (met de NEX-3 en -5). Eerder dit jaar ging Pentax ook overstag, met de Pentax Q; een systeemcamera met wisselbare lenzen op basis van een kleine sensor van een compactcamera.

Nikon’s concept, waar volgens eigen zeggen vijf jaar aan is gewerkt, doet nog het meeste denken aan de Pentax Q in vergelijking met de andere systeemcamera’s. Waar Panasonic, Olympus, Samsung en Sony bestaande sensorformaten gebruikten (APS-C en FourThirds), kwamen Pentax en nu ook Nikon met een afwijkende maat. De systeemcamera’s met een APS-C of MFT sensor zijn al beduidend kleiner dan die van een spiegelreflexcamera met vergelijkbare sensormaat, maar Pentax en Nikon hebben omwille van design en het compacte formaat bewust gekozen voor nog een kleinere sensor.

Naast termen als EVIL, MFT, ILC, MILC en CSC hebben we er weer een nieuwe variant bij. Nikon kwam met A-CIL op de proppen, dat staat voor Advanced Camera with Interchangeable Lens. Het nieuwe sensorformaat (met een omvang van 1 inch) is door Nikon CX gedoopt, dat in lijn is met de termen DX (APS-C) en FX (fullframe). In tegenstelling tot andere systeemcamera’s, waarbij uitgegaan werd van bestaande componenten (lees: de sensor), heeft Nikon volgens eigen zeggen het cameraconcept geheel ‘from scratch’ bedacht. Het was al snel duidelijk dat de spiegelconstructie moest verdwijnen om een compactere camera te produceren. Het verlies van fasedectectie via de spiegel en een aparte autofocus-sensor moest op een andere manier worden opgeslost (zie verderop). Hoewel de ontwikkeling van een nieuw type camera al de afgelopen vijf jaar aan de gang was, heeft Nikon wat betreft de ontwikkelingen op de markt voor systeemcamera’s bewust de kat uit de boom gekeken. Met name in Japan is de groei van systeemcamera’s gigantisch (ruim 30% van camera’s met verwisselbare lenzen is een systeemcamera). Maar in Europa en de VS bleef de groei achter, hoewel deze de laatste tijd wel in de lift zit. Toch acht Nikon de tijd rijp om nu met een nieuw camerasysteem te komen.

Kleinere sensor

Tijdens de ontwikkeling hebben de engineers van Nikon veel discussie gehad over de sensormaat. Het was tijdens de presentatie ook één van de eerste vragen die men behandelde, want de keuze voor een nieuw en relatief klein formaat roept toch vraagtekens op. Volgens Nikon was de voornaamste motivatie de compacte vormgeving van een nieuwe camera. Deze moest beduidend kleiner zijn dan een spiegelreflex. Nu slagen de huidige fabrikanten van systeemcamera’s daar al goed in (denk aan de Sony NEX, de Panasonic GF3 en de Olympus Pen E-PM1), maar zijn de objectieven nog steeds behoorlijk groot. Daar heeft men een punt. Door een kleinere sensor te gebruiken, zou het ook mogelijk zijn om kleinere lenzen te ontwikkelen. Twee van de vier aangekondigde lenzen zijn dan ook bijzonder klein: de 10-30mm kitlens (18-55 APS-C) is zeer compact en de 30-110 telelens (55-200mm APS-C) is helemaal superklein. Aan de andere kant: de 10mm pancake is niet heel veel platter dan de pancakes van andere systeemcamera’s. En de 10-100 (18-200 APS-C) superzoom is juist bijzonder fors.

Om de CX-sensor in het juiste perspectief te plaatsen zie je hieronder de afmetingen van een compactcamera en die van MFT en APS-C. Je ziet dan dat de CX-sensor bijna vier keer in een APS-C sensor past.

Wanneer we de sensorformaten vervolgens aanvullen met een fullframe sensor (gebaseerd op het oorspronkelijke 35mm formaat van dia/negatieffilm), dan ziet het plaatje er zo uit. Je ziet dan dat de CX-sensor weliswaar vier keer zo groot is als een compactcamera, maar toch beduidend kleiner is dan een APS-C en MFT sensor. In theorie zou dat ten koste moeten gaan van het dynamisch bereik, de details en de signaalruisverhouding.

10 megapixels

Uiteraard is dat iets waar Nikon rekening mee heeft gehouden. De eerste Nikon 1-camera’s (de V1 en J1) zijn dan ook uitgerust met een splinternieuwe CMOS sensor met 10,1 megapixels. Het aantal pixels is relatief laag vergeleken met andere nieuwe camera’s van dit moment, maar dat is een bewuste keuze om de ruis op hoge ISO’s laag te houden. De camera’s bieden ISO standen van 100 tot en met 6400, waarbij de laatste stand ‘extended’ is, oftewel buiten de automatische ISO-reeks valt. Het is uiteraard mogelijk om in RAW te fotograferen. 

Expeed

De nieuwe Expeed 3 beeldprocessor is maar liefst vijf keer sneller dan de Expeed 2. De Nikon 1 camera’s zijn in staat om maar liefst 600 megapixels per seconde te verwerken, wat een enorme prestatie is (ter vergelijking: in 2007 vestigde Canon een record met de professionele 1D Mark III die 100 megapixel per seconde haalde). De snelle processor biedt volgens Nikon zeer krachtige ruisonderdrukking. Dankzij de capaciteit kan er ook op volle resolutie gefotografeerd worden tijdens het filmen.

Nikon biedt zowel contrastautofocus als fasedetectie in de nieuwe Nikon 1’s. Contrastdetectie wordt gedaan op basis van het binnenkomende beeld via de sensor, waarbij de camera op zoek gaat naar contrasten om scherp te stellen. De laatste tijd zijn er grote sprongen gemaakt op dit vlak, zoals eerder bleek uit onze reviews van de Panasonic G3 en Olympus Pen E-P3. Echter, nog steeds is er sprake van een bepaalde vertraging omdat contrastdetectie het gehele scherpstelgebied scant voor het juiste punt. In de meeste gevallen is fasedetectie nog steeds sneller. Fasedetectie wordt gedaan door een speciale autofocussensor (met af-diodes) die op basis van beeldinformatie aan de linker- en rechterkant van het beeld (dat vergeleken wordt)  vrijwel direct de scherpstelling kan bepalen.

Integratie in de sensor

Nikon maakt geen gebruik van een speciale autofocussensor, maar heeft de af-diodes geïntegreerd in de sensor zelf. Dit is niet nieuw; Fujifilm deed dit al eerder met haar F300EXR en Z800EXR compactcamera’s (die schakelen tussen beide autofocusmodi), maar vanwege een beperkt aantal focuspunten en een beperkte positionering op de sensor, kwam dat niet echt van de grond. Het liefst wil je dat er op praktisch iedere positie, dus door het hele beeld (en niet alleen in het midden bijvoorbeeld), autofocus mogelijk is. En dat is nu net wat Nikon gedaan heeft. Het is niet duidelijk bij welke leverancier Nikon de sensor besteld heeft, maar traditiegetrouw neemt Sony dat voor z’n rekening. Dat komt overeen met een patent van Sony uit 2009 waarin de gebruikte techniek beschreven wordt.

bron: patent van Sony

Blik op de sensor

Bekend is dat Nikon nu maar liefst 73 autofocuspunten verwerkt heeft in de sensor zelf. Dat aantal is zo groot, dat autofocus mogelijk is in een groot deel van het beeld (en niet alleen in het midden). Op de onderstaande foto zie je een indicatie hoe Nikon (of sensorbakker Sony) dat gedaan heeft. Als je goed kijkt zie je lijntjes, waarin de af-punten waarschijnlijk verwerkt zitten. Echter, als autofocus-diodes op de sensor zitten, gaat dat ten koste van fotodiodes. Dat zou dus tot ‘zwarte’ pixels leiden, ware het niet dat Nikon vermoedelijk interpolatie toepast om dit probleem te compenseren. Of dit kan leiden tot gevolgen voor de beeldkwaliteit moeten tests uitwijzen. Waarschijnlijk niet, omdat interpolatie vaker wordt toegepast (om defecte en hotpixels te verbloemen).

Toekomst

De autofocus van de Nikon 1-serie van Nikon schakelt automatisch tussen contrastdetectie en fasedetectie, afhankelijk van de omstandigheden. Deze hybride benadering zou de snelste camera ter wereld opleveren, aldus Nikon. Sneller zelfs dan haar huidige professionele modellen (waarvan zeer waarschijnlijk op afzienbare termijn opvolgers verwacht worden, zoals de D400 en D800 – met de snelle Expeed 3 beeldprocessor).

Deze nieuwe autofocus-benadering roept wel opnieuw de vraag op of traditionele spiegelreflexcamera’s (met spiegel en prismahuis) nog zin hebben. Indien uit praktijktests blijkt dat de integratie van autofocussensoren op de sensor heel goed werkt, is er weinig reden meer om daar een complexe spiegelcontructie voor in stand te houden. Uitgezonderd natuurlijk het nut van een optische zoeker, dat wel een spiegel nodig heeft. We zijn benieuwd of andere fabrikanten het voorbeeld van Nikon volgen.

Zoals gezegd heeft Nikon twee camera’s geïntroduceerd onder de ‘Nikon 1’ categorie. De V1 is het huidige topmodel. Deze is gebouwd rondom een stevige magnesium behuizing, waardoor de camera tegen een stootje kan. Ook heeft hij een ingebouwde elektronische zoeker (EVF) op basis van TFT met 1,4 miljoen beeldpunten (dots). In tegenstelling tot de J1 heeft de V1 standaard geen flitser aan boord. Wel is er een accessoirepoort, waarop een bijpassende (compacte) externe flitser (SB-5N) op kan worden aangesloten, met een kantelbare en draaibare kop. Ook andere accessoires, zoals een optionele gps, zijn beschikbaar. De lcd-scherm aan de achterzijde telt 921.000 dots. De Nikon 1 V1 is verkrijgbaar in matzwart en hoogglans wit.

De J1 is meer ontworpen voor de gemiddelde consument en niet voor de gevorderde amateurfotograaf. Deze beschikt wel over een interne flitser. Het aantal pixels op het lcd-scherm is minder (460.000) en een elektronische zoeker ontbreekt, waardoor je geheel op het scherm bent aangewezen. Het knoppenspel is grotendeels gelijk. De J1 is vooral bedoeld om op de volautomatische stand te gebruiken en is daardoor volgens Nikon minimalistisch ontworpen. De J1 is verkrijgbaar in de kleuren zijn hoogglans wit, matzwart, rood, roze(!) en zilver.

De Nikon 1-serie heeft een processor die volgens Nikon vele malen sneller is dan die in de meeste professionele camera’s en het is deze snelheid die achter een aantal nog nooit eerder vertoonde functies zit. Zo onderscheiden de camera’s zich met zogenaamde ‘pre-post capture technologie’. De J1 en V1  beginnen al met opnemen voordat je de sluiterknop volledig indrukt en gaan door nadat je geklikt hebt. Daarnaast zijn er nog andere nieuwe functies die dankzij de snelheid mogelijk zijn.

Motion Snapshot

De leukste nieuwe functie is Motion Snapshot (MSS), die een soort Harry Potter-achtige foto’s produceert waarin beweging zit. Het neemt tegelijkertijd een film in slow motion en een stilstaand beeld op, en combineert deze twee direct tot een foto die beweegt. Aan het eind volgt er een fade-out. Het is een soort snapshot in een korte slow motion video. Het idee is leuk.

Smart Photo Selector

De Smart Photo Selector (SPS) schiet 20 foto’s op volle resolutie in de tijd die het gewoonlijk kost om één foto te nemen: je drukt één keer op de sluiter en, door gebruik te maken van de pre-post capture technologie, begint de camera foto’s te nemen nog voor je de knop volledig hebt ingedrukt. Je vijf ‘beste’ foto’s worden opgeslagen op basis van gezichtsuitdrukking, compositie en focus en de ‘perfecte’ shot wordt voor je weergegeven. De camera bepaalt zelf welke foto’s het beste zijn (al kun je dat ook handmatig doen).

Still Image modus

De Still image modus maakt je de meester van beweging door over te schakelen naar het nemen van scherpe, full-resolution actie shots met tot 60 frames per seconde. 

Nikon belooft met een flink scala objectieven te komen om van de Nikon 1 CX-lijn een volwaardig camerasegment te maken. Vanaf het moment dat het concept in de winkels ligt (medio oktober) zullen er vier lenzen beschikbaar zijn. Het gaan om de volgende modellen:

  • 10-30 f3.8-5.6 VR kitlens
  • 10mm f2.8 pancake
  • 30-110 f3.8-5.6 VR telelens
  • 10-100 f4.5-5.6 VR superzoom

De pancake, kitlens en telelens naast de J1 camera

De meeste objectieven spreken voor zich. De 1 NIKKOR VR 10-100 mm PD-ZOOM is een superzoom met 10x optische zoom. Nikon heeft deze vooral ontworpen met video in het achterhoofd. De lens heeft een elektronische schakelaar (power-drive) waarmee gezoom kan worden. De zoomsnelheid is instelbaar. Panasonic kondigde eerder lenzen met een elektronische zoomschakelaar aan.

 

F-mount adapter

Met een F-mount adapter is het mogelijk ieder Nikkor objectief (of lens met F-mount vatting) op de V1 of J1 te bevestigen. Alle AF-S en AF-I NIKKOR-lenzen zijn compatibel met het Nikon 1-autofocussysteem. 

Filtermaat

De objectieven, met uitzondering van de 10-100, hebben een ietwat bijzondere filtermaat: 40,5mm. Dit is een maat die al langer bestaat, dus je kunt er zeker uv-filters, protectors en polarizers voor vinden. 

We hebben de camera’s uitgebreid kunnen bekijken en testen, maar zoals gezegd betroffen het nog pre-productie-exemplaren, zodat we nog geen oordeel hebben over de beeldkwaliteit en de snelheid van de autofocus. Wel hebben we concreet gekeken naar de omvang, ook in vergelijking met andere systeemcamera’s.

Daarbij viel het ons op dat de Nikon 1-camera’s niet beduidend kleiner zijn dan concurrerende producten als de Sony NEX-serie, Panasonic GF3 en de Olympus E-PM1. Sterker nog, de genoemde bodies zijn allemaal significant platter dan de V1 en J1. Het verschil van de omvang van lenzen is wel duidelijker merkbaar. De foto hierboven toont de kitlens, die bij de Nikon 1-serie duidelijker een kleinere diameter heeft en minder lang is. Daarbij moet echter worden opgemerkt dat de Nikon 1-lenzen moeten worden uitgeschoven voordat je ze kunt gebruiken (zie de zwarte knop aan de rechterkant). Olympus gebruikt een vergelijkbaar systeem. Zonder dat de camera in gebruik is, is de lens dus uiterst compact. Echter, in die stand kun je géén foto maken. Je moet eerst de lens uitschuiven voor gebruik. De uitgeschoven lens is nog steeds beduidend compact, maar neemt in lengte wel behoorlijk toe.

Met uitgeschoven lens, is het verschil in lengte te overzien

Nu hebben de J1 en V1 naast de NEX-5N gelegd, die we op dat moment in bezit hadden voor een test. De Sony NEX-camera’s zijn uitermate compact, maar de NEX-objectieven zijn dat niet bepaald. Hadden we de Nikon 1’s naast de Olympus Pen E-PM1 of de Panasonic GF3 (met de nieuwe 14-42 X lens) kunnen leggen, dan zou het verschil in omvang nog een stuk kleiner zijn. De roept de vraag op, of de keuze voor de kleine sensor wel noodzakelijk was. Oftewel of de Nikon 1’s zich op dat vlak wel genoeg onderscheiden van de concurrentie. Het antwoord op die vraag moeten we nog nog even openlaten, tot we een volledige test hebben kunnen uitvoeren.

In combinatie met de 10-100 powerzoom wordt de V1 beduidend minder compact

PASM

Iets anders dat ons direct opviel was dat de programmastanden (PASM) niet via knoppen of draaiwieltjes kan worden ingesteld. Dat is wat verbazend, met name op de V1 die gericht is op gevorderde gebruikers. Beide camera’s hebben een draaiwieltje met verschillende standen aan de achterzijde, maar de P/A/S/M-standen ontbreken. Dat vinden we een uiterst vreemde keuze, vooral omdat er fysiek voldoende ruimte is (omdat er toch al een draaiwieltje is). Volgens Nikon is dit gedaan om het ontwerp bewust eenvoudig te houden. Voor de J1 kunnen we ons daar iets bij voorstellen, maar voor de V1 absoluut niet. Nu moeten de P/A/S/M-standen via het menu worden opgeroepen en je bent dan al snel een klik of vier verder eer je bij de juiste stand bent. Ter referentie: de Sony NEX-serie heeft ook geen PASM-knop, maar deze zijn wel via één klik op de centrale knop oproepbaar.

Waar zijn de P/A/S/M-standen?

Een oordeel kunnen we op dit moment niet geven. We vinden de kleine CX-sensor op dit moment geen overtuigende keuze. Allereerst omdat dit formaat beduidend kleiner is dat het gangbare APS-C formaat, waarbij de laatste categorie wat betreft beeldkwaliteit altijd een voorsprong zal hebben (dynamisch bereik, detail, ruis). Nikon heeft mede hierom bewust gekozen voor minder megapixels dan gemiddeld, wat we een goede keuze vinden. Een praktijktest moet aantonen hoe de kwaliteit van de sensor zich verhoudt ten opzichte van compactcamera’s, systeemcamera’s en spiegelreflexen. 

De implementatie van een relatief kleine sensor heeft wel duidelijk geleid tot kleine objectieven, maar niet tot een supercompacte body. Wat betreft dat laatste onderscheidt Nikon zich niet ten opzichte van de concurrentie. Sterker nog, veel systeemcamera’s zijn kleiner dan de huidige Nikon 1-serie, terwijl ze wel een grote sensor aan boord hebben. Maar het is wel een feit dan de lenzen zeer klein zijn. Een nadeeltje blijft dat ze voor gebruik moeten worden uitgeschoven. Maar je neemt een Nikon 1 door deze gecombineerde omvang wel erg makkelijk mee in bijvoorbeeld een tas of jaszak.

Verder vinden we de adviesprijzen wat aan de hoge kant. De J1 is wel netjes geprijsd met € 599 inclusief kitlens (die los € 199 kost), maar de V1 is toch behoorlijk prijzig met een adviesprijs van € 869 (de winkelprijs zal na verloop van tijd wel wat lager liggen). In dat prijssegment zitten ook een aantal populaire spiegelreflexcamera’s. Bovendien, voor die prijs hadden we toch minstens een PASM-knop verwacht. 😉

Wordt vervolgt…

Hieronder zie je additionele informatie, zoals de adviesprijzen en wat extra beeldmateriaal:

FOTO’S GEMAAKT MET DE NIKON 1 V1 (DOOR NIKON):

Nikon 1 photo (by Nikon) Nikon 1 photo (by Nikon) Nikon 1 photo (by Nikon) Nikon 1 photo (by Nikon)

Prijzen en beschikbaarheid

De Nikon 1 V1 is vanaf oktober 2011 leverbaar in het zwart en wit en is verkrijgbaar in verschillende kits:

  • Nikon 1 V1 + 1 NIKKOR VR 10-30 mm – verkoopadviesprijs € 869.
  • Nikon 1 V1 + 1 NIKKOR 10 mm Pancake – verkoopadviesprijs € 919.
  • Nikon 1 V1 + 1 NIKKOR VR 10-30 mm + VR 30-110 mm – verkoopadviesprijs € 1.029.
  • Nikon 1 V1 + 1 NIKKOR VR 10-30 mm + 10 mm Pancake – verkoopadviesprijs € 1.029.

De Nikon 1 J1 is ook leverbaar vanaf oktober 2011 in de kleuren zwart, wit, rood en zilver en is verkrijgbaar in verschillende kits:

  • Nikon 1 J1 + 1 NIKKOR VR 10-30 mm – verkoopadviesprijs € 599.
  • Nikon 1 J1 + 1 NIKKOR 10 mm Pancake – verkoopadviesprijs € 649.
  • Nikon 1 J1 + 1 NIKKOR VR 10-30 mm + VR 30-110 mm – verkoopadviesprijs € 759.
  • Nikon 1 J1 + 1 NIKKOR VR 10-30 mm + 10 mm Pancake – verkoopadviesprijs € 759.

De Nikon 1 J1 is in onderstaande kitvorm ook verkrijgbaar in het roze:

  • Nikon 1 J1 + 1 NIKKOR VR 10-30 mm + VR 30-110 mm – verkoopadviesprijs € 809.

De diverse 1 NIKKOR objectieven zijn vanaf oktober 2011 tevens los te verkrijgen:

  • 1 NIKKOR VR 10-30 mm 1:3,5-5,6 zwart – verkoopadviesprijs € 199
  • 1 NIKKOR 10 mm 1:2,8 zwart en wit – verkoopadviesprijs € 249
  • 1 NIKKOR VR 10-100 mm 1:4,5-5,6 PD-ZOOM zwart – verkoopadviesprijs € 759
  • 1 NIKKOR VR 30-110 mm 1:3,8-5,6 zwart en wit – verkoopadviesprijs € 249

De prijzen voor de genoemde accessoires zijn nog niet bekend.

Pin It
Jeroen

is mede-oprichter van FotoVideo.nu, schrijver van diverse (foto)boeken en auteur voor verschillende tijdschriften. Hij fotografeert sinds 1994 met een spiegelreflexcamera en geeft ook af en toe presentaties en workshops over fotografie. Volg Jeroen ook op Twitter.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *